Weg met het aso, tso en bso
Geen Latijn in de eerste twee jaren van het secundair onderwijs, lesblokken van twee à drie uur en een afschaffing van de opdeling in algemeen, technisch en beroepsonderwijs. Dat zijn enkele opvallende punten uit een voorstel tot hervorming van het secundair onderwijs dat besteld is door onderwijsminister Vandenbroucke.
Een begin maken met een hervorming van het secundair onderwijs was voor sp.a-minister Vandenbroucke het laatste agendapunt voor de verkiezingen van juni. Het plan, dat meegenomen wordt in de volgende regeringsonderhandelingen, is nu zogoed als af.
De tekst wordt binnen afzienbare tijd voorgesteld aan Vandenbroucke en over de laatste punten en komma's wordt nog gediscussieerd, maar de grote lijnen van het plan, dat De Morgen kon inkijken, zouden vastliggen. De commissie, die voornamelijk bestaat uit experts uit het onderwijsveld en mensen van het departement, zou basis- en secundair onderwijs het liefst opgedeeld zien in drie blokken van vier jaar, maar erkent dat dit niet haalbaar is en houdt daarom vast aan de huidige structuur van drie graden in het secundair.
De eerste graad moet zo breed mogelijk worden. Om de aansluiting met het basisonderwijs te vergemakkelijken wordt voorgesteld om de lesuren van vijftig minuten te vervangen door blokken van twee à drie uur. Het merendeel van de lessen bestaat uit een basispakket, waarbij een grotere aandacht aan cultuur en technologie besteed wordt. Een viertal uren per week zal men kunnen kiezen uit een van de vier zogenaamde 'belangstellingsgebieden'. Die gebieden (grosso modo 'natuur en techniek', 'talen en cultuur', 'handel en economie' en 'gezondheid en samenleving') vervangen de huidige opdeling in aso, tso en bso. Daarnaast komen er ook nog twee 'keuze-uren' die mogelijk besteed zullen worden aan remediëring, iets wat volgens de experts een structurele plaats in het lesaanbod moet krijgen. Hoewel het een punt is dat voor veel discussie zorgde, wordt er in het plan voor geopteerd om Latijn niet langer als vak aan te bieden in de eerste twee jaren.
Na die eerste twee jaren blijft men die belangstellingsgebieden aanhouden, maar komt er een opdeling in 'kwalificatierichtingen' en 'doorstroomrichtingen'. Die kwalificatierichtingen komen overeen met het huidige bso en zijn erop gericht dat de leerlingen na zes of zeven jaar aan de slag kunnen gaan. De doorstroomrichtingen zijn het huidige tso en aso en hebben als uitdrukkelijk doel het hoger onderwijs. De commissie wijst erop dat overgangen van kwalificatie- naar doorstroomrichting en van het ene naar het andere belangstellingsgebied zoveel mogelijk gegarandeerd moeten blijven.
Het aantal studierichtingen zou wel gereduceerd moeten worden, al benadrukken de experts dat er in het plan geen besparingsmotief zit.
De vakbonden werden naar eigen zeggen amper betrokken bij het maken van deze blauwdruk. Hun reacties zijn wisselend. Hugo Deckers van het socialistische acod kan zich best vinden in het idee van de uitgestelde studiekeuze. "Het is een standpunt dat we zelf ook verdedigen", zegt Deckers. "Op sommige punten zou het voor ons zelfs nog wat verder mogen gaan. In dit plan is er wel nog altijd een opdeling tussen het oude bso enerzijds en aso en tso anderzijds. Maar kom, ik snap dat je een compromis moet sluiten."
Wat met de leerkracht?Het christelijke coc van Jos Van der Hoeven is minder enthousiast "Ik stel vast dat heel wat ideeën uit de proeftuinen (experimenten voor onderwijsvernieuwing in bepaalde scholen, KH) komen", aldus Van Der Hoeven, "en dat terwijl die nog niet eens geëvalueerd zijn." Ook bij het liberale vsoa is er twijfel. "Ouders horen graag dat er geen aso, bso of tso meer is, maar in welk 'belangstellingsgebied' steek je Latijn-wiskunde dan? En zal elke school elk gebied aanbieden, of blijft er een opdeling?", reageert Luc Van den Bosch. "In dat laatste geval vraag ik mij af of er veel verandert. Het zijn mooie principes, maar wat zit erachter?" De vakbonden stellen zich ook vragen over de rol van de leraar. "Ik vraag mij af in welke mate hier rekening zal worden gehouden met het personeel", zegt Van der Hoeven.
Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om een blauwdruk en niet om een vastomlijnde hervorming. "Maar het verleden heeft mij geleerd dat dit soort blauwdrukken vaak bewaarheid wordt", zucht Van den Bosch.