16/02/09, 10u55
De excentrieke Luke Steele schuift zijn cultgroep The Sleepy Jackson even opzij voor een nieuw project waarmee hij de liefde verklaart aan alles wat kitsch was aan de jaren tachtig. Het resultaat? Een prachtplaat.
De Australiër Luke Steele is altijd al een beetje kierewiet geweest. Toen zijn platenfirma een paar jaar geleden een groots opgezet promotiefeest gaf om zijn nieuwste cd - toen nog als The Sleepy Jackson - aan de samengetroepte media voor te stellen besloot hij in laatste instantie om niet op te treden, en de muzikanten in zijn band komen en gaan als de dagen van het jaar. Empire of the Sun, een nieuw nevenproject met Nick Littlemore van het elektronicaproject Pnau, borduurt verder op het breed uitgemeten, haast theatrale geluid van The Sleepy Jackson, en versterkt die met het soort eighties pop dat spontaan herinneringen oproept aan de soundtracks van Top Gun, Miami Vice en - guilty pleasure alert! - Dirty Dancing. Voor wie de dertig gepasseerd is, ligt de nostalgie dus breed uitgemeten op loer, maar dat hoeft jongere luisteraars niet af te schrikken. Net zo goed hoor je op Walking on a Dream immers echo's van het Welshe elektropopgezelschap Neon Neon en het hippe Franse Phoenix. Goede verstaanders weten daarmee genoeg: Empire of the Sun grossiert in luxueus gearrangeerde popmuziek waar synthesizers en keyboards steevast de overhand halen, en de teksten balanceren op de slappe koord tussen kitsch en ironie.
Opener 'Standing on the Shore' zet meteen de bakens uit: weelderig gearrangeerd, met een achtergrondkoortje - en bij nader inzien, ook een gitaarmotiefje - dat spontaan herinneringen oproept aan de gestileerde, tijdloze popmuziek van Prefab Sprout. Ook de twee volgende nummers, de titelsong en 'Half Mast' klinken als potentiële hitsingles, zitten zo goed in elkaar dat het haast lijkt of ze van kop tot teen uit refreinen zijn opgebouwd. Het is muziek die je zin geeft om in een auto met open dak langs het strand van Los Angeles te rijden en naar de meisjes te kijken die er, rollerskates nog aan de voeten, een ijsje eten. U denkt er uiteraard het uwe van, maar ik vind het een pluspunt als een cd dat soort associaties oproept. Ter vergelijking: de jongste Metallica doet me aan de strafkampen van het ijzige Siberië denken. Wie dan kan kiezen, weet het wel. Variatie troef bovendien. Het instrumentale 'Country' schetst een beeld van hoe americana zou klinken als keyboards er de plak zouden zwaaien in plaats van akoestische gitaren. En 'The World', op zich een titel waar geen Nobelprijs mee te verdienen valt, slaat dan weer een brug met het beste van Mercury Rev: groots en breed gearrangeerd, maar tegelijk toch prettig gestoord.
Wie zijn muziek graag ruw, rafelig en luid lust, kan dit debuut met een gerust hart aan zich voorbij laten gaan. Om er even Fleetwood Mac bij te halen, een groep met wie Empire Of The Sun in de Britse pers vaak vergeleken wordt: dit is meer Tango in the Night dan de bluesperiode met Peter Green. Wie daarentegen kickt op glasheldere, elektronische pop met klaterende refreinen en een zomerse feelgoodfactor, houdt na het deleten van twee mindere nummers, het wat flauwe 'Delta Bay' en 'Without You', een iets te lang uitgesponnen ballad waarmee de plaat uitgeleide wordt gedaan, een beknopte vijfsterrenplaat over. (Virgin) (Bart Steenhaut)
DOWNLOAD EERST: 'Walking on a Dream', 'Standing on the Shore', 'Half Mast'