I Love Techno: Vijf zalen, miljoenen beats, één gigantische discotheek
35.000 fuifnummers verzamelden zaterdagnacht in de immense hallen van Flanders Expo. De dertiende editie van I Love Techno bewees dat dance populairder is dan ooit.
Dance is al lang niet meer een aparte niche in het muziekgebeuren. Waar I Love Techno eertijds overwegend bevolkt werd door wezens die alleen 's nachts naar buiten fladderen, zag je nu alle lagen van de bevolking tussen 18 en 28 zich reppen van zaal naar zaal. I Love Techno anno 2007 had veel weg van de indooreditie van een zomerfestival. Een groot deel van de acts die aantraden, viel namelijk al te zien op de podia van Rock Werchter of Pukkelpop.
Flanders Expo golfde als één gigantische discotheek, waarbij nog nooit zoveel toeschouwers zo vroeg de hal bevolkten. Vroeger hesen de interessante namen zich pas ver na middernacht achter de draaitafels, maar zaterdag lagen ze verspreid over heel de avond. Het was verder veelzeggend dat na de afzegging van 'hoofdact' Underworld er niet één klacht bij de organisatoren binnenkwam. De cross-overpopulariteit van artiesten als Boys Noize, Goose en Justice zorgde er al genoeg voor dat het grote publiek het gebeuren omarmde als een oude vriend.
Waar de gevierde namen speelden, raakten de diverse rooms niet alleen goed gevuld, maar werd er moeiteloos doorgestoomd. De nachtraven zapten er echter vrolijk op los. De acts moesten fel van zich afbijten en elke automatische piloot werd genadeloos neergehaald. In die mate faalde het fel gehypete
Simian Mobile Disco (*) jammerlijk. De stormloop op de Blue Room was groot, maar de flauwe en nauwelijks coherente liveset (of wat daarvoor moest doorgaan) bleek minder opwindend dan een spelletje dammen. Veel teleurgestelde fuifnummers verlieten al snel de zaal en we konden hen geen ongelijk geven.
In de zaal daarnaast draaide op hetzelfde moment
Boys Noize (****), alias Alexander Ridha. Hij sprak sterk tot de verbeelding door de vaak duistere ondertoon in zijn electrotechno. De Duitser vormde niet het enige hoogtepunt voor middernacht. Ook
Trentemøller (****) leverde een verre van faciele set af, die nochtans heel de zaal aan de leiband hield. De Deense muzikant testte tergend wat zijn publiek als dance wilde slikken, maar pikte telkens op adembenemende wijze de draad weer op. Zijn set was subtiel en energiek, een zeldzame combinatie.
Dat het anders kon, bewezen de Red en de Green Room. Wat onder meer botte blikslagers als
Adam Beyer (**) en
Rush (*) daar bij elkaar bonkten, was enkel bestemd voor de laagste levensvormen. Nee, geef ons dan maar de felle lichtheid van eigen bodem die zowel
Dr. Lektroluv (***) als
Goose (****) uit hun hoge hoed toverden. Ook helder was de stuiterende pop van het vooraf zwaar bediscussieerde Britse
Klaxons (***). De Britten worstelden met de sound van de Orange Room, maar gaven hun beste Belgische optreden tot nu toe. Het publiek zong haast alle songs mee en trok zich van de muurtjes in de hoofden van de diehardtechnoliefhebbers niets aan. Daarna lieten we alles een beetje op ons af komen. Veel toeschouwers hadden hetzelfde idee en zochten afgemat de eetstalletjes op.
Toch hebben we in de vroege uurtjes nog genoten van een gedegen set van
Digitalism (***) en de Vlaming
Marco Bailey (***), beter op dreef dan ooit. Toen we evenwel een reeks tegenvallers, waaronder een ronduit vervelend
Alter Ego (**), moesten slikken, hebben we de enorme massa en de luide beats vaarwel gezegd. (Koen De Meester)
I Love Techno In Beeld