dossier

Recensies

AC/DC - Black Ice

De vijftiende cd van AC/DC (****) is nauwelijks begonnen of de herinneringen aan 'Highway To Hell' komen al boven. 'Rock N Roll Train' (de eerste single, ook) bevat meteen alle handelsmerken die je door de jaren met de Australische groep bent gaan associëren: een hoekige, furieuze gitaarriff, een pompend ritme dat met de blik op oneindig vooruit marcheert en een zanger die zingt alsof hij zijn strakke lederen broek een maatje te klein heeft gekocht. Niets nieuws onder de zon, kortom.

Meer nog: Black Ice klinkt van de eerste noot tot de laatste zoals je dat verwacht zou hebben. Maar in het geval van AC/DC is dat goed, zelfs geruststellend nieuws. Vooral omdat de groep na twee ondermaatse cd's de vorm van haar grote dagen weer terug heeft gevonden. Zowel titel als hoes leggen nadrukkelijk de link naar Back In Black, de plaat die 28 jaar geleden van AC/DC een van de grootste rockgroepen ter wereld heeft gemaakt. Maar ook de songs grijpen terug naar dat creatieve hoogtepunt van de band.

Alsof ze een nieuw laagje asfalt hebben gegoten over hun vertrouwde Highway To Hell. Terwijl Ballbreaker ('95) en Stiff Upper Lip ('00) destijds waren opgebouwd rond één uitstekende single, heeft de nv Angus Young dit keer opnieuw een dik dozijn songs uit de snaren geschud die met een minutieuze precisie de essentie van de rock-'n-roll in een paar minuten weten te vatten. Inhoudelijk stelt het allemaal niet zoveel voor - Brian Johnson heeft het als vanouds over donder, bliksem, regen, vuur en wulpse vrouwen - maar uit de muziek spreekt het soort primaire opwinding zoals je die ook ervaart als je na jarenlang op de bank zitten plots het beslissende doelpunt maakt in de wereldbeker voetbal.

Ik zeg maar wat. Zet Black Ice in de wagen op en gegarandeerd druk je tijdens uptemponummers als 'Wheels', 'War Machine' en de potentiële hit 'Spoilin' For A Fight' het gaspedaal iets harder in dan strikt genomen is toegestaan. Het toepasselijke 'Decibels' trekt dan weer een strakke blues aan en 'Money Made', van voren tot achteren een riff die zodra hij in je hoofd zit daar niet meer weggeraakt, vindt met succes een evenwicht tussen de jonge Rolling Stones en oude Aerosmith.

Dat Black Ice op creatief vlak een wedergeboorte inleidt is in niet geringe mate de verdienste van Brendan O'Brien, een man die eerder zijn sporen verdiende bij Bruce Springsteen en Pearl Jam. Hij heeft het zware, haast toegebetonneerde geluid van AC/DC uitgezuiverd, alle overbodige vet weggesneden en enkel het strikt noodzakelijke overgehouden. Precies daardoor klinkt de groep clean en krokant, en hebben ze nog aan dynamiek gewonnen.

Meteen de enige verandering waar de groep zich op laat betrappen. Net zoals bij Status Quo, The Ramones of de sprekende klok weet je precies wat je van AC/DC mag verwachten. En de groep gaat geen enkele moeite uit de weg om aan die voorspelbaarheid tegemoet te komen. Hoe essentieel of overbodig Black Ice is hangt dus vooral af van hoe goed of slecht je de vorige veertien cd's van de groep vindt.

Voor de slechte verstaanders: AC/DC heeft een AC/DC-cd gemaakt en dat was het beste dat ze konden doen. Beeld je de nachtmerrie in mochten ze zich plots tot jazz of techno hebben bekeerd. (Bart Steenhaut)

Black Ice van AC/DC verschijnt morgen bij SonyBMG.
17/10/08 12u12
      mailIcon Mail een vriend(in)      printIcon Printversie

Recensies

Alles over

Factfiles

dossier

Recensies



http://the-acap.org/acap-enabled.php © De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.