07/10/08, 10u18
Het was erop of eronder voor Studio 100 en het is erop. De musical Daens
(****) doet moeiteloos alle herinneringen aan de film vervagen. Maar soms zit er iets niet in de haak.
Niet alleen in het acteren van de hoofdpersonages overtuigt Daens, ook het hele vakmanschap van de show wekt bewondering.
Alle ervaring die de makers de afgelopen jaren hebben opgebouwd mondt uit in deze musical. Wat Studio 100 presteert om van het voormalige postsorteercentrum Antwerpen X een fraai tijdelijk theater te maken met goede akoestiek en luxueuze foyer is een krachttoer op zich. Alleen al daarom zou een bezoekje de moeite waard zijn, maar blijf ook gerust voor de voorstelling. Die kleurt braafjes tussen de lijnen van het genre, maar dat gebeurt met veel knowhow.
Dat de musical netjes de film van Stijn Coninx volgt, is niet verbazingwekkend. Die film, over de priester die tegen de zin van zijn kerk de wantoestanden van de arbeiders in het negentiende-eeuwse Aalst aanklaagt, was eigenlijk een musical zonder songs.
Het zijn juist die songs die voor een verrijking zorgen. Als Daens zit te wachten in het Vaticaan op zijn audiëntie bij de paus, vraagt hij zich af of al die grandeur wel de manier is om zijn god te eren. Die vertwijfeling maakt van Daens een nog menselijker figuur. Die menselijkheid zit ook in de vertolking van Van den Eynde. Hij zet een rustige, vriendelijke Daens neer, maar met veel ingehouden woede. Je ziet hem langzaam groeien in zijn idealen. Als hij uiteindelijk in zijn soutane tussen carnavalsvierders staat, vraag je je af wie het valse kostuum draagt.
Dirk Brossé componeerde ook zijn beste musical tot hiertoe. Hij verstopt zijn melodielijnen niet langer in vergezochte laagjes, maar puurt ze uit waardoor ze het verhaal beter dienen. De teksten van Allard Blom zorgen vaak voor mooie metaforen. Zo omschrijft hij het vreselijke leven van de arbeiders als een leven "op maat van de industrie, zonder melodie". Die melodie vinden ze uiteindelijk in de figuur van Daens.
Regisseur Frank Van Laecke heeft een 48 meter breed podium en hij leeft zich uit. Ook hij is in zijn regies al een tijdje aan het vereenvoudigen en hier worden monumentale scènes van de fabrieken, of de pracht en praal van het Vaticaan afgewisseld met rustige momenten zoals de wijdheid van de Denderoevers.
Zowat alle rollen zijn goed bezet ook qua zang. Jo De Meyere als bisschop Stillemans is groots en zijn scènes met Van den Eynde zijn eten en drinken voor het publiek. En wat is er gebeurd met Jelle Cleymans? De knul uit Spring is zowaar een acteur geworden die met veel naturel en grote geloofwaardigheid de rol van socialist Jan De Meeter brengt. Hij mag gerust naast Van den Eynde en De Meyere staan. Zijn liefdesscène met Nette (Free Souffriau) is ontroerend, maar Souffriau speelt te braaf en te proper. Zij mist brutaliteit, hoekigheid.
Af en toe echter, schiet de musical zijn doel gewoon voorbij. De zeer lange eerste akte leunt bijvoorbeeld meer naar theater, dan musical. Dat helpt de balans niet.
Onderpastoor Ponnet is hier helaas een stripfiguur geworden en dat wordt niet geholpen door het karikaturale spel van Chris van den Durpel. Zijn solo waarin hij in een kitschdroom zichzelf ziet als paus, compleet met bisschoppen op een autostep, staat te haaks op het naturalisme van de rest van de show. (Wilfried Eetezonne)
Daens loopt nog tot eind januari in het postsorteercentrum Antwerpen X.
www.daens.be