18/02/08, 11u40
Er was een tijd waarin je drama queen Mark Eitzel niet op een podium bezig kon zien zonder al eens door plaatsvervangende schaamte overvallen te worden. Maar nu zijn oude groep
(****) een tweede en opvallend montere comebackplaat heeft gemaakt, mag het er live uitgelaten aan toe gaan.
Natuurlijk kregen we ze nog wel te horen, die zure oprispingen van zelfbeklag. Al in zijn allereerste bindtekst had Eitzel - onafscheidelijke hoed en baard, licht aangeschoten - het over 'de tijd toen ik nog vrienden had'. Wat later heette het 'sorry dat ik zo stink', en het al even plompverloren 'Amsterdam is zo móói, maar hier voel ik me thuis' zei natuurlijk meer over hemzelf dan over onze hoofdstad. Alleen is tegenwoordig duidelijk dat Zijne Zwartgalligheid van dat alles zelf ook de humor inziet. Meer zelfs, tussen de nummers door ging Eitzel zo enthousiast en mimisch op in zijn hilarische causerieën dat Urbanus zowaar je gedachtengang binnenschreed. Snel over naar de muziek nu.
Het concert had niet beter kunnen beginnen dan met het mijmerende 'All My Love'. Terwijl de muziek zachtjes voorbijdreef, zette Eitzel het op een onbeteugeld croonen, zonder dat dat de geloofwaardigheid van de song aantastte. Een heksentoer. Bij wijze van contrast mocht het stormachtige 'Home' meteen daarna ook alle andere registers opengooien, terwijl even later 'Wish the World Away' in regelrechte punkrock ontaardde. Eitzel een treurwilg? Een robuuste eik zult u bedoelen.
De twee jongste groepsleden, bassist Sean Hoffman en drummer Steve Didelot, toonden zich ondertussen niet alleen een betrouwbare ritmesectie, ze hadden ook mooie harmoniezang in de keel. Toch was het naast Eitzel vooral gitarist en oudgediende Vudi die de aandacht naar zich toe trok met zijn typische twilight twang, die American Music Club mee groot heeft gemaakt, zij het dan in kleine kring. Minpunten? De breed uitgesmeerde zang van Eitzel wou al eens tegen het maniërisme aanleunen, en over de hertimmerde, trage rockversies van 'Why Won't You Stay' en 'Western Sky' konden we alleen maar denken: ze hadden hun momenten, maar het hadden er toch veel meer kunnen zijn.
Maar wie had anderzijds ooit gedacht dat American Music Club zou kunnen overtuigen met een feestelijk, als door een Mexicaanse fanfare voortgeduwd nummer als 'I Know That's Not Really You'? Daarenboven bleek dat songs als 'Johnny Mathis' Feet' of 'Another Morning' in hun merkelijk gespierdere versies evengoed aan je ribben bleven plakken. Ook al drong zich daarbij veeleer een lach, en niet langer een traan aan je op. Hoe dan ook: een kwarteeuw na de oprichting kunnen we u de muziek van American Music Club alleen maar blijven aanbevelen. (Kurt Blondeel)
American Music Club speelt op 16/3 nog in de 4AD in Diksmuide.