De Morgen

Onze 40 favoriete platen van 2010

24/12/10, 07u00

Zou het olielek van BP en de gitzwarte aswolk van Eyjafjallajökull zo'n zware invloed gehad hebben op het humeur van de pop-en rockredactie? De jaartop van De Morgen legt alleszins opvallend vaak een voorliefde voor treurige tunes bloot.

Toch wisten ook vrolijke dansriedels, beenharde metal, opzwepende Afrobeat en klinkklare pop hun weg te vinden naar de favorietenlijst. Doe uw voordeel met onze veertig favoriete platen van 2010!

Door Pieter Coupé, Bart Steenhaut, Pieter-Jan Symons, Gunter Van Assche, Alex  Vanhee en Wim Wilri
  • 1. The National – High Violet “Sorrow found me when I was young. Sorrow found me, sorrow won.” In de mond van een mindere zanger zou zoveel zelfmedelijden alleen maar plaatsvervangende schaamte oproepen. Bij The National krijg je evenwel het gevoel dat iemand lelijk huishoudt in je hartkamers. Als een bal stuitert de donkere bariton van Matt Berninger tussen seks, romantiek, verwarring en wroeging, terwijl de rest van de Brooklynse band - bestaande uit twee twistende broederparen - treurnis verheft tot hymnes. BESTE SONG: Bloodbuzz Ohio
    2. John Grant - Queen Of Denmark Op zijn solodebuut slaat John Grant de handen in elkaar met Midlake. Dat huwelijk levert een schat aan fluwelen songs op, waarbij de ondraaglijke lichtheid van het bestaan verzwaard wordt door een molensteen om de nek. Zowat elke song geeft onderdak aan loden eenzaamheid en gezwollen liefdesverdriet. Dat levert tegelijk een elegant spel op van tristesse, 70s-chic en romantische strijkers die Scott Walker en Patsy Cline spontaan voor de geest brengen. BESTE SONG: Where Dreams Go To Die
    3. Vampire Weekend -Contra Zoals ze op Rock Werchter 2010 het feestje in de tent van twee jaar terug moeiteloos overdeden op het grote podium, zo is ook de tweede plaat van deze jongens uit New York een flinke stap richting popperfectie. En daar hadden ze niet veel meer voor nodig dan een handvol kwikzilveren melodieën, een stel rinkelende gitaren en een stuk of wat opzwepende Afrikaanse ritmes. BESTE SONG: Holiday
  • 4. Perfume Genius - Learning Bont en blauw. Zo oogt Mike Hadreas - alias Perfume Genius - op haast alle promofoto’s, en zo blijft ook de luisteraar achter na Learning. Ons konden ze alvast op een hoopje samenvegen na zijn hartverscheurende ontboezemingen over (zelf-)moord, drugsmisbruik en seksuele molest. De songs van Perfume Genius - denk aan Beirut, Nick Drake en Sufjan Stevens - schoffelen je humeur onder een dikke laag herfstbladeren, maar soms hoéft een mens niet vrolijker te worden om zich beter te voelen. BESTE SONG: Learning
    5. Arcade Fire - The Suburbs “The Suburbs is de plaat die voor Arcade Fire zal doen wat OK Computer destijds voor Radiohead heeft gedaan: de groep bevestigen als één van de belangrijkste van haar tijd,” schreef onze (BS) toen de derde langspeler van Arcade Fire in de rekken lag. We wensen het hen graag toe: na de epische hymnes van Funeral, de doem en het verval op Neon Bible, mag het Canadese zevental vaker arena’s vullen met z’n kwetsbare maar grootse songs over jeugdige overmoed en ouderwetse weemoed. BESTE SONG: Ready To Start
    6. Local Natives - Gorilla Manor Fleet Foxes, Grizzly Bear, Arcade Fire en Cold War Kids zijn de eerste namen die je voor de geest komen op deze plaat. Niets nieuws onder de zon, horen we u zeggen? Think again! Het Californische vijftal slaagt er in om die overduidelijke invloeden te versmelten tot een fantasierijke mélange. Zo zwiept Arcade Fire met zijn Vloot Vossenstaarten rond in een zinderend ‘Camera Talk’, en verklaren hongerige Grizzly’s de Koude Oorlog aan ‘Airplanes’ op Afrikaanse zandgronden. BESTE SONG: ‘ Airplanes
  • 7. Gorillaz - Plastic Beach Om maar gelijk een open deur in te trappen: de eco-plaat Plastic Beach is inderdààd even intrigerend en avontuurlijk als haar gastenlijst doet vermoeden. Lou Reed, Snoop Dogg, de helft van The Clash, Bobby Womack, De La Soul, Mos Def en Mark E Smith tekenden samen met Damon Albarn en tekenaar Jamie Hewlett voor een ravissante recyclage van genres, die geen moment tweederangs aandoet. Dit is Gorillaz pur sang. En om in Franse terminologie te blijven: een grand cru. BESTE SONG: Stylo
    8. Yeasayer - Odd Blood Het schitterende debuut All Hour Cymbals liet je indertijd al achter met het schuim op de lippen, maar Yeasayers zelfverklaarde “Middle Eastern-psych-snap-gospel” is er alleen maar weelderiger én compacter op geworden, zo blijkt uit het retrofuturistische Odd Blood. Van wereldse electronica tot spirituele psych-pop, en van Tears For Fears over Talking Heads tot roodhuidenfunk: met Odd Blood heeft Yeasayer dé formule gevonden om de indianendans opnieuw trendy te maken. BESTE SONG: Madder Red
    9. The Divine Comedy - Bang Goes The Knighthood Dat Neil Hannon een begenadigd componist en tekstschrijver is, wisten we intussen wel. Ook nu weer slaagt de Noord-Ierse stilist er trouwens in om de missing link te leggen tussen Randy Newman en Burt Bacharach. Maar meer dan ooit weet hij zijn songs over alledaagse wissewasjes een tijdloze grandeur te laten uitstralen. Bang Goes The Knighthood mag dan nauwelijks affiniteit vertonen met de hitparade, maar de vanzelfsprekendheid waarmee Hannon je geloof in popmuziek herstelt, is onnavolgbaar. BESTE SONG: The Complete Banker
  • 10. The Gaslight Anthem - American Slang Waarom Springsteen zo’n zwak heeft voor deze groep? De vier muzikanten hangen een geluid aan als de prille E Street Band, en bij zanger Brian Fallon springen beelden van beregende straten je zo voor ogen. American Slang vormt geen stijlbreuk met hun vorige cd, maar je voelt dat de rockgroep deze keer een breder publiek voor ogen heeft: alles klinkt grootser en gestroomlijnder. De songs zijn stuk voor stuk voortreffelijk. BESTE SONG: ‘Queen of Lower Chelsea’
    11. Foals - Total Life Forever Op zijn debuut Antidotes kon het voor deze band uit Oxford niet snel genoeg gaan, en volgde de ene kortaangebonden lap punkfunk na de andere. Met een Peter Van de Veire-effect als gevolg: aanstekelijk maar vermoeiend. Op Total Life Forever gunnen de Britten zichzelf en de luisteraar meer ademruimte, met als resultaat een even tegenstrijdige als betoverende cd - ergens tussen Talking Heads en Radiohead in. BESTE SONG: Spanish Sahara
    12. Beach House - Teen Dream In januari, toen Victoria Legrand en Alex Scally hun derde plaat uitbrachten, was het al duidelijk: voer voor de jaarlijstjes. Een langoureus, gracieus en zelfs majestueus geluid tilde de songs van dit duo uit Baltimore mijlenver boven de middelmaat uit. Ook live had Beach House de wind in de zeilen: in februari nog in een klein zaaltje van de Botanique, in november in een uitverkochte AB. BESTE SONG: Take Care
  • 13. Balthazar - Applause Balthazar jongleert volop met moodswings en minimalisme, waarbij de ritmesectie een stevig fundament vormt voor gitaren, violen, toetsen en blazers. Geen noot teveel op deze plaat, maar ook geen melodie te weinig. Na een handvol muzikale omwentelingen en een half decennium experimenteren, blijkt het debuut Applause die ellenlange incubatietijd effectief méér dan waard. BESTE SONG: Blood Like Wine
    14. I Am Kloot - Sky At Night Ergens lacht de duivel in zijn vuistje: terwijl mindere goden - we noemen geen namen - Sportpaleizen vullen, buigen de jongens van I Am Kloot nederig het hoofd voor elke platenpief die nog een gram vertrouwen in hen stelt. Ongelooflijk eigenlijk: Sky at Night is niets minder dan een wereldplaat. Of zoals Guy Garvey van Elbow stelde: “I Am Kloot vertelt in de prachtigste bewoordingen hoe wanhoop smaakt, hoe donker de eenzaamste nacht is of hoe diep de meest bodemloze put is.” BESTE SONG: To The Brink
    15. Kanye West - My Beautiful Dark Twisted Fantasy Kanye West raakt weg met een toast for all the douchebags, met overstuurde klavecimbels, een vocodersolo en een potpourri van ideeën. My Beautiful Dark Twisted Fantasy wordt soms onder druk gezet door tranerige mea culpa’s en zelfgenoegzame barok, maar toch overheerst het ego van West nooit écht. Fantasy biedt dan ook een intrigerende kijk op hiphop anno 2010. Als je abstractie kunt maken van de egomaniak aan het roer, hou je een hoogst avontuurlijke luistertrip over. BESTE SONG: Monster
  • 16. Massive Attack - Heligoland Zeven jaar na het ondoordringbare 100th Window - in se een verholen soloproject van rapper 3D - werd Massive Attack opnieuw een volwaardig duo, en keren de grondleggers van de triphop terug met een sombere, claustrofobische cd. Die blijft desondanks toch ten allen tijde toegankelijk. Een opvallende gastenlijst ook, met Guy Garvey van Elbow, Gorillaz-frontman Damon Albarn en Mazzy Star-zangeres Hope Sandival in glansrollen. BESTE SONG: Paradise Circus
    17. Black Mountain - Wilderness Heart Het is allesbehalve een schande wanneer je muziek doet denken aan Black Sabbath. Maar Black Mountain wilde dit jaar méér. Met Wilderness Heart traden ze buiten hun niche, omarmden ze softere stijlen als country en flirtten ze zelfs met pop. Nu en dan slingeren ze je nog wel eens het melkwegstelsel in met scheurende riffs op ‘Let Spirits Ride’ maar op de keper beschouwd moet hard op deze plaat plaats ruimen voor hart BESTE SONG: Buried By The Blues
    18. Buurman - Mount Everest Nederlandstalige rock zorgt al te vaak voor krullende tenen en fronsende wenkbrauwen - maar niét zo met Geert Verdickt achter de microfoon. Verhalen en emoties die over ons allen kunnen gaan - en ook weer net niet - worden gekleurd door een epischer instrumentarium en vormen zo de overtreffende trap op hun al uitstekende debuut Rocky (Komt Altijd Terug). Je hoort niet eens dat ze uit Limburg komen! BESTE SONG: ‘Rockster’
  • 19. Gil Scott-Heron - I’m New Here De man die de ‘Winter In America’ voorspelde, verkeert nu zelf in de herfst van zijn leven. Maar onder de vleugels van XL-recordings oprichter Richard Russel maakt hij een van de meest eigentijdse platen van het jaar. Waar de word-flow vroeger precies en intens was, opteert Scott-Heron nu voor trager, meer introspectief gepreek. Doorspekt met vettige synths, desolate beats en een diepe grom charmeert hij een heel nieuwe generatie. BESTE SONG: Ill take care of you
    20. Arno - BrussId Wordt het niet hoog tijd dat we Arno de Brel van deze generatie gaan noemen? Na beluistering van Brussld - zijn unieke ode aan de grauwste en toch meest levendige stad van ‘t land - is het onmogelijk te ontkennen dat hij zijn voorlopige magnum opus heeft afgeleverd. En net zo min als de knetterende kater die hij op ‘Black Dog Day’ bezingt, is het onmogelijk om deze Brussld van je af te schudden. BESTE SONG: Elle Pense Quand Elle Danse
  • 21. The Black Keys - Brothers Op Brothers treffen Dan Auerbach en Patrick Carney je midscheeps met een mix van garageblues, soul en bezwerende voodoo, waarbij hun roots geen moment verloochend wordt. Toch sloopt het duo net zo goed muren. Zo trekt een discobeat en glamfalset groeven, en klinkt de blues opvallend frivool. Zonder schaamrood op de wangen mag dit vernuftige werkstukje zich posteren naast Attack&Release of Rubber Factory. BESTE SONG: ‘Next Girl’
    22. Flying Lotus - Cosmogramma U wilde al zo lang een gids doorheen het universum? Staakt het zoeken! Steven Ellison aka Flying Lotus noemt zich op Cosmogramma uw cicerone. Dat hij z’n luisteraars onvermijdelijk naar een zwart gat loodst, moet een mens er dan maar voor lief bij nemen. De term space opera werd bedacht voor deze ode aan Ellisons groottante Alice Coltrane, waarop vette bassen, sloophamerbeats en zinderende tunes de lat opnieuw een stuk hoger leggen voor elke laptop-atleet. BESTE SONG: And The World Laughs With You
    23. Swans -My Father Will Guide Me up a Rope to the Sky “Swans are not dead”, zo stond in januari 2010 op de MySpace te lezen van deze band, die in 1996 zijn laatste teken van leven gaf. Dat die mededeling wel degelijk als een dreigement gold, bleek toen My Father… uitkwam. De withete noise uit de eighties is ingeruild voor bezwerende folk, maar net dat uitgepuurde geluid maakt Swans’ nihilisme des te indringender. BESTE SONG: ‘Jim’
  • 24. Olafur Arnalds - ...And They Have Escaped the Weight of Darkness De IJslandse Olafur Arnalds zette zijn eerste stappen in hardcore- en metalbands, maar op deze tweede cd grossiert hij in neo-klassieke soundscapes waar op gezette tijdstippen wat electronica doorheen komt gewaaid. Qua sfeer vertoont zijn rond verstilde piano opgebouwde composities verwantschap met de platen Sigur Rós en Jóhann Jóhannsson, landgenoten waar hij zelf zeker niet voor onder hoeft te doen. BESTE SONG: Glypa Okkur
    25. These New Puritans - Hidden Af en toe duikt er zo’n band op die zijn vleugels wijd uitslaat en zich niet laat beperken door de ‘regel van drie’ voor popsongs: drie akkoorden en drie minuten. Deze Nieuwe Puriteinen tonen zich op Hidden van hun meest rekkelijke kant met een mix van kamermuziek, dubstep en experimentele elektronica. Bombastisch? Zeker, maar toch voor spectaculair goed gedaan. BESTE SONG: Attack Music
    26. Gonjasufi - A Sufi and a Killer Zonder concurrentie de vreemdste snuiter van 2010: Sumach Ecks alias Gonjasufi. Met de productionele steun van onder meer Flying Lotus maakte deze yogaleraar-weeddealer een cd die klinkt alsof hij is opgenomen over een oude cassette waarop nog flarden staan van Nina Simone, Parliament, Robert Johnson, Bad Brains, Bollywood-soundtracks en een stonede hiphopcompilatie. BESTE SONG: ‘Sheep’
  • 27. Holy Fuck - Latin Bizarre evolutie maken deze Canadezen door: heette hun liveset vroeger altijd stukken beter dan hun plaatwerk, dan leken ze er anno 2010 op het podium minder goed in te slagen de adrenalinekick op te wekken die je bij Latin wél telkens voelt. Wat er ook van zij, met zijn kort door de bocht gierende beats en zijn almaar sneller voorbijvlammende melodieën is deze cd alvast een verplichte auditieve slipcursus. BESTE SONG: ‘Stilettos’
    28. Band Of Horses - Infinite Arms Band of Horses grossiert in een geluid waarbij je spontaan aan Neil Young - en specifieker die van Harvest - moet denken. In de songs, hoofdzakelijk geschreven door Benjamin Bridwell terwijl zijn vrouw zwanger was van hun eerste kind, primeert de melodie. De instrumentatie is rijk en gevarieerd maar niet overdadig, en je voelt de liefde voor het ambacht in elk arrangement. Baanbrekend en vernieuwend is het allemaal niet maar het blijft wel hangen. BESTE SONG: ‘Laredo’
    29. Villagers - Becoming A Jackal Je als twintiger toeleggen op het oeuvre van Hermann Hesse, Hitchcockiaanse beeldtenissen verwerken in je songs en dat alles presenteren met cohones ter grootte van rijpe pompoenen: Conor O’Brien van Villagers deed het alles in één jaar. Met enkele betoverende liveshows daar bovenop, mocht hij zich dit jaar helemaal op de moderne folktroon van Conor Oberst hijsen. BESTE SONG: ‘Pieces’
  • 30. Deerhunter - Halcyon Digest Ambient punk die zowel op de koffie gaat bij Mark E. Smith als My Bloody Valentine. Fans van het eerste uur kunnen dan wel mijmeren over de crispy gitaren van weleer, maar deze plaat is vele malen extremer: ze legt je hersenen Hannibal Lecter-gewijs te braden - bij voorkeur in hertenvetstof. Voor wie ‘s nachts liever niét slaapt. BESTE SONG: ‘Coronado’
    31. The Walkmen - Lisbon The Walkmen: of hoe een zootje ongeregelde garage indierockers besloot om hun overduidelijke kwaliteiten eindelijk eens voor 200% te benutten. Van een koerswijziging gesproken: op Lisbon tref je zelfs een kerstsong aan. Nu blijft het alleen nog afwachten wanneer die slagader in de nek van Hamilton Leithauser finaal springt. BESTE SONG: ‘Blue As Your Blood’
    32. Midlake - The Courage of Others Met The Courage of Others kwam dan toch een eind aan de winterslaap, die vier jaar geleden na de prachtige culthit ‘Roscoe’ werd ingezet. Op deze plaat wordt de Britse folkscene van de jaren ’60 ogenschijnlijk geplunderd: Steeleye Span, Pentangle en Fairport Convention werpen hun schaduw op twaalf liedjes waarin broos verlangen en vergankelijkheid heersen. De perfecte zondagavondplaat, dachten wij spontaan. BESTE SONG: ‘Small Mountain’
  • 33. Isobel Campbell & Mark Lanegan - Hawk De bitterzoete rêverieën van de Schotse chanteuse Isobel Campbell en Mark Lanegan zijn altijd je aandacht waard geweest. Ook Hawk is geen uitzondering op die regel. Deze plaat verleent het uitgeholde cachet “tijdloos” opnieuw enige betekenis. De moderne Lee Hazlewood en Nancy Sinatra zetten hun tentje op in het muzikale landschap van de deep south, en zoeken hun heil in Americana, blues, freejazz. Een Schot in de roos. BESTE SONG: ‘Come Undone’
    34. Jónsi - Go Met zijn eerste soloplaat slaat de frontman van Sigur Rós een andere richting in, al hoor je regelmatig echo’s van die band of Jónsi’s nevenprojecten. Het verschil? Alles mag wat uitbundiger. Op die manier troont deze Ijslandse sneeuwuil je mee doorheen zijn magistrale wonderland: daarbij doemen spontaan beelden voor je ogen op, van tropische nevelwouden, sneeuwwitte landschappen en gletsjers. BESTE SONG: ‘Grow till Tall’
    35. Ariel Pink’s Haunted Graffiti - Before Today Nam Ariel Pink voetstoots aan dat popsongs beter varen bij statische ruis en stoorzenders, dan zweert de Californische freakfolkie vandaag bij loepzuivere popdeuntjes. Al dwingt hij die tunes wel nog steeds om met zevenmijlslaarzen te waden doorheen de muziekgeschiedenis, van 60s-psychedelica tot 80s-synths.Die aanpak levert vreemd genoeg geen muzikaal monster van Frankenstein op, maar wel een even prachtige als eigenzinnige collageplaat. BESTE SONG: ’Hot Body Rub’
  • 36. Tame impala - Innerspeaker Deze vier Aussies omhelzen all things retro, maar weten zich daarmee van een bloeiende toekomst te vergewissen.Wie een gretig afnemer is van Sgt.Pepper, Steppenwolf, Cream, Pink Floyd of Kyuss, zal zijn hart ophalen bij Tame Impala. Zo is het godzalig wegdromen op hun zonovergoten grooves. Naar de duivel met opium en LSD! Tame Impala is de perfecte drug om veilig hallucinerend je dagen door te komen. Wàt een verslavend plaatje... BESTE SONG: ‘Solitude is Bliss’
    37.Volbeat - Beyond Hell/Above Heaven Adrenalinejunks vonden dit jaar hun gading bij het Deense Volbeat. Deze vierde plaat is de meest toegankelijke, en betekende meteen ook een doorbraak naar het grote publiek. Het viertal omschrijven blijft moeilijk, ze worden zowel gelabeld als alternatieve metalband, dan wel powerrock of punk. Ze schrijven songs zoals Green Day, gemixed met melodische hardrock en een vleugje beenharde Slipknot-beats. Het energiepeil gaat bij Volbeat nooit onder rood. BESTE SONG: ‘Heaven Nor Hell’
    38. Robert Plant - Band Of Joy “Satan, your kingdom must come down,” bezweert Plant je aan het eind van een spiritual. Zijn eigen solotrip neemt evenwel een hoge vlucht. Na het met lof en awards overladen Raising Sand, overtuigt hij andermaal met een plaat die songs van eigen makelij afwisselt met covers van Los Lobos, Low, Townes Van Zandt of Barbara Lynn. Wachten we nog op een herenigd Led Zeppelin? Tuurlijk! Maar beter deze glorieuze Plant dan de kans op een verwelkte Zep. BESTE SONG: ‘Satan’
  • 39. Avi Buffalo - Avi Buffalo Als The Shins die Neil Young-nummers naar hun hand zetten. Zo klinken ze dus, deze verwarde tieners uit een zonnige, eenentwintigste-eeuwse Amerikaanse voorstad die wat met elkaar en met hun muziekinstrumenten rommelen omdat ze geen aansluiting vinden bij hun leeftijdsgenoten. Zolang dat naïeve, tijdloze gitaarpop als op dit debuut oplevert, wensen we Avi Buffalo een langgerekte puberteit toe. BESTE SONG: ‘What’s In It For?’
    40. Manic Street Preachers - Postcards From A Young Man “Onze laatste kans op massacommunicatie”: zo noemde James Dean Bradfield de tiende studioplaat van de Manics. En inderdaad, ook deze plaat lijkt weer bedoeld om een gigantisch publiek aan zich te lijmen. Dat zit er nu blijkbaar opnieuw niet in, maar het zou zonde wezen als dit de laatste noodkreet wordt van de band uit Wales. Met een plaat die nauw aansluit bij Everything Must Go tonen de Manics zich opnieuw op een melodieuze piek. BESTE SONG: ‘Golden Platitudes’
mailIcon printIcon | Meer bookmarks |

Akkoord? Niet akkoord?

Deel jouw mening met meer dan 100.000 muziekfans