Ze zien er wat uit als lome woestijntrollen en worden in de markt gezet als briesende stoner rockband. In Diksmuide bewees Wooden Shjips met een rijkdom aan melodieën dat die definitie totaal te kort schiet.
Een concert van Wooden Shjips staat of valt altijd bij de door de bandleden geconsumeerde hoeveelheid relaxerende softdrugs. Niet te veel, maar zeker niet te weinig. Zo zijn er precedenten waarbij ze zo ver heen waren dat de drummer pas na een half uur in de set besefte dat hij moest invallen. Bovendien generen de spacerockers zich allerminst voor zulke onzorgvuldigheden. Wooden Shjips is namelijk het soort band die uitsluitend muziek maakt om de grote rock'n'rolldroom te kunnen beleven. Hun onophoudelijk touren maakt dat ze maar zelden hoeven terug te keren naar hun ordinaire dagjobs en het uitbrengen van platen beschouwen ze als een vehikel om het circus draaiende te houden. In het verleden mocht al blijken dat ze wel eens licht over het maken van die platen durven gaan, maar met het vorig jaar verschenen West stapelden ze de lofbetuigingen op.
Maandag voelde je al na de eerste paar noten dat dit concert helemaal goed zou zitten. In het onder fuzz begraven spacy gitaargeluid wisten ze hier en daar een naar krautrock neigende groove te verstoppen. Het leek wel alsof Hawkwind en Crazy Horse in volle snelheid op mekaar af vlogen - met een machtige explosie tot gevolg. Tijdens enkele van de sonische hoogtepunten merkten we bovendien ook nog eens een hint op naar verfomfaaide jazz. Drummer Omar Ahsannudin toonde zich een student van Marky Ramone in de zin dat hij genoeg had aan wat schaarse roffels om een ruggengraat op te zetten. Voeg daar nog de meedogenloos repetitieve baslijnen van Dusty Jermier aan toe en je kreeg een standaard jazz-kader waarin Erik 'Ripley' Johnson de meest indrukwekkende psychedelische geluidskleuren en melodieën uit zijn gitaar kon toveren. Verpozende dansmuziek, waarbij je op de uitgesponnen songs je hoofd helemaal leeg kon maken.
Het zag er ook nog eens imposant uit. Zo werden de visuals van de Amerikaanse kunstenares Sanae Yamada niet achter maar op de band geprojecteerd. Het maakte het des te makkelijker om verzwolgen te worden in die lucide trip van congruerende charivari. 'Black Smoke Rise' en 'Crossing' voelden aan als een onstuimige rit op de rug van een riffmonster. Alleen organist Nash Whalen stond wat apathisch te gapen, zijn feilloze prestatie ten spijt.
De beperkende stempel 'spacerock' houdt doorgaans muzikaal conformisme en een retrogevoel in. Dat vooroordeel wordt nog eens versterkt door de bandnaam die een knipoog is naar een song van Crosby, Stills & Nash (of naar Jefferson Airplane, hangt er van af aan welk bandlid je het vraagt). Toch zagen we met Wooden Shjips een muzikale vernieuwer aan het werk die indrukwekkend grenzen hertekende.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.