Jack White is niet vies van een gimmick meer of minder. Met The White Stripes hield hij consequent de kleurenkombinatie rood-wit-zwart aan, en zwoer hij bij de rudimentairste drums ¿en gitaarbezetting. De samenwerking met Meg behoort zoals bekend inmiddels voorgoed tot het verleden, maar zijn liefde voor visuele spielereien is er sindsdien niet minder op geworden.
Momenteel is White op tournee met twee verschillende bands die al naargelang het humeur van de baas op het podium gesommeerd worden. De ene mannelijk en zwart in het pak, de andere vrouwelijk in witte jurken. Of het muzikaal veel verschil uitmaakt is twijfelachtig, maar het pleit alleszins voor hem dat hij kosten noch moeite spaart om originele ideeën in de praktijk te brengen.
In Werchter viel de keuze op de heren, en na een wat aarzelende start ontvouwde de set zich tot een strak geregisseerde jamsessie waar White niet alleen grasduinde in het repertoire van zijn satellietgroepen, maar tussendoor eveneens solomateriaal uit Blunderbuss presenteerde.
Het zag er niet alleen geweldig uit - de kleurencombinatie zwart en wit werd met turquoise aangevuld, dit keer- maar zo klonk het ook. Je hoorde een viool die wat extra klankkleur bood, en een orgel dat brieste als een Brabants trekpaard. Het akoestische 'We're Going To Be Friends' gaf aan dat de songs van White in een somber kader niet aan kracht inboetten, terwijl 'I Cut Like A Buffalo', 'The Hardest Button To Button' ervoor zorgde dat het geheel toch rauw, organisch en -vooral- bluesy aandeed. En eens die monsterriff van 'Seven Nation Army' werd ingezet, leek het even of de finale van de wereldbeker voetbal al aan de strafschoppen toe was. Resultaat? Eén van de beste optredens die het festival de eerste twee dagen voortbracht.
(Main Stage, vrijdag 18u40)

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.