Wim Wilri −
18/12/11, 17u27
(Foto: Alex Vanhee).
Vier jaar geleden kreeg hij er al eens een eerbetoon door het kruim van de culturele sector, maar dit weekend trad Urbanus helemaal alleen op in een vol Sportpaleis. Zonder bombarie, wel met veel muziekjes en een koffer vol humor. De striptekenaar die terug zanger en komiek wou worden mag dan een oude vos zijn, zijn streken had hij nog niet verloren. Dat hij nog steeds op handen wordt gedragen, bewijzen vier volle Sportpaleizen en de gouden plaat die Urbanus vrijdagavond mocht ontvangen.
Daar stond hij dan in dat immense Sportpaleis. Urbanus zelf, klaar om tien jaar na zijn laatste zaalshow opnieuw de confrontatie met het publiek aan te gaan. Met een aerodynamische wortel op zijn hoofd, en de mededeling dat hij met de fiets gekomen was. O nostalgie. Deze confèrence was dan ook opgevat als één lang carrière-overzicht. Urbanus fietste inderdaad zigzag door zijn repertoire, maar bracht ook nieuwe liedjes en knipoogde met de regelmaat van de klok naar de actualiteit. Zo moest zijn vadsige cavia wel Maggie heten, naar de nieuwe staatssecretaris.
Een man en zijn gitaar*Urbanus Zelf!* was de titel van deze show, en dat was ook wat de 13.000 toeschouwers voorgeschoteld kregen. Geen gastzangers, geen balorkest, geen confettikanonnen. Slechts één man en zijn gitaar. Die af en toe een attribuut ging halen om dat podium iets minder gigantisch te doen lijken. Urbanus mag dan elke parochiezaal van Vlaanderen en Nederland hebben platgespeeld, dit was onbekend terrein. Eén enkele Vlaamse cabaretier deed het hem voor en gold hier als inspiratie. Maar de humor van Alex Agnew is veel bombastischer, de gebaren breder, de lach luider. Urbanus kwam soms erg breekbaar over in het Sportpaleis. In liedjes als 'Rustige ouwe dag' of het prachtige 'De aarde', maar ook met het oeroude 'Gigippeke', gezongen in plat Vlaams-Brabants dialect. "Iets van begin de jaren '70, toen mijn naam nog zo klein op de affiche stond dat de mensen dachten dat ik de drukker was. En zie mij hier nu staan", straalde de zanger.
Het publiek telde zeven Zottegemse zotten en bestond voorts uit drie generaties: leeftijdsgenoten, dertigers die zijn cassettes grijs hadden gedraaid maar ook hun kinderen, die Urbanus enkel kennen als striptekenaar en -figuur. "Zing allemaal mee, dan denkt de pers dat er ambiance is", knipoogde Urbain Servranckx meermaals. Dat deed de massa vooral bij kinderliedjes als '1-2-3 Rikke tikke tik' en 'Hittentit', gebracht vanop een ronddraaiend molentje. Het waren meer lange bindteksten tussen de liedjes in dan losstaande sketches, maar Urbanus' heilige drievuldigheid van de humor kwam uiteraard uitgebreid aan bod: de katholieke kerk ("Zijn er hier veel kindjes in de zaal? Ah, en zijn er hier veel pedofieltjes in de zaal?"), de politiek ("Het Europees parlement? Dat is een asielcentrum voor politiekers die in eigen land klop vrezen te krijgen") en onze multiculturele samenleving ("Er waren eens twee allochtonen... Maar dàt is al lang geleden, niet?").
Te klein hoerenkotjeVoor de pauze lag het tempo wel hoger in het Sportpaleis en was de lach guller dan nadien. De nonchalance waarmee de zanger zijn gitaar stond te stemmen had nog iets, het stroperige eerbetoon aan zijn dochter Liesa minder. Urbanus koos er bovendien voor om enkele nieuwe songs als 'Mieke Middelvinger' en het wisselvallige 'Pek en Veren' samen te bundelen en kleedde het intimistische deel in door op een stoel in een hoerenkotje te gaan zitten. Maar daarvoor was de zaal te groot en de massa te ongeduldig. Het schuifelen op de zitjes maakte pas weer plaats voor handgeklap en getier toen Urbanus zich als Italiaanse goochelaar verkleedde ("Niks trucare, no foefelare!"), om dan ook de schlagerparodie 'Gladde Iolen' en evergreen 'Bakske vol met Stro' te brengen.
Even een dipje dus, maar belangrijker was vast te stellen dat Urbanus nauwelijks door de mand viel. Het oprechte enthousiasme waarmee de kleinkunstenaar het publiek bedankte (na de fraaie bisronde met 'Madammen met een bontjas' en 'Quand les Zosiaux') doet bovendien vermoeden dat dit geen eindhalte is voor de 62-jarige Tollembekenaar. De culturele centra kunnen maar al best een gaatje in hun agenda vrijhouden.
Urbanus Zelf!, ook nog op donderdag 22 en vrijdag 23 december in het Sportpaleis. Voor die eerste datum zijn er nog enkele tickets. Meer info op www.sportpaleis.be.