Noel Gallagher's High Flying Birds in AB: Songwriter zkt. band ***

Bart Steenhaut − 03/12/11, 13u04
Foto Alex Vanhee

Met zijn recent verschenen solo-debuut onderstreepte Noel Gallagher wie het échte talent bij Oasis was. Qua songs moest de cd alvast niet onderdoen voor Definitly Maybe of (What's The Story) Morning Glory. En goed: Noel is meer een muzikant dan een frontman, maar de belofte om live ook een handvol Oasis-classics te spelen zorgde ervoor dat zijn concert in de Brusselse Ancienne Belgique donderdagavond in een oogwenk was uitverkocht.

<spring:message code='commonMessages.loading' />
Of het ooit nog goed komt tussen Oasis? In een aantal recente Britse interviews gaf Noel Gallagher aan dat hij open stond voor het idee, maar toen we hem voor het optreden in Brussel spraken leek een reünie hem te absurd voor woorden, en liet de gitarist doorschemeren dat de Engelse pers zijn woorden had verdraaid. Niettemin is de kans klein dat de gebroeders Gallagher nooit nog samen op het podium zullen staan, en wanneer de tijd rijp is -als Definitly Maybe straks twintig jaar oud wordt, bijvoorbeeld- komt de reünie er vast toch. Maar goed: first things first.

Vorig jaar brachten de drie achterblijvers van Oasis al een redelijke cd uit als Beady Eye, al kwam de band live nadien wél bijzonder opwindend uit de hoek. In diezelfde AB was het donderdag omgekeerd. Noel heeft de songs, en zelfs als frontman trok hij zich zeer behoorlijk uit de slag. Maar de vier huurlingen die hij om zich heen had geschaard genereerden zelden vuurwerk samen. Degelijk en competent, dat wel. Maar misten de bevlogenheid van een hechte band. Noel begon voorzichtig met '(It's Good) To Be Free' en 'Mucky Fingers', twee Oasis-songs die kennelijk vooral tot doel hadden de spieren een beetje los te spelen. Het klonk wat meer pop dan dat je van een geboren rocker zou verwachten, en uiteraard vlogen de sixties-referenties je weer om de oren. Maar af en toe ploegde de band toch wat te gezapig door de set, en kregen songs als 'Everybody's On The Run' en 'Freaky Teeth' niet het relief mee dat ze verdienden.

Dat viel des te meer op als Noel Gallagher het geluid terug stripte en hij de songs vanuit akoestische gitaar opbouwde. 'Wonderwall' -meegescandeerd als een voetbalhyme, of wat dacht u- klonk in de uitgepuurde versie minstens even goed als het origineel, en ook 'Supersonic' liet een overtuigende indruk na. Het nieuwe 'AKA...What A Life!' was nadien nog beter, en 'Soldier Boys  And Jesus Freaks' - inclusief een zoemend orgeltje dat zo uit  Sgt. Peppers werd gelicht- kon de vergelijking met zijn beste werk ook doorstaan. Opvallend, trouwens, hoe goed het publiek die nieuwe songs al in het hoofd had zitten.

De bisronde werd opnieuw helemaal voorbehouden aan Oasis-classics. Geen zwaktebod: het blijven tenslotte Noel z'n nummers, wat meteen verklaart waarom Beady Eye ze links laat liggen. En zowel 'Little By Little' als de fraaie apotheose -het als laatste toegift opgespaarde 'Don't Look Back In Anger'- maakten er toch nog een mooie finale van. Het was goed, maar er had meer ingezeten. Gallagher liet zélf overigens ook al doorschemeren dat de muzikanten met wie hij nu op het podium staat makkelijk inwisselbaar zijn. De songs heeft hij al. Het kan dus tegen de zomerfestivals alleen beter worden.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />