Brett Anderson werkt zich in het zweet in het Stuk ****

Pieter-Jan Symons − 06/10/11, 14u44

Britpop, haute cuisine

ls een van de diva's van de Britpop scheerde Brett Anderson in het voorjaar nog hoge toppen aan het roer van moederschip Suede. Maar met een vierde soloplaat in zijn borstzak bewees hij ook als zichzelf zijn mannetje te kunnen staan.

<spring:message code='commonMessages.loading' />
  • Foto's Alex Vanhee
    Foto's Alex Vanhee
Nee, ons een paladijn van de Britpop noemen zou een flagrante leugen zijn. We zijn ooit in een verhitte cafédiscussie zelfs zo ver geweest dat we Oasis, Blur en Suede in dezelfde deelverzameling cockney gitaarrock stopten. Het neemt niet weg dat we - niet eens op een onbewaakt moment - meteen gecharmeerd waren door het vakmanschap dat Anderson als frontman aan de dag wist te leggen. Hij trok een cocon op rond zichzelf en blies die boordevol energie, zonder zich ook maar even aan te trekken of hij het publiek al dan niet aan zijn kant had.

Er werd ons op voorhand gemeld dat Anderson solo blijk zou geven van minder pathos en het moet gezegd: hij en zijn band beukten zonder omkijken. De gitaar kreeg ademruimte en mocht resoneren, wat meteen voor een meer natuurlijk aquarel achter het popicoon Brett Anderson zorgde. Hoewel uit de vaak aanstekelijke refreinen toch mocht blijken dat een portie epiek hem nog steeds niet vreemd is.

Aanvankelijk dachten we nog dat er op die formule met de catchy refreinen en de huilende gitaarlicks nogal snel haar zou gaan staan, maar Anderson wist met verve de gezapigheid te omzeilen. Niet in het minst omdat de hele band al na een handjevol nummers nat in het zweet stond. Ja, het was loeiwarm, maar er werd wel degelijk hard gewerkt op het podium van het Stuk.

Daarnaast had hij natuurlijk ook wat sterke songs bij. 'The Hunted' klonk rijp voor de stadions, 'Brittle Heart' droop van zijn sexy charme en 'The Swans' werd in de staart uitgesponnen naar een kokende finale. Een inkijk in de haute cuisine van de Britpop, als het ware.

We zijn er nog niet helemaal uit of Anderson ons nu overtuigd heeft ons tot het Angelsaksische popdom te bekeren, maar een optreden als dit overstijgt elk genre. Klasse, charme, sterke songs, een strakke band en enkele emmers zweet. Wat kan popmuziek heerlijk simpel zijn.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />