Gunter Van Assche −
16/09/11, 06u46
Foto Alex Vanhee
dm review
Sinds Beirut de radiogolven veroverde met 'Nantes', heeft België de groep van Zach Condon dicht aan de borst gedrukt. In de AB bevestigde Beirut zijn status als publiekslieveling. Al liet de weinig dynamische set soms ook ruimte voor kritiek en geroezemoes.
We geven grif toe: veel aanleg voor wereldoriëntatie hebben we nooit gehad. Toch durven we er gif op innemen dat je Beirut op de wereldkaart situeert tussen de Balkan, Mexico en de Méditerranée. Hoe zou de gelijknamige groep anders komen aan zo'n perfecte bouillabaisse van zomers Frans chanson, Oost-Europese folk en mariachimuziek?
In de AB werden exotiek en fanfarestemming evenwel iets meer naar het achterplan gemanoeuvreerd, in het voordeel van ingetogenheid. Méér nog: zelfs de opzichtige synth die 'Santa Fe' kenmerkt, stuurde zijn kat naar Brussel. Die soberheid stond helaas ook in de weg van een dynamisch concert. Niet dat de songs druilerig voortkabbelden, maar veel tempowissels of verrassingen hield de set niet in petto.
Blazers en accordeon speelden een hoofdrol in haast alle songs, terwijl Zach Condon zelf zijn tijd verdeelde tussen trompet, ukelele en piano. Maar het was vooral met zijn prachtige, ietwat gebroken stem dat hij hoge ogen gooide. Een groot stembereik heeft hij nooit gehad, maar zijn intense voordracht kan een klein vijvertje laten bevriezen. Condon zong trouwens beter dan vroeger: sinds de drankduivel is bezworen, doet de warrige zanger zijn songs meer eer aan op het podium.
Ook de setlist was opmerkelijk. Beiruts oeuvre werd democratisch vertegenwoordigd (zelfs uit de EP's werden songs geplukt!), maar het zwaartepunt lag gevoelsmatig op de laatste plaat The Rip Tide.
Niet het minst omdat Condon die songs met de grootste liefde en zorg behandelde: 'Goshen' en 'East Harlem' werkten zich zonder veel moeite op tot de hoogtepunten van de avond. In dat eerste nummer zocht Condon de piano op, terwijl de rest van de band heel behoedzaam toenadering zocht. Haast beschroomd, alsof ze bang waren om de fragiele stemming om zeep te helpen. In 'East Harlem' lonkte Ben E. King dan weer met enig joie de vivre om de hoek.
Tel daarbij de paradepaardjes 'Nantes', 'The Gulag Orkestar' en een wondermooi 'Postcards from Italy' en je bleef uiteindelijk toch weer een tikkeltje ademloos achter.