Pieter-Jan Symons −
09/03/11, 12u44
(Foto Alex Vanhee).
Sinds hij in 2005 doorbrak met Back To Bedlam ging heel de wereld plat voor de Britse songwriter James Blunt. De ex-officier die nog onder de NAVO-vlag in Kosovo ging toekijken vult sinds zijn hit 'You're Beautiful' gigantische concerttempels over de hele wereld. In Vorst dinsdag viel op dat een opmerkelijk deel van zijn publiek bestaat uit dolenthousiaste vrouwen die nog het liefste het te strakke grijze T-shirt van zijn tengere lijf hadden gescheurd.
Met Julian Perretta werd er trouwens voor een voorprogramma geopteerd dat voor eens volledig in de lijn van het hoofdprogramma lag en ons nog verraste ook. Perretta is fysiek een wat volwassener en soulvoller versie van onze eigen Jasper Erkens, donkere krullen, lippen waar elk veertienjarig meisje haar poëzieboekje over vol schrijft en een attitude die hun aandacht zal weten vast te houden zolang er posters bij de Joepie blijven zitten.
Met 'Wonder Why' heeft het idool in wording alvast zelf een klein hitje vast maar leuk dat hij met 'Cooler Than Me' ook een duim omhoog stak naar Mike Posner, zijn grootste concurrent die afgelopen zondag in Botanique onze collega op z'n minst kortstondig wist te charmeren. Maar gezien de mooie handen van zowel Mark Ronson als Beyoncé die Perretta boven het hoofd gehouden worden, lijkt het erop dat we niet al te snel van hem verlost zullen zijn. Een erg fijn en geheel terecht voorprogramma, maar meer zat er vooralsnog niet in.
Als de sfeer er toen al niet in zat, trok James Blunt het hele circus meteen op gang door achterin de zaal te verschijnen, een spurtje richting podium te trekken en meteen steviger af te trappen dan we aanvankelijk gedacht hadden. Blunt beheerst de onderschatte kunde een simpele popsong te schrijven die reeds vanaf het tweede refrein meegezongen kan worden en de carnavalsfeer toch weet te omzeilen. Je gunt hem zijn succes ook alleen al voor de dankbare en haast amicale manier waarop hij met zijn publiek omgaat, heel wat anders dan pakweg de arrogante eikels van de Kings of Leon. Vreemd dan ook dat mensen in het publiek het nodig vinden tijdens een nochtans prachtig ingetogen pianoversie van 'Goodbye My Lover' zich als prematuure debiel kenbaar te maken en wanker door heel de zaal roepen.
Dat verdiende Blunt niet want hij deed werkelijk zijn best om zelfs de grootste critici in de zaal geboeid te houden, met songmateriaal en interactie met het publiek maar zeker ook door de productie met videoschermen en de speeltuin waarin de band zich mocht bewezen. Het mocht duidelijk wat kosten. En net wanneer de aandacht even dreigde te verslappen smeet hij er een van zijn ondertussen vele hits tegenaan. 'You're Beautiful' was een kippenvelmoment en dan volgde er nog een stevige hattrick in de bissen met 'Into The Dark', 'Stay The Night' - waarbij hij de Jack Johnson in zichzelf losliet - en een meegekrijst '1973'.
Of je nu voor of tegen die met meer dan voldoende pathos gezongen akoestische folkpopsongs bent, ontkennen dat James Blunt zowel qua songschrijven als performance een natuurkracht is, is onmogelijk. Wie ook maar enige commentaar heeft wordt trouwens volledig gelyncht door zijn leger vrouwelijke fans wiens aandacht geen moment van zijn torso weg gedirigeerd kon worden. Blunt wordt aanbeden als een god en hoewel we zelf absoluut zo ver niet willen gaan, verdient hij alle aandacht.