Stromae hinkt op twee benen in Brusselse Botanique ***
Gunter Van Assche −
16/12/10, 11u12
Faithless op salonformaat
De Franstalige Stromae bewees in de Brusselse Botanique dat hij alleszins meer is dan een one-hit wonder. (Foto Alex Vanhee)
Stromae speelde dinsdag zijn allereerste zaalconcert in ons land. De Brusselse electrorapper had het afgelopen jaar dan ook de handen vol. Met 'Alors on danse' scoorde hij in heel Europa de grauwste zomerhit ooit: een hymne over wanhopige genotzucht die zo'n anderhalf miljoen keer over de toonbank ging en tot in Ibiza de dansvloeren vulde.
Stromae ging Faithless achterna, maar dan zonder grote arena. Het bleef huiselijker en minimalistischer
Dankzij of ondanks? die defaitistische song schopte Paul Van Haver, alias Stromae, het tot favoriet op de Music Industry Awards (MIA's), rijfde hij een European Border Breakers Award binnen voor zijn internationale succes en werd hij dinsdagavond na het concert bedacht met platina voor de verkoop van zijn debuut Cheese.
Tijdens die show in de Botanique ontpopte de Franstalige artiest met Rwandese roots zich opmerkelijk genoeg tot een Faithless op salonformaat: huiselijker en minimalistischer dan de Britse groep. Meer nog: alsof hij alle criticasters preventief de mond wilde snoeren, flirtte hij zelfs met 'We Come 1' in zijn eigen 'Silence'. Vooral tijdens 'House'llelujah' en 'Peace or Violence' kwam de invloed van Maxi Jazz en Sister Bliss sterk uit de verf: voor een zee van opgestoken V-tekens voerde hij dezelfde slungelige dansjes uit als Maxi, terwijl de kille synthlijn van 'Insomnia' gecamoufleerd in de outro passeerde. In 'Alors on danse' ging de saxofoonlijn dan weer over in 'Pump up the Jam' van Technotronic.
Zo opwindend als die song klonk, zo duf zette Stromae de show echter in. De melodieuze welkomstgroet 'Bienvenue chez moi' werd onder schril pubergekrijs verkocht als veredelde karaoke. Maar net op het ogenblik dat we ons in een Japanse bar waanden, werden twee handlangers als levenloze poppen door Stromae zelf het podium opgedragen. Een van hen bleek de zoon van Dani Klein te zijn, die instond voor percussie en synths.
In die bezetting gaf de Brusselse ket een hoogst charmante show, waarin minimalistische electropop, inventieve decors en een intelligent spel met licht de aandacht trokken.
Ook de eregast van de avond maakte indruk: Arno deelde even het podium met Stromae tijdens een aan Lady Gaga (!) schatplichtige renovatie van 'Putain putain'. De harmonicasolo's en grauwe strot van 'le plus beau' kwamen evenwel een stuk doorleefder en steviger uit de hoek dan de monotone zang van Stromae. Hoewel die zich in zijn voordracht duidelijk modelleerde naar Jacques Brel, legde de bombastische reprise van 'Alors on danse' al snel bloot dat aan Van Haver geen grootse zanger verloren is gegaan.
En zo hinkte de set voortdurend op twee benen. Het ene moment stond je vol bewondering te gapen naar een dreigend 'Dodo', maar even later ergerde je je blauw aan de slabakkende flow en lange bindteksten. Werk aan de winkel dus. Maar een one-hit wonder blijkt Stromae alleszins niet.