De Morgen

Mark Ronson brengt schimmige eightieskitch naar AB **

Gunter Van Assche − 19/11/10, 09u50
Mark Ronson: een wankele zanger, amateuristische gitarist en middelmatige dj. Foto Alex Vanhee

DM review  Hoe snel kan iemand van z'n sokkel donderen? Producer Mark Ronson had er exact een halfuurtje voor nodig. Hoewel de ontdekker van Amy Winehouse en Lily Allen twee amusante platen onder eigen naam heeft uitgebracht, werd hij live genekt door een gebrek aan flow én podiumallure. Zelfs Boy George, die de show stal, kon het tij niet keren.

Ronson bewees net iets te uitvoerig dat zijn feestneus van dubieuze makelij was. Geen moment kon de show een vaste flow aanhouden. Zo sleepte het concert zich naar de bisronde als een sputterende en hoestende Trabant. Bovendien had de geroemde producer zijn vroegere blazerssectie wandelen gestuurd. Stom, want al gauw bleken net die trompetjes de covers van Radiohead, Zutons of The Smiths zo festief te maken.

De ceremoniemeester met het spierwitte haar bestendigde en passant ook zijn reputatie als middelmatige dj. "Ik wil Brussel zien veranderen in een fuckin' New Yorkse nachtclub", schreeuwde hij dapper uit, waarop de stroom het liet afweten na een eerste scratch. Algauw kreeg je spijt dat het ding niet finaal dienst weigerde: een fluttige mix van Depeche Mode met Pharoahe Monch en Duran Duran volgde, goed voor de eerste bedenkelijke blikken in het publiek.

Die situatie verergerde toen zangeres MNDR een dronken karaoke maakte van 'Bang Bang Bang', en na een mismeestering van haar eigen 'Fade To Black' zelfs bedacht werd met boegeroep.

De wrevel bij het publiek was niet verwonderlijk: dit feestje kwam nooit echt op stoom, en overtuigde vooral wanneer rapper Spank Rock, Rose Elinor Dougall van de Pippettes (in het geinige 'Oh My God' van Kaiser Chiefs) of de ex-bassist van Jamiroquai konden schitteren.

Ronson zélf toonde zich dan ook een te wankele zanger en bijzonder amateuristische gitarist in 'God Put a Smile Upon My Face'. Nog een geluk dat hij zich door een half leger liet steunen. Door die grote bezetting klonken in de ouverture 'Circuit Breaker' maar liefst vijf (!) synthesizers naast mekaar in een bombastische hymne, alsof Kraftwerk en Jean-Michel Jarre hun vriendschap zouden bezegelen.

En net voor een erg amusante finale met 'Ride My Bike' en 'Valerie' een handvol meubels kon redden, wist ook Boy George nog voor enige spanning te zorgen, met de discofähige elegie 'Somebody To Love Me'.

Helaas: geen 'Karma Kameleon' die dit concert geheel van gedaante kon doen veranderen.
mailIcon printIcon | Meer bookmarks |

Akkoord? Niet akkoord?

Deel jouw mening met meer dan 100.000 muziekfans