Black Mountain kan lichtende seventies-voorbeelden niet evenaren in AB ***

07/10/10 07u34

Komisch inferno

(archiefbeeld)

De Canadese rockband Black Mountain mikt met zijn nieuwe cd Wilderness Heart complexloos op de Grote Doorbraak. Aan de essentie werd niet geraakt de groep blijft handel drijven in zweterige psychedelica maar het geheel werd wat getemperd door moerassige ballads. Ze klonken nooit beter dan de bands uit de seventies wier sound ze pogen te moderniseren, maar maakten veel goed door hun geestdrift.

Begeleid door gregoriaanse gezangen en onder onheilspellend bloedrode spots betrad het ietwat schuchtere kwintet uit Vancouver het strijdtoneel en met de dringende riff van het titelnummer van die jongste plaat stelden ze meteen onze al zo broze nekspieren op de proef. Hun abjecte bassen en schreiende gitaren klonken alsof ze live doorheen een kosmisch inferno werden gedraaid. De strijdwagen werd getrokken door frontvrouw Amber Webber en zanger/gitarist Stephen McBean, allebei gezegend met stemmen die zowel dreigden als liefelijk contrasteerden met de lage vibraties van de bas.

Ja, Black Mountain klinkt soms alsof ze Master of Reality van Black Sabbath keer op keer proberen te herschrijven, maar met Wilderness Heart trachtten ze hun kijk op psychedelische rockmuziek te verbreden door niet altijd de distortion-pedaal met volle kracht in te drukken. Dat kwam nog het beste tot uiting in het op akoestische gitaar drijvende 'Burried by the Blues', een song die Robert Johnson maar wat graag als begrafenismars zou hebben gewild. Een welgekomen (on-)rustpunt dat volgde op 'Tyrants', een beulskap van een song waarin zoveel gitaargeweld huisde dat het ging lijken alsof onze hersenen zo stilaan hun kookpunt hadden bereikt.

Het essentiƫle verschil tussen Black Sabbath en Black Mountain zat 'm in de stootkracht: terwijl je onmogelijk rond het wildemanpersonage van Ozzy Osbourne kon, stonden deze vijf maar wat lullig op hun berg te drentelen. Muzikaal konden ze onmogelijk een strakkere set afleveren, maar de energieke climax bleef uit. Bijna slaagden ze erin om ons dat met de mantel der liefde te laten bedekken. Zoals bij 'Wucan' een song met zo'n coole gitaarriedel dat het zelfs zonder gebruik te maken van geestverruimende kruiden leek alsof je in een spiraal de melkweg werd ingezogen.

Die psychedelische ondertitel hebben ze dus allesbehalve gestolen en dat werd nog eens extra in de verf gezet door de unheimliche lichtshow die zij die wel een extra portie natuur in hun sigaret hadden gerold een onvergetelijke avond moet hebben bezorgd. Maar al bij al mocht het toch iets meer geweest zijn. (Pieter-Jan Symons)

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant