30/08/10 08u43
Foto Alex Vanhee
Terwijl het Warandepark in Brussel zich vrijdagavond opmaakte voor de eerste bladval, liet Kowlier de zomerzon schijnen over de Feeërieën. Zo bood zijn parcours van reggae en dub een onbezorgd tegenwicht voor de druilerige herfst die zijn intrede deed in de hoofdstad.
-
Zelden zagen we zo'n relaxte frontman op het podium staan
Gezien het intimistische karakter van Feeërieën deed de programmatie van Kowlier weliswaar wenkbrauwen fronsen, maar de uitgeweken Izegemnaar slaagde met Jamaïcaanse vlag en wimpel.
Een statige muziekkiosk in het Warandepark in Brussel vormt jaarlijks het decor voor de Feeërieën, een gratis festival dat zich een week lang ontvouwt in de Brusselse avondschemering. Onder die betoverende naam tekende de AB ook deze editie weer voor intimistische concerten. Die illusie werd overigens moeiteloos in stand gehouden door het idyllische kader van de Feeërieën: talloze sfeerlichtjes versierden de bomen, terwijl de rest van het park baadde in een warmrode lantaarngloed.
In die sprookjesachtige setting leek de komst van Kowliers soundsystem aanvankelijk ontheiligend. "Wuk ne roare spann'nde sfeêr", stelde Kowlier dan ook vast in een mantra tijdens de opener 'Raar', terwijl hij de lampjes in het Warandepark monsterde. Niettemin stuurde zijn in reggae en dub gedrenkte concert je achteraf enthousiast de nacht in.
Opmerkelijk, want we zullen er geen doekjes om winden: de riddims van de reggae kunnen ons in de meeste gevallen royaal aan de reet roesten, en na een ondermaatse tour met De Man van 31 hadden we al helemaal geen goed oog op de toekomst van de West-Vlaamse songschrijver. Gelukkig deelde Kowlier met Otoradio zopas een spectaculaire dreun uit, waarbij de kneuzingen groen, goud en zwart uitsloegen de Jamaïcaanse banier indachtig.
Met dat werkstukje zet de uitgeweken Izegemnaar vandaag overigens de eerste dub/reggae-plaat in Vlaanderen achter zijn naam: een cd die doet denken aan het snedigste van Doe Maar, maar die zich net zo goed aan vlijt tegen de Serge Gainsbourg van Aux armes et cætera of Grace Jones' Living My Life.
Op het podium liet Kowlier zich bovendien omringen door uitstekend volk als gitaarwonder Lazy Horse en toetsenist Peter Lesage. Die laatste werkte zich bijvoorbeeld met glans in de schijnwerpers tijdens een vlammende clavi-solo in 'Bom Bin' een reggaesong van In de fik, die de blauwdruk leek te vormen voor Otoradio. Lesage stuwde dat nummer eigenhandig naar een gewis hoogtepunt in de set.
Hors catégorieMaar net zo'n sier maakte de gemuteerde ska van 'Bad Boy', dat halverwege opgebroken werd door 'Kom Mor Ip'. Daarmee herinnerde Kowlier je in de vlucht nog eens aan zijn verleden met 't Hof Van Commerce. 'Verkluot' overtuigde dan weer in een fel ska-arrangement, terwijl 'Welgemeende' leek voort te borduren op 'Pick It Up' van The Employees, en 'De grotste lul van 't stad' stoeide met geluidseffecten, sirenes en vuvuzela's.
Tijdens die song waren de dansende backings van Kowlier een voldoende lust voor het oog, maar toch overviel je de gedachte dat Kowlier best nog een hyperkinetische toaster naast zich kon verdragen zelden zo'n relaxte frontman op het podium zien staan.
Die attitude kwam gelukkig wel van pas in 'Sloef', waarin een melodica melancholie fingeerde, en Kowlier het idee van pure zorgeloosheid en een landerige zondagmiddag met elkaar wist te rijmen.
In de bisronde bewees "de West-Vlaamse Koen Wauters" zoals de zanger zichzelf ridderde in Brussel ook dat hij zelfs zonder uitstekende begeleiders overeind bleef. Op een voorgeprogrammeerde beat werd 'In de Fik' solo ingezet: niet alleen zijn onberispelijke flow overviel je, maar ook de gedachte dat hij als rapper in de moerstaal hors catégorie blijft. De Ini Kamoze-sample van 'World a Reggae' "Out in the streets, they call it murda" was dan ook raak gekozen: ons kreeg Flip Kowlier finaal tegen de vlakte met deze strakke show. Wil iemand die dutchie nog eens doorgeven langs links? (Gunter Van Assche)