De Morgen

DAG 3: Kele** - Snow Patrol**** - Ash ** - Selah Sue ** - The Drums **** - Soulwax **** - Jonsi ****

22/08/10, 09u10
Foto Alex Vanhee

Het Pukkelpopparcours van recensent Bart Steenhaut (39). Aantal edities Pukkelpop: 17. Beste cd aller tijden: Achtung Baby (U2). Meest compromiterende plaat in huis: Greatest Hits-deluxe edition (Take That)

  • Kele
    Kele
  • Kele
    Kele
  • Snow Patrol met Eva De Roovere
    Snow Patrol met Eva De Roovere
Kele: entertainment zonder meerwaarde**
Als aanvoerder van Bloc Party was Kele (Marquee, vrijdag, **) twee jaar geleden bijna op het punt gekomen dat hij kon afsluiten op het grootste podium van Pukkelpop, maar vorig jaar remde de zanger het groeiproces van de groep eigenhandig af door een sabbatjaar in te lassen. In tussentijd nam Kele een eerste soloplaat op, die  hem vrijdagavond naar de iets kleinere Marquee bracht. Het verschil was dan ook spectaculair. Kele - pro memori: één van de sleutelfiguren uit de Britse indierock- had zichzelf plots heruitgevonden als een fitnessinstructeur die in boksersuitrusting het publiek bestookte met donkere electro zoals die in trendy gaydiscotheken door je trommelvliezen wordt gepompt. 'Walk Tall' hield het midden tussen  iets ouds van Gary Numan en een Amerikaans soldatenlied. Kele - die zich omringd had met een drummer en twee figuren die zich met knopjes en keyboards bezighielden, benadrukte dat hij nog nooit eerder zoveel plezier had gehad op Pukkelpop (een intelligent vermomde sneer naar Bloc Party, eigenlijk) maar viel tegelijk wel regelmatig terug  op het repertoire van de groep.  In medleyvorm, nog wel, iets wat sowieso bij wet verboden zou moeten worden. De Bloc Party-classics - 'One More Chance', 'Flux'- werden vertimmerd tot steriele houseclassics, en zo legde Kele meteen het probleem bloot waar het concert onder gebukt ging: de opwinding van de dansvloer was er wel, maar in één moeite door had de zanger wel de laatste druppel bezieling uit de nummers geknepen. Daardoor werd het entertainment zonder meerwaarde. Een beetje zoals touwtje springen of schaapjes tellen.

Snow Patrol: supersterren van bij de buren****
Snow Patrol (Main Stage, vrijdag, ****) was vorig jaar verantwoordelijk voor één van de beste optredens van Pukkelpop, en kreeg daarom voor deze jubileumeditie opnieuw een uitnodiging in de bus. Ongelofelijk hoe deze band op een paar jaar tot een echte headliner is uitgegroeid, en bovendien over genoeg hits beschikt om die status te rechtvaardigen. Gary Lightbody behoort tot het soort supersterren waar bekendheid en succes nauwelijks vat op schijnen te hebben. Hij praat tegen het publiek alsof het oude vrienden zijn, zoekt voortdurend contact met de massa en probeert de hele weide bij de show te betrekken. Met 'Open Your Eyes', 'Take Back The City' en 'Chocolate' scoorde Snow Patrol meteen een hattrick: compacte, perfect geconstrueerde gitaarrock met refreinen die nog dagen in je hoofd bleven nazinderen. Lightbody -een man droeg elk nummer op aan een act die eerder op de dag al had opgetreden, en zette zodus zowel Villagers, Mumford & Sons als Foals nog even in de bloemetjes. Bij wijze van verrassing had Snow Patrol naast een stel blazers ook de strijkers van Elbow meegebracht. Mooi, want daardoor kregen 'Spitting Games' en 'Run' nieuwe, subtielere versies mee. Alleen: misschien was het niet écht het beste idee om die doorgaans wat tragere uitvoeringen los te laten op een massapubliek dat toch vooral op hits zat te wachten die meegescandeerd konden worden. Lightbody excuseerde zich voor het feit dat ze koste wat het kost een gloednieuw, nog onbekend nummer wilden spelen -het bij de eerste kennismaking al meteen erg fraaie 'Big Broken'- en haalde meteen nadien Eva De Roovere op het podium voor 'Set The Fire To The Third Bar'. Niet alleen ging het duet -oorspronkelijk opgenomen met Martha Wainwright- door merg en been, ook kleurde de stem van De Roovere prachtig bij die van Lightbody. De apotheose- 'Chasing Cars'- was even uitstekend als voorspelbaar, en de bisronde -met 'Just Say Yes'- bleef er eveneens één om in te lijsten. Een terechte topact, kortom.

Ash: oud model, sterke motor**
Het Noordierse Ash (Main Stage, zaterdag, **) stond in 1996 ook al op Pukkelpop. Het feit dat de groep veertien jaar later al als tweede act het podium opmoest  -voor Selah Sue, wiens eerste cd nog moet uitkomen, nota bene- wilde twee dingen zeggen: a) het zijn volhouders en b) ze hebben van ter plaatse blijven trappelen hun handelsmerk gemaakt. De nieuwe nummers -Ash brengt dit jaar bij wijze van stunt liefst zesentwintig singles uit- verschilden bijgevolg niet wezenlijk van de oude, al moet het gezegd dat Tim Wheeler -sympathieke frontman, matige zanger- ze met een ontzagwekkend geloof in eigen kunnen bleef opvoeren. 'Walking Barefoot', 'Girl From Mars' en 'Kung Fu' hielden stand als leuke oefeningen in gitaarpop, al waren het ondertussen toch vooral echo's uit een ver verleden die je in de eerste plaats uit nostalgie aan de borst drukte. Eigenlijk deed Ash nog het meest denken aan een oude wagen: de motor draaide nog even krachtig als voorheen, maar het model was inmiddels wat uit de mode geraakt.

Selah Sue: hype zonder karakter**
Op de eerste, alvast preventief kapotgehypete cd van Selah Sue (Main Stage, **) blijft het voorlopig nog even wachten, maar de voorbije zomers heeft ze al op meer festivals gestaan dan acts waar je met gemak elk groepslid bij de voornaam kent.  Of al die drukte gerechtvaardigd is lijkt twijfelachtig, want zaterdag op Pukkelpop liet het Leuvense zangeresje niet meteen een grootse indruk na. Zeker: ze had een fenomenale stem in de keel zitten, maar het merendeel van de set bestond uit zomerse, zelfs karakterloze pop die je al uit je geheugen had gewist nog voor de songs goed en wel waren afgelopen. Er zat een snuifje soul in, een zucht blues en een korreltje reggae. Maar vaak deed die combinatie te geforceerd aan, en op de koop toe maakte Sue tussen de nummers een heel kille indruk. Van de elf nummers die ze had meegebracht was er er welgeteld één - het onthutsend mooie, aan Charles Haddon opgedragen 'Break'- dat na afloop bleef hangen. Voor de rest bleven vooral de tenenkrullend banale bindteksten bij. Ze had wat 'guys' om zich heen gezameld, trok de songs een nieuw 'jacket' aan, en zette het lichtvoetige 'Crazy Vibes' in 'omdat geluk toch ook belangrijk is'. Bijgevolg was het échte hoogtepunt het vliegtuigje dat tijdens de set boven het festivalterrein cirkelde met een banner waarop een zekere Dania ten huwelijk werd gevraagd. Bij een positief antwoord moest ze zich onmiddellijk naar de uitgang te begeven. Persoonlijk zou ik al ja gezegd hebben om het concert niet helemaal uit te hoeven zitten.

The Drums: met de surfplank op het Zwanenmeer****
Het Amerikaanse evenbeeld van Bent van Looy heet Jonathan Pierce en zingt bij The Drums. Het blonde, kortgeknipte pagekapsel, de net iets te korte, omgeplooide broekspijpen... letterlijk alles deed denken aan de frontman van das pop. Met 'Let's Go Surfing' hebben The Drums (Marquee, ****) alvast de single van de zomer achter hun naam geschreven: opgewekt melodietje waar de geest van The Shangri-La's doorheen spookt, en een refrein dat je effectief zin geeft om die verdomde surfplank op te klauteren, ook al heb je nooit eerder op zo'n ding gestaan en is het jaren geleden dat je de zee nog van, dichtbij zag.  De rest van de cd is eveneens van die aard dat je er spontaan goedgeluimd van wordt. Op Pukkelpop slenterden de vier één voor een - en met een zorgvuldig bestudeerde übercool het podium op. Pierce had als performer nauwkeurig alle poses van zijn held Morrissey bestudeerd, en gitarist Jacob Graham voerde tijdens het spelen een choreografie op die het midden hield tussen een scene uit het zwanenmeer en een parodie op de latste Wim Vandekeybus. Aan goeie songs, potentiële hits zelfs, geen gebrek. 'Book Of Stories' was een somber liefdeslied waar je niettemin de vlinders bij in de buik voelde fladderen, en ook 'Me And The Moon' bouwde mooi naar een hoogtepunt. Maar natuurlijk was het toch 'Let's Go Surfing', dat met de hoofdprijs ging lopen. In die mate zelfs, dat een deel van de tent onmiddellijk nadien alweer deels leeg liep. Wie nu nog blijft staan is een échte, vond Pierce. Aan attitude geen gebrek, deze Drums. Aan toekomstperspectief evenmin.

Soulwax: haring in eigen nat****
Geen idee wie de ingeving had gehad om Soulwax (dancehall, ****) op een zijpodium te programmeren, maar erg verstandig was het niet. Zelfs een blinde kon voorzien dat de volkstoeloop die de Dewaeles tegenwoordig op de been brengen vele keren groter zou zijn dan de capaciteit van zo'n tent. Bijgevolg werd het publiek als haringen in eigen nat bij elkaar geperst, al groeide de set desondanks toch uit een heftig feestje waarbij Soulwax de eigen hits niet alleen in hermixte, vertimmerde, heropgebouwde uitvoeringen aanbood, maar ze bovendien in één langgerekt geheel speelde, als maakten 'E-Talking', 'Miserable Girl' en de euforische afsluiter deel uit van een spetterende dj-set. Stephen en David draaiden aan allerlei knopjes, terwijl de strakke ritmesectie ervoor zorgde dat de beats een stuk vitaler aanvoelden dan wat andere dance-acts doorgaans uit een doosje toveren. De songs mochten dan wel vertrouwd zijn, de oorspronkelijke versies waren inmiddels niet meer dan een vervaagde herinnering. Opvallend ook, hoe de groep nauwelijks communiceerde met het publiek, maar toch een hechte band met het publiek onderhield.  Naarmate het volume werd opgeschroefd, nam ook het aanmoedigende gejoel in de dancehall toe, en klom de set naar een verpletterende climax. Na afloop kon je gewoon naar buiten zwémmen, zo zweterig liet Soulwax de dancehall achter. Een fijne repetitie voor de set van 2manydjs die een paar uur later volgde. In de wereld van de Dewaele's stopt de muziek namelijk nooit. Part of the weekend never dies.

Jonsi: uniek universum****
Weinig artiesten die de kunst om een eigen universum te scheppen zo goed beheersen als Jonsi. Met Sigur Ros trekt hij de luisteraar een kleurrijke sprookjeswereld binnen vol confettimachines, lichtgevende  hemellichamen en rare uniformen.  Maar ook voor zijn soloconcert (Marquee, ****) had hij  het podium in een aparte sfeer ondergedompeld. Op video werden animatiefilmpjes geprojecteerd van overstekende spinnen, fladderende kolibries, en bloeddorstige wolven,  en zowel de zanger als zijn groep waren in een soort lompen gehuld die aan een andere tijd deden denlen. De muziek was evenwel wondermooi als altijd. De hoge, uit de puurste emoties geboetseerde stem is volstrekt uniek, en de combinatie tussen akoestische techno, opzwepende ritmes én verstilde folksongs sloeg aan als eenextra korting tijdens de solden. Vooral de uptempo songs hielden het na drie dagen afgematte Pukkelpop-publiek bij de les, evenals de indianenvermoming waarmee Jonsi het laatste kwartier mee over het podium beende. 'Go Do', 'Boy Lilikoi' en 'Grow Till Tall' waren maar enkele uitschieters in een set die de perfectie benaderde. Een sprookjesachtig einde voor een jubileumeditie die op muzikaal vlak de verwachtingen ruimschoots inlostte, maar toch vooral zal bijblijven als de editie waar twee doden te betreuren vielen. Onwerkelijk hoe complete euforie en onpeilbare tragiek vaak maar op een zucht van elkaar vandaan liggen. Want daar denkt een mens dan over na in de file op de terugweg.
mailIcon printIcon | Meer bookmarks |

Akkoord? Niet akkoord?

Deel jouw mening met meer dan 100.000 muziekfans