Cd van de week: Grace Jones - Hurricane ****

17/11/08, 12u03
Als uitgerangeerde discodiva's na twintig jaar een comeback maken ligt het scenario meestal al van tevoren vast. Ze spreken gereputeerde songschrijvers aan die hen nummers aan de hand doen die eerder door grotere sterren zijn geweigerd, spelen met muzikanten die over hun hoogtepunt heen zijn, en tekenen bij een platenfirma die commercie boven artistieke verdiensten stelt. Het had gemakkelijk het verhaal van Grace Jones kunnen zijn. Niet dus.

Hoe oud ze precies is wil Grace Jones niet zeggen, maar dat het Jamaicaanse seventies-icoon de kaap van de zestig inmiddels genomen heeft, staat niet ter discussie. Haar laatste cd dateert van negentien jaar geleden. In tussentijd nam ze nog twee platen op, maar geen enkele firma zag er brood in, en Jones zakte af naar het discotheekcircuit waar ze begeleid door een bandopname ad infinitum haar oude classics recycleerde. De rehabilitatie kwam er eerder dit jaar, toen ze door Massive Attack werd uitgenodigd op het prestigieuze Meltdown-festival in Londen. De comeback was ronduit spectaculair, en ook de passage op de Lokerse Feesten achteraf was er één om niet licht te vergeten. Ook Hurricane geeft aan dat ze zich goed heeft laten omringen. Niet alleen komt de cd uit op het gereputeerde Wall Of Sound-label, ook de muzikanten die Jones om zich heen verzamelt - onder hen niet alleen Tricky en Brian Eno, maar ook oudgedienden Sly & Robbie - mogen er zijn.

"This is my voice, my weapon of choice" declameert ze als openingsstatement. Het klinkt onderkoeld, een tikje afstandelijk zelfs, maar eens het nummer begint, voel je meteen dat het meer is dan een uitgeholde slogan. De song wordt voortgestuwd door een spartaans ritme, is aangekleed met electrische gitaren die als een geest door de strofes spoken, en geeft meteen aan dat Grace Jones haar vechtlust heeft teruggevonden. "This is technology / mixed with a band", sist ze ergens. En de combinatie zet meteen de bakens uit voor wat nog komen gaat. Grace Jones, een vrouw die je op het hoogtepunt van haar roem in de jaren zeventig en tachtig wilde doen geloven dat ze van een andere planeet kwam, - en er ook zo uitzag - is opvallend openhartig over haar familiale achtergrond in 'William's Blood' en 'I'm Crying (Mothers Tears)'. Het zijn nummers waarin ze opvallend ménselijk klinkt. Elders refereert de muziek - ergens tussen reggae, funk en pop - aan haar klassieke werk, maar tegelijk voel je dat de zangeres niet op die oude successen teert. 'Corporate Cannibal' - waarop haar Jamaïcaans accent klinkt alsof ze net een rol in Return of the Living Dead achter de rug heeft - had op Mezzanine van Massive Attack kunnen staan. Het klinkt donker en dreigend, alsof je claustrofobisch bent in een kamertje waar de muren langs vier kanten tegelijk op je afkomen. 'Well Well Well' is sensuele reggae en zou niet misstaan tussen één van haar bekende hits. 'Hurricane' zelf is een brok dub die door allerlei electronische snufjes wordt gekneed tot iets wat je eerder in een undergroundclub zal horen dan op Radio 2.

Na de stoere eerste helft doen de laatste songs iets gewoner aan, maar geef ze een paar draaibeurten en je merkt dat ook het relaxte 'Love You to Life' en het met Craig Armstrong-achtige strijkers verpakte 'Devil in My Life' goeie songs zijn, al hadden ze net zo goed op Nightclubbing kunnen staan.

Stijlicoon Grace Jones heeft met Hurricane een comeback gemaakt waar de nostalgie buiten spel wordt gezet. Ze staat met beide stiletto's in het hier en nu, blijft zowel visueel als muzikaal tot de verbeelding spreken, én klinkt jonger en cooler dan zangeressen die haar dochters zouden kunnen zijn. Op de hoes: een reeks chocoladehoofden die van een fabrieksband rollen. Een sterk beeld, maar een leugen, want Grace Jones blijft - ook in 2008- een uniek exemplaar. De comeback van het jaar. (Wall of sound/PIAS) (Bart Steenhaut)

DOWNLOAD EERST: 'Corporate Cannibal', This Is', 'William's Blood', 'Well Well Well', 'Devil in My Life'
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...