Bericht uit Belgrado - Wat baat drie maanden 'O Julissi' in ons hoofd?

22/05/08, 09u55
Lag het aan de zangeres die als paasei was verpakt? Waren het die belachelijke miniatuurhoedjes waar de andere dames uit de groep mee op het podium stonden? Of had het te maken met de gitarist die als de wijzer van een metronoom dwangmatig van het linker- naar het rechterbeen kantelde?

Wat niet ter discussie staat, is dat het lied dat België dit jaar op het Eurovisiesongfestival vertegenwoordigde met voorsprong het debielste was dat we ooit hebben ingestuurd. En wie zijn geschiedenis kent, weet dat de concurrentie nochtans niet mis is op dat vlak.

Goed, er bestaat een ongeschreven wet die zegt dat de muzikale tendensen in deze viering van de wansmaak minimaal een paar decennia achterop hinkelen in vergelijking met de echte wereld. Ver weg buiten de dampkring van dit beschermde biotoop. Maar bij 'O Julissi Na Jalini', een nummer dat je qua weerspiegeling van de tijdgeest net voor de kruisiging van Christus zou situeren, was de versheidsdatum al overschreden nog voor het laatste akkoord goed en wel was weggestorven. Dat vonden ook de paar miljoen televoters die Ishtar dinsdagavond zonder verpinken terug de vergetelheid in stuurden.

Het nummer - woorden als 'kneuterig', 'truttig' en 'belegen' komen spontaan in me op - was gekozen omdat België daar - ik citeer de VRT even - mee op zou vallen. En inderdaad: van alle inzendingen maakte Ishtar met voorsprong de meest kleurloze indruk. Misschien vinden ze dat ook een verdienste. Er zaten nog draken tussen, maar op zijn minst gingen die complexloos met hun eigen tekortkomingen om. Zij gingen all the way in wat ze waren, ook al betekende dat dan dat ze met pluchen vleugels op de rug de gerateerde kastraatzanger in zich botvierden of, zoals Polen, van een oogverblindend gebleacht gebit hun voornaamste gimmick hadden gemaakt. België ging zoals wel vaker voor de nuance, voor de in schimmig grijs ondergedompelde middelmaat.

Na de zoveelste roemloze ondergang zal er wel weer met een beschuldigende vinger naar het Oostblok worden gewezen. Vriendjespolitiek en zo. Maar dat is onzin. Finland, Noorwegen en zelfs Israël, een land met weinig bedgenootjes in deze wedstrijd, haalden de eindmeet wel. Griekenland behoort, met een nummer dat overigens niet zou misstaan op een plaat van Britney in haar hoogdagen, zelfs tot een van de favorieten hier.

Wat wel klopt is dat aan de Balkanzijde van Europa het Songfestival vreselijk au serieux wordt genomen. Hier geen plek voor ironie of sarcasme, voor een tongue die stevig tegen de cheek toetst. Terwijl een avondje Eurosong kijken in West-Europa tot een gelegitimeerde vorm van ramptoerisme is verworden, nemen ze de kitsch en de camp in landen als Servië en Bosnië-Herzegovina bloedernstig. Zien ze het als een bevestiging van hun eigen intrede in het moderne, westerse denken. Zelfs als daar donzen vleugeltjes, teddyberen, in boordkarton uitgesneden zonnetjes of een reeks rond hun as draaiende bruiden voor in de strijd moeten worden gegooid. Het verklaart bovendien meteen waarom ze hier niet kunnen lachen met een Ierse kalkoen die het hele evenement op de korrel neemt.

Hadden we het met Sandrine beter gedaan? Misschien wel, misschien niet. En omdat er toch niemand is die het tegendeel kan bewijzen, wil ik graag beweren dat het wel zo zou zijn. En op zijn minst had heel Vlaanderen dan geen drie maanden met dat tenenkrullende 'O Julissi' in zijn hoofd gezeten. Een niet onprettige bijkomstigheid. (Bart Steenhaut)
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...