Gunter Van Assche −
14/01/12, 17u18
A man surprised is half beaten'. Of: verrast is half verslagen. Die graffiti zagen we ooit opduiken in een documentaire over Brighton. Wedden dat The Maccabees, met roots in deze Britse badplaats, die woorden ooit zélf kalkten op de muur?
Op hun derde plaat doen de vijf ingeweken Londenaars alleszins hun voordeel met het element van verrassing. De groep brak goeddeels met haar eigen verleden, en pakt je volledig in, mét strik.
Vijf jaar geleden kwam de groep voor het eerst bovendrijven, als devote slippendragers van Bloc Party, Futureheads of Arcade Fire. Maar écht memorabele liedjes? Nee, die bleven te vaak ver zoek.
Toen hun blind epigonisme er op hun vorige langspeler nog steeds niet uitgeranseld bleek, wilde je The Maccabees dan ook schouderophalend opgeven.
Maar nu heeft de groep zich plots een spannende identiteit aangemeten. Wat dat inhoudt? Een ambitieuzer geluid. Eén waarin atmosferische geluidstapijten de vloer bekleden, maar waar mooie popsongs en grandeur ook door eenzelfde deur kunnen. En als je daarbij weet dat de springerige radiosingle 'Pelican' niet eens één van de vijf beste songs op Given to the Wild is, begrijp je waarom deze langspeler gemakkelijk potten zou kunnen breken. Derde keer, goeie keer!
Met Tim Goldsworthy (bekend van het DFA-label) aan de mengtafel, durfde de groep duidelijk verder kijken dan hun neus lang is. Zachte elektronica wurmt zich behendig binnen in de songs, samen met een ijle sound die de plaat soms epische proporties doet aannemen.
Al blijft tederheid ook een van de sleutelwoorden: 'Child' zorgt bijvoorbeeld voor een dromerige, fluweelzachte entrée. Daarbij schuilt het venijn in de staart, met een wervelende outro, die je gemoed na de serene aanhef doet wankelen en overslaan naar euforie. 'Ayla' laat op zijn beurt ronkende gitaren een robbertje uitvechten met piano, die sprankelt als siervuurwerk. Wanneer Weeks even later Nothing stays forever verzucht in 'Forever I've Known', hoop je dan ook dat hij zwart op wit liegt.
Verder overtuigt 'Went Away' als een bizar, maar geslaagd huwelijk van Foals met Coldplay. In het elegante 'Heave' steekt de groep van Chris Martin trouwens net zo goed de kop op, zeker wanneer zanger Orlando Weeks de hogere registers opzoekt. The Edge lijkt dan weer de gitaarlijn aan te leveren.
Maar van blinde kopiezucht wil je The Maccabees niet langer betichten. Dit is een groep die gul is met referenties aan haar idolen, maar wél een eigen visie heeft. En lef: zelfs de epiloog van 'Heave' vol melodramatische strijkers passeert ongeboeid de smaakpolitie. Zij het maar nét.
Het is eraan te horen dat The Maccabees hun tijd hebben genomen om alle songs op punt te stellen - het opnameproces duurde dan ook net geen twee jaar.
Maar dat gedurfd niet altijd geliefd maakt, blijkt nu al in hun thuisland. Daar verdeelt Given to the Wild heel sterk de meningen. Sommige fans van het eerste uur haken af, anderen drukken de plaat dicht aan de borst. Ook in de media heerst onenigheid: "Hadden alle bands maar zoveel moed en eerlijkheid", jubelt de BBC. The Independent moppert dan weer net over het gebrek aan ambitie.
Maar zoals we al zeiden: Verrast is half verslagen. Gelukkig voor hen kregen ze met een rist uitmuntende, delicaat gepolijste songs ook onze àndere helft op de knieën. (Fiction / V2)
DOWNLOAD EERST: 'Child', 'Forever I've Known'