Italiaans pianist Ludovico Einaudi op openingsavond Les Nuits ****

10/05/10 07u45

De inspirerende spanwijdte van een open geest

Ludovico Enaudi: soms bijna gênant intimistisch en persoonlijk. Foto Alex Vanhee.

Op de radio hoor je hem niet, en doorgaans houdt hij zich ver weg van de media. Toch heeft Einaudi na zijn doorbraak in Groot-Brittannië, Spanje en thuisland Italië ook bij ons een hondstrouw publiek gevonden. Vrijdagavond sloot hij in het Koninklijk Circus de openingsavond van Les Nuits Botanique af.

Het werk van Einaudi - 54 intussen en kleinzoon van een voormalig Italiaans president - wordt vaak vergeleken met dat van andere minimalistische pianisten als Wim Mertens, Michael Nyman, Philip Glass en Craig Armstrong. Het zijn invloeden die hij zelf niet zal ontkennen, maar tegelijk hoor je op recentere cd's als Divenire en het vorig jaar verschenen Nightbook dat ook hedendaagse bands als Coldplay, U2 en Radiohead niet aan zijn aandacht ontsnapt zijn. Die verwantschap uit zich niet zozeer in het feit dat Einaudi hun songs covert - want dat doet hij niet - maar meer in het gegeven dat zijn elegante, compleet uitgepuurde nummers vaak als compacte, buitengewoon melodieuze composities zijn opgebouwd.

In Brussel werd de introverte pianist bijgestaan door een strijkkwartet en een extra kracht die zich bezighield met het scheppen van knisperende elektronische soundscapes. Dat werkte al meteen bij de intro van het eerste nummer, waarbij twee onversterkte violisten zich van achter in de zaal door het publiek een weg zochten naar het podium. Het zag er wat mysterieus uit - in het duister voelde je plotseling een wazig silhouet achter je staan, en de viool die het vasthield klonk als een zoemende mug -, maar het gaf wel een goed beeld van wat nog komen zou.

Einaudi slaagde er zelfs nog meer dan vroeger in te blijven variëren. De ene keer deed hij dat door een dialoog aan te gaan met zijn strijkers, die af en toe trouwens bijklusten op gitaar, xylofoon en percussie. Elders werd zijn verstilde muziek uitgespeeld tegen dansbare technobeats. En uiteraard was er ook nu plaats voor een passage waarin Einaudi solo achter zijn enorme vleugelpiano bleef zitten en nummers uit de toetsen toverde die zo intimistisch en persoonlijk klonken dat het haast aanvoelde alsof je stiekem in zijn dagboek zat te lezen.

In de bisronde werd de open geest waarmee de pianist zijn muziek benaderde nog verder onderstreept door Ballake Sissoko op het podium uit te nodigen, de Malinese koraspeler die tevoren het voorprogramma had verzorgd met zijn eigen nieuwe project. Je kon niet anders dan vaststellen dat de op papier geforceerde symbiose tussen minimalistische klassieke muziek en Afrikaanse folk op het podium spontaan in iets moois resulteerde. (Bart Steenhaut)