We zijn wezen

20/03/08, 08u04
Schrijver, dichter, theatermaker, schilder, filmmaker, polemist, rebel, dandy, womanizer, heel groot mens. Hugo Claus heeft meer levens geleid dan er in 78 jaar passen. Hij leed aan Alzheimer, die niet zozeer knabbelde aan zijn fenomenale, feitelijke en onwaarschijnlijk erudiete kennis, maar die wel zijn woorden en uitdrukking verwoestte. Je mag van een schrijver veel afpakken, maar niet dat, niet het meest essentiële, want dan is voor hem de toestand van ondraaglijk lijden aangebroken.

Hugo Claus heeft het tijdstip van zijn waardige dood zelf gekozen, net zoals hij altijd waardig en eigenzinnig het recht heeft opgeëist om de keuzes in zijn leven te maken. Eigenzinnig en controversieel, nooit twijfelend om de bekrompenheid van 'la Flandre profonde' te fileren, wat hem op de banvloeken van katholiek Vlaanderen kwam te staan. Claus was in zijn eentje een mei '68, een creatieve wervelwind die dit landje desnoods tegenstribbelend mee de moderniteit in trok.

En tegelijk is datzelfde Vlaanderen zelden met zo'n empathie, begrip en doorleefdheid beschreven als in zijn monumentale werk. Nooit liet hij zich daarbij betrappen op het gemoraliseer dat zo diep in de genen van deze regio huist. Claus heeft niet zijn hele leven mogen rekenen op de universele erkenning die hem de laatste jaren te beurt viel.

Voor brede lagen in Vlaanderen, met inbegrip van kranten die hem nu bejubelen en destijds verguisden, was hij te Hollands, te werelds, te vrijdenkend, te individualistisch, te veel ni Dieu, ni maître. Voor deze krant was het een eer dat hij haar uitkoos om een stukje met hem mee te reizen. Van bij de oprichting droeg hij handgeschreven stukken aan, hij was een van de drijvende krachten bij haar redding in de jaren tachtig, en een decennium later publiceerde hij er in feuilletonvorm een roman in. En al dat is onbelangrijk.

Want wanneer Hugo Claus onsterfelijk zal blijken, dan zal het door de kracht van zijn woorden zijn, die hem samen met Boontje tot grootste Vlaamse schrijver van de afgelopen eeuw maken. De esthetiek van die woorden, de inhoud ervan, de soms rauwe, soms liefdevolle spiegel die hij ieder van ons en dit landje voorhield, zullen zijn onuitwisbare erfenis blijven. Al was het maar, zoals hij ooit zei, in de hoop dat over honderd jaar een jonge maagd bij het lezen van een van zijn gedichten een nat broekje zal krijgen. Het is met droefheid, maar ook met dankbaarheid dat we afscheid nemen van een meester, die bij elkeen die hem ontmoette een blijvende herinnering achterliet.

Yves Desmet
Politiek Hoofdredacteur




mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...