Ariejan Korteweg −
08/12/11, 16u21
In Parijs kun je nog een keer de oudste games uit de vorige eeuw spelen, van Pong tot Lara Croft. De expo Game Story is de eerste museale tentoonstelling over gaming.
-
Lara Croft
-
Je ziet kolossale consoles, primitieve joysticks en blauwe plastic pistolen waarmee je gangsters omlegt. Alles werkt, met alles mag je spelen
Het begon allemaal met twee streepjes en een balletje, dat trouwens eigenlijk meer een vierkantje leek als je van dichtbij keek. De streepjes kon je met een draaiknop heen en weer bewegen om het balletje terug te kaatsen. Wie handig was, gaf er een effect aan door op het moment dat het balletje het streepje raakte, een draai te geven.
Pong, heette die verslavende bezigheid. Met Pong begint deze Game Story in het Grand Palais in Parijs. Er staat een deftige tafelopstelling van het spel, met zware knoppen, een beetje als een poolbiljart. Even verderop kun je spelen op de foeilelijke schoolkantinegele kast van sloopbestendig formica, waarmee het Amerikaanse Atari in 1972 de eerste commerciële successen met Pong boekte.
Aan het andere eind van de expositie staat iemand vreemd te doen voor een groot plasmascherm waarop een feeëriek meisje verschijnt, al snel aan het gezicht onttrokken door caleidoscopische vormen. Die vormen lijken te exploderen als de speler zijn hand er op richt en beweegt. Ook de begeleidende muziek, gecomponeerd door de Japanse Genki Rockets, reageert op de handgebaren; de speler maakt zijn eigen symfonie. Het is alsof de koepel van een kathedraal uiteenspat en een nieuw wankel evenwicht vindt. Aan de verliezende hand? Klap in de handen en je krijgt een ander wapen.
Child of Eden heet dit spel van Ubisoft uit 2011 - als het op namen aankomt zijn de spellenmakers voor wat pathos niet bang. Dit is wat er met Pong in veertig jaar tijd is gebeurd.
In de westerse wereld zijn er waarschijnlijk weinig mensen van onder de zestig jaar oud die niet minstens een keer in hun leven aan een videospel verslingerd zijn geraakt. Voor de pioniers is dat allicht Space Invaders, dat er inmiddels aandoenlijk primitief uitziet. Een ander liet dagenlang Lara Croft zuchten en steunen, latere generaties raakten in de ban van Tarantino-achtige avonturen met Grand TheftAuto of World of Warcraft. Maar spelen zul je.
Kwetsbaar spulPhilippe Dubois, voorzitter van Mo5.com, een grote Franse vereniging voor het behoud van het videospel, loopt resoluut naar een klein kastje aan het begin van de expositie. Op het scherm staat een knullig gemaakte cowboy verwoed om zich heen te schieten. "Voor en na school en alle weekeinden speelde ik Duel", vertelt hij. "Ik was negen jaar, het was mijn eerste spel. Daarna was ik verkocht."
Als hij nu nog tijd heeft, dan is het voor een strategisch spel. Zijn favoriet is het Russische Stalker. "Het is gesitueerd in een post-apocalytische wereld, zeg maar na Tsjernobyl. Of denk aan de film Solaris, van Tarkovski."
Stalker is in Parijs niet te zien. "Het duurt lang voordat je het spel door hebt. Op de expositie is de gemiddelde speelduur niet meer dan tien minuten. Bedenk wel dat er zo'n 200.000 spellen zijn. We hebben ons zeer moeten beperken."
Negentig spellen worden geëxposeerd, in de originele uitvoering, dus met soms kolossale consoles, primitieve joysticks of felrode dan wel blauwe plastic pistolen waarmee gangsterbendes moeten worden omgelegd. Alles werkt, met alles mag gespeeld worden.
"Dit is misschien 5 procent van onze collectie", zegt Dubois, voor wie Game Story het begin van een ambitie is. Een Nationaal Museum voor de Digitale Cultuur, dat is wat hij beoogt. "Onze vereniging heeft de grootste collectie van Europa. We willen graag een permanente expositieruimte waar we, gesteund door de overheid, de ontwikkelingen kunnen laten zien."
Bang dat er van de spellen na intensief gebruik op de expositie niets meer over is, is hij niet. "Het is kwetsbaar spul, maar we beschikken over genoeg deskundigheid. Er lopen de hele dag vrijwilligers rond die mankementen kunnen verhelpen."
In de verte klinkt een zacht, onzeker geklop. Een jongen staat dwaas op een paar bongo's te slaan, die zijn bevestigd aan een houten kast. Volg de instructies en je wordt een volleerd percussionist. Een zelfde idee van zelfstudie spreekt uit de Dance Revolution Extreme, even verderop, een kermisachtig apparaat dat een samba laat horen en je intussen vertelt waar je wanneer je voeten moet zetten.
De saaie werkelijkheid van alledag bestaat hier niet. Een Crazy Taxi uit San Francisco wil alleen leuke meisjes oppikken, even verderop wordt een bandiet in een lavastroom geduwd. Het stuur van de Sega Out Run begint te schudden als je tegen een palmboom botst en bij de International Tennis Open stuitert een van de spelers met zijn balletje, al zeker tien minuten klaar om te serveren.
Word je niet eenzaam en vreemd als je een aanzienlijk deel van je leven met dergelijke spellen doorbrengt? In tegendeel, verzekert Dubois. "Het schept een band. Gamers behoorden tot de eerste gemeenschappen op Facebook. Je leert delen en zoekt elkaars hulp."