Hello Mister Hanze - deel vier

05/08/08, 08u59
Existentiële vraag: ben ik op mijn top en gaat het vanaf nu alleen nog bergaf, of is mijn steile opgang niet meer te stuiten? Hoe zit dat? En ben ik nu deel van de nomenklatura en hoe moet ik - rebel tot in de kist - daar mee omgaan? Gisterenavond was ik uitgenodigd door Jacques Rogge en Liu Qi - de president van het organisatiecomité - voor de opening van de 120ste Sessie van het Internationaal Olympisch Comité in de Opera van Peking.

Dress code: business attire. Zo stond het op het kaartje. Dat betekent hemdje, jasje, dasje. Hemdje had ik mee, jasje en dasje niet. Ik besloot de hulp in te roep van Lin Sheng, de zogeheten tower manager. Met de nadruk op zogeheten, want toen ik naar de tower manager vroeg aan de front desk en ook nog eens zijn naam opschreef, was er niemand die hem kende.

Vreemd: de baas en niemand die hem kent? Er ontstond paniek in de tent, tot er vanuit de tweede rij een Chinese kenau al die aardige hupbehoevende vrouwtjes opzij duwde. Ze nam mijn papiertje, sprak door een soort walkie talkie en daar verscheen Lin Sheng uit het niets. Ik vermoedde al dat hij Stasi was, maar dit kon wel tellen als bewijs.

"I guess I blew your cover,' zei ik lachend, maar zoveel Engels verstond hij niet, dus vroeg ik hem vervolgens naar een goed adres voor een mooi, licht jasje. Hij gaf mij een adres niet ver van ons hotel vandaan. Maar je moet wel afbieden, zei hij. Ik haat afbieden als de pest en daarom ben ik maar naar de boetieks op de mezzanine gaan kijken en heb daar iets gekocht. Niet goedkoop en neen, niet op de kosten van de gazet.

Als ik schrijf dat Rogge en Qi mij hebben uitgenodigd dan valt dat niet letterlijk te nemen. Die mensen hebben wel beter te doen. Ze hebben dus anderen die dat voor hen doen en die dan besluiten: Vandeweghe mag al blij zijn dat hij erbij is, zet hem maar helemaal van boven op de derde verdieping, sectie oranje.

Bleek dat alle journalisten daar zaten: een twintigtal, op 25.000. Geef toe, er zijn slechtere percentielen denkbaar. Wat u op het fotootje zag, dat zag ik ook vanuit de oranje sectie. Gelukkig was de akoestiek fenomenaal. Het moet gezegd en iedereen was het er over eens: het was prachtig. Alsof ik een cd hoorde van de beste arias. Mooi gezongen, prachtig orkest en wat een fantastisch operagebouw. Ze eindigden met Nessun Dorma en voor mij wuifde de voluptueuze Jacquelin Magnay van The Sydney Morning Herald met het programmaboekje de hitte weg. Ik waande mij in een scene van The Godfather en kreeg op slag vochtige ogen, zoals Marlon Brando.

Die waren snel opgedroogd toen ik bij het buffet ineens oog in oog stond met de genaamde WA. ZKH was zijn bijnaam toen ik nog in Nederland werkte. Zijne Koninklijke Hoogheid Willem-Alexander heb ik leren kennen op een wilde avond in het Holland Heineken House in 1996. Die kan bij mij niet meer kapot, het spijt mij. Om nu te zeggen dat hij mij in de armen kwam gevlogen, is ook weer overdreven, maar toen ik mijn Sport Internationalverleden ten berde bracht, verscheen er een brede glimlach.

Daarop achtte ik het moment gekomen: of hij niet eens een voorwoordje zou willen plegen in een biografie waar ik aan werk. WA en ik hebben een gemeenschappelijke maat: Pieter van den Hoogenband, de zwemmer. Hij zei: ik doe dat eigenlijk niet, maar als ik het toch een keer moet doen, dan wel bij Pieter,...en riep zijn secretaris. En toen dronken we gezamenlijk nog een glas rode wijn, hadden we het nog over zwemtijden, over andere sporten, over zijn vrouw (Maxima) die morgen zou komen en hoe hij (verdorie, hij zei het echt) niet de hele tijd kon blijven en hoe blij dat hij was dat hij nog een keer op die Spelen kon zijn. Ik dacht even en nu vraag ik: "Tja, straks is het afgelopen met dat leventje want U moet haast koning worden zeker?" Ik heb mij op tijd bedacht. Omwille van dat voorwoord. (Hans Vandeweghe)
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...