Buitenland

Gorilla's in de vuurlinie

Tijdens de afdaling van Mount Mikeno ontmoet Emmanuel de Merode en zijn patrouille een oude man wiens vrouw drie weken geleden door gewapende mannen dood is geschoten. (Foto Stephan Vanfleteren) ©null

DM-journalist Koen Vidal en fotograaf Stephan Vanfleteren op patrouille in het oorlogsgebied van Oost-Congo met gorillabeschermer Emmanuel de Merode

In augustus benoemde de Congolese regering de Belgische prins Emmanuel de Merode tot directeur van het wereldvermaarde Virungapark. Amper twee weken later brak in Oost-Congo de oorlog opnieuw uit en kwamen De Merode en tweehonderd gorilla's in de vuurlinie terecht. Dat belet niet dat de 38-jarige natuurbeschermer voluit verder gaat met de uitbouw van zijn park en een wereldwijde cybergemeenschap van gorillaredders. 'Een oorlog mag niet verhinderen dat je aan de toekomst bouwt. Misschien wordt dit alles binnenkort in één dag vernietigd. Maar als je niets probeert, bereik je ook niets.'

Samen met elf gewapende rangers beklimt Emmanuel de Merode (38) de helling van Mount Mikeno. De stenen van het bergpad zijn nat en glibberig, maar de rangers lijken daar geen problemen mee te hebben. Ze kijken voortdurend van links naar rechts, hun geweer in de aanslag. In dit gebied stikt het van de rebellen. Vooral het beruchte FDLR (Forces Démocratiques de Libération du Rwanda), waarvan sommige commandanten deelnamen aan de Rwandese genocide van 1994, is hier in groten getale aanwezig. De FDLR-strijders hebben een bijzonder slechte reputatie en zijn verantwoordelijk voor het merendeel van de verkrachtingen in deze regio. Toch komen we regelmatig vrouwen tegen die op hun velden aan het werken zijn. "Levensgevaarlijk, maar ze kunnen niet anders", zegt een van de rangers. "Hun families hebben eten nodig. Overdag nemen ze het risico om naar hier te komen, maar 's avonds keren ze terug naar het vluchtelingenkamp aan de voet van de berg."

De Merode en zijn rangers zijn op weg naar Gatovu, de laatste post in het Virunganatuurpark die nog in handen is van het Congolese regeringsleger. We bevinden ons op ongeveer anderhalf uur rijden van de provinciehoofdstad Goma. Het landschap is uitzonderlijk mooi, met op de achtergrond de Nyamulagiravulkaan, die in 2006 nog tot uitbarsten kwam. "Aan de andere kant van Mount Mikeno, op 5 kilometer, zitten de rebellen van Laurent Nkunda", vertelt De Merode met zijn zachte stem. "In september 2007 veroverden ze onze belangrijkste controleposten in het park. In enkele uren tijd moesten we onze rangers evacueren. Ook onze computers konden we nog net meenemen. Die dag leden we een zware nederlaag: we verloren de controle over onze berggorilla's. Verschrikkelijk frustrerend. Bijna alle gorilla's van dit park zijn nu in handen van Nkunda. Het voortbestaan van een van de meest unieke en bedreigde diersoorten ter wereld hangt momenteel af van een rebellencommandant."

De 38-jarige prins de Merode, die in Kenia opgroeide maar tevens een telg is van de bekende Belgische adellijke familie, is sinds kort een van 's werelds belangrijkste natuurbeschermers. Een maand geleden benoemde de Congolese regering de 38-jarige doctor in de biologische antropologie tot directeur van het Nationaal Park van Virunga. In dat Oost-Congolese natuurpark, dat grenst aan Rwanda en Oeganda, wonen naast meer dan duizend verschillende diersoorten ook tweehonderd berggorilla's, bijna een derde van de resterende populatie. De Virunga is tevens het oudste natuurpark op het Afrikaanse continent. Het werd in 1925 opgericht door de Belgische koloniale overheid en sindsdien uitgebreid tot een gebied van 8.000 vierkante kilometer. Sinds 1979 behoort het park tot het Unescowerelderfgoed. De Merode werkt al meer dan vijftien jaar in de Virunga. De jongste jaren stond hij aan het hoofd van WildlifeDirect, een natuurbeschermingsorganisatie die werd opgericht door zijn schoonvader, de bekende Keniaanse paleontoloog Richard Leakey.

Tijdens de patrouille op de Mikenoberg vertelt De Merode dat hij de benoeming tot Virungadirecteur als een buitengewone eer beschouwt. "Dit is de job van mijn dromen. Ik ben niet zo'n grote fan van uniformen, maar dit uniform draag ik met plezier en met veel eerbied voor het ICCN (het Institut Congolais pour la Conservation de la Nature, KoV)." Meermaals zegt hij trots te zijn op zijn leger van 680 parkwachters. Maar het is tevens een gevaarlijke eer. Sinds de Rwandese genocide in 1994 is de Virunga één grote oorlogszone. Het jongste decennium verloren 120 rangers tijdens patrouilles het leven. De meesten van hen werden niet doodgeschoten door stropers, maar door gewapende milities. In dit gebied vechten naar schatting 15.000 regeringssoldaten tegen 4.000 FDLR-strijders en evenveel Nkundarebellen. Sinds drie weken wordt er opnieuw zwaar gevochten in Noord-Kivu. Honderdduizend burgers sloegen op de vlucht, waardoor het totaal aantal ontheemden nu bijna een miljoen bedraagt. Tijdens onze tocht naar Gatovu wordt De Merode meermaals opgebeld. Elk telefoontje heeft iets onheilspellends. "Hm, gevechten in Rutshuru. How bad is it? Is de stad nog in handen van de regeringstroepen of niet?" Even later. "Twee benzinestations opgeblazen in Goma? De eigenaars zouden Laurent Nkunda steunen. Hm." Onmiddellijk daarna nog een oproep. "Collega's die geblokkeerd zijn op de weg naar Sake? Oké, bel meteen om uit te zoeken of ze in gevaar zijn." Wanneer we even later de militaire post van Gatovu bereiken, heeft De Merode zijn Blackberry niet meer nodig om op de hoogte te blijven van de gevechten. In de verte horen we het gedreun van inslaande mortieren. "Ongeveer op vijf kilometer", zegt een van de wachters. "Ik denk dat het regeringsleger de mannen van Nkunda aan het bestoken is." De Merode kijkt naar de blauwe hemel: "Apparently, they think it's a nice day for a battle".

Even later wordt duidelijk waarom deze minzame Belg zich heel af en toe tot zwarte humor laat verleiden. Door de oorlogssituatie moet hij met lede ogen aanzien hoe het wildbestand in de Virunga de ene klap na de andere krijgt. "Neem de nijlpaarden. Ooit hadden we hier de grootste hippopopulatie ter wereld: maar liefst 30.000 stuks. Nu zijn het er nog maar 300. Een catastrofaal verlies. Maar liefst 99 procent van onze nijlpaarden werd afgeslacht door milities die het vlees zelf opaten of doorverkochten aan de hongerende bevolking. De nijlpaardentanden brachten op de ivoormarkt aardig wat dollars op. Dit jaar dreigt ook een rampzalig jaar te worden voor de olifanten van dit park. In enkele maanden verloren we al 30 tot 40 exemplaren. De slagtanden worden naar de Soedanese hoofdstad Kartoem vervoerd, waar ze meestal op een vliegtuig richting China belanden."

Houtskoolmaffia

Misschien nog het moeilijkst om te dragen voor De Merode is het recente verlies van tien berggorilla's. In juli 2007 verloor het park zes gorilla's in één nacht. Ze maakten allemaal deel uit van de zogenaamde Rugendofamilie en werden vanop korte afstand afgemaakt. Samen met enkele rangers was het De Merode die de gorillakadavers ontdekte. "De verschrikkelijkste dag van mijn bestaan", herinnert hij zich. "Weet je, onze levens zijn gefocust op de bescherming van gorilla's. Dat is onze absolute doelstelling. Als je dan geconfronteerd wordt met een slachtpartij van die schaal dreigt je wereld in elkaar te storten. Zes gorilla's, dat is bijna één procent van de totale populatie. Niet alleen als conservator, maar ook als mens was het een grote schok. Ik kende die groep gorilla's goed, had heel wat tijd met die dieren doorgebracht. Je moet weten dat gorilla's een enorme persoonlijkheid hebben. Wie in contact komt met die apen vergeet al snel dat ze van een andere soort zijn. Hun gedrag is erg menselijk, hun reacties zeer herkenbaar. De ontdekking van hun lijken was een diepe schok. Bovendien was er iets vreemds aan de hand. Van in het begin was duidelijk dat dit niet het werk was van stropers. Meestal worden bij dode gorilla's de handen afgesneden en worden de baby's ontvoerd. Maar in dit geval waren de lichamen intact en waren de baby's gewoon aan hun lot overgelaten. Er was geen commercieel motief."

Het verhaal over de gorillaslachting kreeg de jongste maanden inderdaad een verrassende wending. Na een gerechtelijk onderzoek bleek dat De Merodes voorganger, Honoré Mashagiro, de opdracht had gegeven om de beesten te doden. De slachting hield verband met de illegale handel in houtskool, waarbij voormalig directeur Mashagiro een sleutelrol speelde. De houtskoolsmokkel is een miljoenenbusiness waarbij het hardhout van het Virungapark in geïmproviseerde ovens tot houtskool wordt verbrand. De Merode: "Bijna alle drie miljoen omwonenden van het Virungapark zijn voor hun energie afhankelijk van houtskool. Dat fenomeen zou wel eens tot de snelle ondergang van het natuurpark kunnen leiden. Al 25 procent van de zuidelijke helft van de Virunga ging in rook op. Als de houtskoolmaffia haar praktijken in dit tempo voortzet, zal er over tien jaar niets meer van overblijven, waardoor ook de meeste diersoorten zullen uitsterven. Dit is de allergrootste bedreiging voor het park."

Precies daarom trok een aantal rangers vorig jaar ten strijde tegen de houtskoolbendes, die voornamelijk onder controle staan van de FDLR-rebellen. Een van de parkwachters, Paulin Ngobobo, ging daarin het verst en gaf opdracht tot de systematische vernietiging van de productieovens in het park. Daarop besloot de malafide directeur Mashagiro om een aantal gorilla's af te maken en vervolgens de schuld voor de slachting in de schoenen van Paulin Ngobobo te schuiven. Het plan leek aanvankelijk te lukken: Ngobobo en enkele andere rangers werden gearresteerd en tijdens hun gevangenschap mishandeld. Pas in maart kwam aan het licht dat het om een complot ging en werd Mashagiro aangehouden. Er zijn bewijzen dat hij honderdduizenden dollars per jaar verdiende aan de houtskoolhandel.

De Merode: "Dit verhaal toont misschien aan dat het Congolese beleid qua natuurbescherming nog zeer fragiel is. Maar tegelijkertijd bewijst de arrestatie van mijn voorganger dat de overheid de problemen in de Virunga wel degelijk wil aanpakken. Ik had deze job waarschijnlijk nooit aangenomen als de ex-directeur niet aangeklaagd zou zijn. Voor mij was dat een belangrijk signaal."

Ondertussen horen we in Gatovu nog altijd hoe op enkele kilometers afstand mortiergranaten met een donderslag tot ontploffing komen. De Merode lijkt er niet echt meer op te letten. Enkele rangers hebben hem net verteld dat ze sporen hebben gevonden van een groep gorilla's. "Het zou gaan om een wilde groep en een solitair mannetje", vertelt hij. Met dat soort inlichtingen moet De Merode zich voorlopig tevredenstellen. Het feit dat hij slechts een fractie van de gorillapopulatie kan beschermen is voor hem een bijna ondraaglijke gedachte. "Kom, laat ons vertrekken. We moeten nog een heel eind terug naar beneden stappen." Hij wenst de wachters die in Gatovu achterblijven courage en drukt hen op het hart dat ze niet meer kunnen doen dan de post in handen houden en observeren.

De afdaling van Mount Mikeno wordt een confrontatie met de gevolgen van de oorlog in Oost-Congo. Bij een groep hutjes ontmoeten we een oude man wiens vrouw drie weken geleden door gewapende mannen is doodgeschoten. "Het was acht uur 's avonds", vertelt hij. "Mijn schoondochter had net het eten klaargemaakt en we waren aan het wachten op mijn vrouw, die op het veld aan het werken was, hier vlakbij. Plots hoorden we een schot. We renden naar het veld en vonden mijn vrouw: ze had een schotwonde in de borst en was aan het doodbloeden. Iemand is nog in allerijl naar het dorp beneden gerend, maar de hulp kwam te laat." Een kilometer verder ontmoeten we de directeur van een plaatselijk schooltje en zijn leraars. Ze leiden ons naar het schoolgebouw, dat enkele weken geleden werd aangevallen. De leerboeken en de papieren liggen overal op de grond. "Kun je ons niet helpen?", vraagt de directeur. "We zouden onze school volgende week opnieuw willen openen maar we hebben geen materiaal. Alles is geplunderd."

De Merode nodigt ons uit om de nacht door te brengen op zijn hoofdkwartier in Rumangabo, 40 kilometer ten noorden van Goma. Ook de rit naar daar maakt duidelijk dat de oorlog in Noord-Kivu opnieuw volop is losgebarsten. Regeringssoldaten patrouilleren op de weg waarlangs zich verschillende vluchtelingenkampen bevinden. We passeren tientallen legertrucks en een vijftal gevechtstanks. De weg die we volgen, leidt naar de frontstad Rutshuru, waar zwaar gevochten wordt. We rijden langs een bataljon zwaarbewapende soldaten die terugkomen van het front. Verbeten, verdwaasde blikken die zo kenmerkend zijn voor soldaten die enkele uren geleden nog in de vuurlinie zaten. Maar ook in Rumangabo is de oorlog niet ver weg. Net wanneer we de ingang van het Virungahoofdkwartier willen binnenrijden, doemt links van ons een uitgestrekt vluchtelingenkamp op: honderden langgerekte rijen hutjes. Kinderen en volwassenen lopen er rond in lompen.

Vergeleken met de gewelddadige en chaotische buitenwereld is het hoofdkwartier van het Virungapark een oase. Prachtig gelegen op een berg die uitkijkt op een uitgestrekte groene vallei en de Nyiragongovulkaan nabij Goma. Het mooie hoofdgebouw en het huis waar De Merode over een maand wil intrekken, dateren beide uit de jaren twintig van de vorige eeuw en worden volop gerestaureerd. "Over drie weken zijn we klaar met de werken." De Merode geeft ons een rondleiding en praat enthousiast over de projecten die hij op de sporen aan het zetten is. We wandelen voorbij vijf houten bungalows die nog ruiken naar de verf. "Hier verblijven onze medewerkers." Hoofdgeldschieter voor de nieuwe Virunga-infrastructuur en de lonen van de rangers is de Europese Unie, die de laatste vier jaar 3,5 miljoen euro in het park investeerde.

De Merode leidt ons door een stuk woud waarin een hek wordt opgetrokken. "Deze plek is voor de babygorilla's die de slachtpartij van vorig jaar overleefden. Nu verblijven ze nog in Goma maar binnen enkele maanden komen ze naar hier. Op termijn willen we ze herenigen met de rest van hun nog levende familieleden. Als dat lukt, kunnen we ze weer in het park zetten. De omheining is een gift van een rijke Brit." Bijzonder is dat in dit miniwoud webcams zullen worden geplaatst, waardoor mensen over de hele wereld het herintegratieproces van de babygorilla's op de Virungawebsite kunnen volgen (www.gorilla.cd). En De Merode heeft nog veel meer internetplannen. "Via onze website zijn we een wereldwijd netwerk van Virungabeschermers aan het uitbouwen. Een aantal van onze rangers is begonnen met een blog waarop iedereen kan reageren. Sponsors kunnen binnenkort ook een virtueel stuk van het park kopen en via Google Earth kunnen ze de evolutie van hun 'perceel' volgen. Als het wildbestand in een bepaald gebied toeneemt, wordt dat aangegeven. Ook als een groep rebellen een deel van het park in gevaar brengt, worden de cybereigenaars van dat gebied gealarmeerd en kan er actie ondernomen worden. Momenteel leggen we contacten met enkele beroemdheden die bereid zijn om zo'n hectare te kopen. De gorillasector wordt opgedeeld in 50.000 kleinere stukken en voor elk perceel zoeken we een sponsor die maandelijks 5 dollar aan het park schenkt. Op die manier kunnen we onze kosten op lange termijn dekken. Ons doel is om de wereld actief te laten deelnemen aan de redding van het Virungapark. De babygorilla's zullen daarbij een sterrenrol vervullen: ze zijn ongelooflijk charismatisch. Zij symboliseren niet enkel de fantastische mogelijkheden van dit park maar ook datgene wat de Virunga te verliezen heeft. Door de kleine gorilla's live op internet te presenteren zullen we een heel krachtige en wervende boodschap de wereld insturen."

Maar de plannen van de nieuwe Virungadirecteur spelen zich niet enkel af op het internet. "We zijn volop bezig met een oplossing voor het houtskoolprobleem, want dat is ongetwijfeld de meest bedreigende factor voor het natuurpark. Als we niets doen, blijft er binnen vijf à tien jaar niets over van de Virunga. Een foute remedie zou zijn om de productie van houtskool te verbieden zonder voor een alternatief te zorgen, want dan zouden drie miljoen mensen van de ene dag op de andere zonder energie komen te zitten. Daarom ontwikkelden we een substituut: organische briketten die gemaakt worden van bladeren, gras of oud papier. Ze hebben dezelfde caloriewaarden als houtskool maar de productie ervan is onschadelijk voor het milieu. We zijn begonnen met een pilootproject: er zijn in Goma en omgeving al zo'n dertig drukpersen voor organische briketten operationeel. Het gaat telkens om kleine handelszaken die werk bieden aan een zestal mensen. Als dat goed loopt, bouwen we binnen twee maanden een fabriekje waarmee we ongeveer tien drukpersen per dag kunnen produceren. Om in de behoefte van de bevolking te voorzien hebben we 5.000 persen nodig. Elke pers biedt werk aan zes mensen. Dat betekent dat ons project op termijn ook 30.000 nieuwe jobs zal creëren. Fantastisch toch!"

Kalmte in oorlogstijd

Ondertussen zitten we in het donker te praten. De avond is gevallen in Rumangabo. De Merode steekt enkele olielampen aan en excuseert zich voor het rudimentaire comfort. "Ik woon hier nog maar een week, het is allemaal nog wat basic. Ik vrees dat een van jullie vannacht zijn matras op de grond zal moeten leggen: we hebben al matrassen en slaapzakken, maar qua bedden zitten we nog wat krap." Buiten is het pikdonker. In de verte kleurt de Nyiragongovulkaan de hemel rood. De Merodes telefoon begint opnieuw te piepen. "Gevechten in Goma tussen het regeringsleger en Nkunda? Hm." Even later nog een onrustwekkender telefoontje uit Kinshasa. "Goma ingenomen door Nkunda? Is dat een gerucht?" De Merode begint nu zelf rond te bellen en komt al snel te weten dat de situatie in Goma erg gespannen is maar niet dramatisch. "Een betoging van soldatenvrouwen is met traangas uit elkaar geschoten en her en der zijn er plunderingen."

In deze permanente crisissituatie blijft de Merode opvallend kalm. Deze opmerking doet hem glimlachen. "Tja, ik ben verantwoordelijk voor 680 rangers. Als ik begin te panikeren zou dat niet bepaald een goed voorbeeld zijn voor mijn personeel. Ik moet mijn job doen en dat kan alleen maar als ik kalm blijf. Bovendien werk ik al vijftien jaar in deze regio. Dit soort situaties is niet nieuw voor mij. Ik heb geleerd wie ik kan vertrouwen en hoe ik op bepaalde tijdstippen bepaalde plaatsen moet vermijden. Als er iets gebeurt, krijg ik direct een telefoontje waardoor ik weet wat er precies aan de hand is, zodat ik mezelf niet onnodig ongerust moet maken. Ik heb ook leren omgaan met militairen en rebellen. Uiteindelijk zijn het ook maar mensen. Ik benader ze steeds met een combinatie van humor en standvastigheid, dat werkt altijd. Maar wat u zegt, klopt natuurlijk wel: oorlog went nooit. Je komt voortdurend voor verrassingen te staan en je moet altijd op je hoede zijn voor gevaren."

Een van de rangers brengt het avondeten: bonen in tomatensaus, kaas, brood en water. Tijdens het eten vragen we waar De Merode de kracht vandaan haalt om in een oorlogsgebied allerlei nieuwe projecten uit de grond te stampen. Hij stopt met eten. Pas na lang nadenken komt er een antwoord. "Een oorlog mag niet verhinderen dat je aan de toekomst bouwt. Wie zich enkel bezighoudt met crisismanagement raakt niet vooruit en blijft in de crisis steken. Maar wie nu al fundamenten voor verandering en ontwikkeling legt, heeft een veel grotere kans dat er echt iets verandert. Ik kan niet honderd procent garanderen dat mijn Virungaproject zal lukken, maar we gaan ervoor. Misschien wordt dit alles binnenkort in één dag vernietigd. Maar als je niets probeert, bereik je ook niets.

"Ik zie dezelfde drang naar verandering bij veel Congolezen. Ondanks de oorlog willen zij vooruit. Als ik met de rangers over onze plannen praat, reageren zij enthousiast. Zij willen meebouwen aan een betere toekomst. Zelfs in de vluchtelingenkampen zul je veel mensen vinden die bezig zijn met de toekomst. Het zou zeer unfair zijn tegenover de mensen van Noord-Kivu om niet in hun toekomst te geloven. Net daarom ben ik het niet eens met degenen die ons verwijten dat we alleen maar begaan zijn met het lot van de gorilla's en ons niets aantrekken van de miserie van de mensen. Je kunt die twee zaken niet scheiden. Onze rol gaat veel verder dan het beschermen van gorilla's. Wat wij hier doen, heeft te maken met goed beheer van natuurlijke rijkdommen. En dat is nu precies het probleem van dit land. Deze oorlog, die ondertussen al het leven heeft gekost aan zeker vier miljoen mensen, draait om natuurlijke rijkdommen. De illegale exploitatie van Congo's natuurlijke schatkamer is oorzaak nummer één voor al deze miserie."

Toeristische industrie

"Verder is het ook mijn taak om in de Virunga de wet af te dwingen: een einde maken aan de strooptochten en de illegale handel in houtskool. Op die manier leveren we een bijdrage aan de wederopbouw van de Congolese rechtsstaat en dat is wat dit land nodig heeft om opnieuw stabiel te kunnen worden. Weet je, iedereen in dit land moet zijn job doen. Ik vind het beschermen van een bijzonder waardevol natuurpark in deze moeilijke tijden een heel legitieme activiteit. Wij slagen er misschien niet in om veel mensenlevens te redden, maar iemand moet zich achter de toekomstige pijler van de Congolese toeristische industrie zetten. Anders verliezen we de Virunga en ondermijnen we de toekomst van de Congolese kinderen. Dát is de allerbelangrijkste reden waarom ik deze job heb aangenomen. Ik wil een kentering teweegbrengen, ook al vinden sommigen dat mijn slaagkansen gering zijn.

"Ik heb ongeveer hetzelfde meegemaakt tijdens mijn jongerenjaren in Kenia. Ik had het ongelooflijke geluk om in dat land op te groeien. Je leeft er als het ware tussen de leeuwen en de olifanten. Net als de meeste van mijn vrienden droomde ik van een job in een van de natuurparken. Maar tijdens mijn jeugd in de jaren tachtig vonden in Kenia massale olifantenslachtingen plaats en zag het ernaar uit dat we onze olifantenpopulatie definitief zouden verliezen. Voor jongeren als ik was dat een pijnlijke klap. Onze olifanten waren aan het uitsterven. Maar in 1989 werd het tij gekeerd door de oprichting van de Kenya Wildlife Service (door De Merodes schoonvader Richard Leakey, KoV). Datzelfde jaar was er een spectaculaire verbranding van 12 ton in beslag genomen ivoor en kon de hele wereld zien dat Kenia de strijd tegen de ivoorsmokkel aan het winnen was. Dat was een beslissend moment in mijn leven. Veel jongeren van mijn generatie gingen in 1989 naar de val van de Berlijnse Muur kijken, ikzelf ging naar de ivoorverbranding in Nairobi. Want ook dat was een demonstratie van het feit dat je een kentering kunt realiseren waarvan iedereen aanvankelijk dacht dat ze onmogelijk was. Veel doemdenkers waren er toen van overtuigd dat het verlies van de Afrikaanse olifant onvermijdelijk was. 'Het gaat slecht met Afrika', hoor ik ze nog zeggen. 'Afrika is aan het instorten.' De pessimisten kregen ongelijk. Afrika is niet ingestort omdat er genoeg mensen waren die dat koste wat het kost wilden vermijden.