Buitenland
OPINIE

Antiekroof Mallawi leest niet als een whodunit

Islamisme de drijfveer om Egyptisch erfgoed te vernietigen: zo simpel liggen de zaken niet, stelt Harco Willems. Willems is hoogleraar egyptologie aan de KU Leuven.

 
Naar verluidt hebben groepen uit wijken in Mallawi waar de Broederschap veel aanhang heeft, hun woede gekoeld op een nauwelijks bewaakt museum; een makkelijke prooi.

De redactrice van Radio 1, die gisteren belde om commentaar op de antiquiteitenroof in het museum in de Egyptische stad Mallawi, heeft niet meer teruggebeld. Ik had dat ook niet verwacht. Uit haar vragen bleek haar interesse, anders dan de mijne, vooral uit te gaan naar islamisme als mogelijke drijfveer om pre-islamitische oudheden te vernietigen. Nu zullen er net als in Afghanistan ook in Egypte wel islamieten zijn die dit een goed idee vinden, maar ik ben ze nog nooit tegengekomen. En hoewel islamitisch fundamentalisme een niet te onderschatten factor is in de recente ontwikkelingen, Egypte is zo complex dat monocausale verklaringen gemakkelijk, maar niet realistisch zijn.

Cultureel erfgoed is als motor van het toerisme in Egypte van oudsher een steunpilaar van de economie. Nog maar kort geleden was het inkomen van veel Egyptenaren hier direct of indirect op gebaseerd. Hoewel ook toen antiquiteiten werden geroofd, de doorsnee Egyptenaar dacht er niet aan om de kip met de gouden eieren te slachten. Daarnaast was de staatsveiligheid zo efficiënt georganiseerd dat de pakkans bij antiquiteitenroof hoog was. In die tijd werd oudhedenroof vooral bedreven in opdracht van hooggeplaatste Egyptenaren die weinig te vrezen hadden. In de Europese kunsthandel doken regelmatig voorwerpen op waarvan je kon vermoeden dat hun herkomst niet altijd even koosjer was. Meestal echter trad de Oudheidkundige Dienst krachtig op als archeologische resten bedreigd werden en ze werd daarbij altijd ondersteund door de politie, die tot 2011 bijna onbeperkte macht had.

De val van Moebarak heeft effecten gehad die niemand kon voorzien. De Egyptische bevolking kreeg voor het eerst het gevoel dat ze over haar eigen lot kon beslissen. Daar komt bij dat de meeste Egyptenaren het erover eens zijn dat de elite uit de Moebarakjaren uit zakkenvullers bestond. Het gevoel nu zelf aan de beurt te zijn, is wijd verbreid. Daarom wordt sinds 2011 overal gestaakt en gedemonstreerd.

Ondertussen lapt de Egyptenaar de wet steeds meer aan zijn laars. Nu door de bevolkingsdruk de grondprijzen omhoog zijn geschoten, is bouwgrond onbetaalbaar geworden. Maar in de woestijn slaat men zijn slag, wat daar tot een ongebreidelde groei van woningbouw en akkeraanleg heeft geleid. Dat begon al onder Moebarak, maar is sindsdien explosief toegenomen. Ongemerkt verdwijnen op die manier aan de lopende band archeologische terreinen, soms zelfs voordat ze ontdekt zijn. Enkele jaren geleden is mijn onderzoeksgroep daarom begonnen in Midden-Egypte via satellietbeelden en veldverkenningen zulk erfgoed vast te leggen. Wij zien jaarlijks hoe snel dit verloren gaat, wat onderstreept hoe belangrijk zulk onderzoek is.

Koptische kerk
De Egyptische Oudheidkundige Dienst doet wat hij kan. Sinds de revolutie is zijn budget gekrompen, maar de inzet van het personeel heeft ertoe geleid dat archeologen hun werk op de meeste plaatsen nog steeds goed kunnen doen. Naar mijn ervaring zelfs beter dan vroeger. Ook zorgen inspecteurs van de Dienst ervoor dat archeologisch terrein zo goed mogelijk beschermd wordt en dat bij (reëel dalende) salarissen van rond de honderd euro per maand.

Helaas doen ze dat tegenwoordig nauwelijks in gebieden die geen eigendom van de Oudheidkundige Dienst zijn. Omdat de tijdens de revolutie van 2011 in diskrediet geraakte politie nauwelijks nog optreedt, zijn archeologische resten in die gebieden ernstig bedreigd. Min of meer professioneel georganiseerde oudhedenroof blijft een probleem. Daarnaast zien lokale groepen hun kans schoon, het ook eens te proberen. Op veel plaatsen worden 's nachts willekeurig tunnels gegraven op zoek naar buit. Daarbij wordt meestal niets gevonden, maar de aangerichte schade is onherstelbaar.

Dit heeft allemaal niet veel met islamisme te maken. De christenen kunnen er ook wat van. Zo heeft de Koptische kerk zijn oog laten vallen op Dayr Abu Hinnis, een gebied waar mijn onderzoeksgroep nota bene Koptische oudheden documenteert. Omdat de overlevering wil dat de Heilige Familie hier zou hebben verbleven, is men bezig dit gebied tot een pelgrimsoord om te bouwen. Daarbij zijn op grote schaal graven en vroegchristelijke monumenten verwoest.

Zulke aantastingen van erfgoed zijn in Egypte aan de orde van de dag. Mede doordat het toerisme als bron van inkomsten is opgedroogd, is de economische drijfveer om erfgoed te beschermen afgenomen. De polarisatie van de laatste jaren heeft de rest gedaan. Na zeventig jaar in halve illegaliteit te hebben bestaan, werd de Moslimbroederschap een jaar geleden niet alleen gelegaliseerd, maar kreeg ze ook de macht. Wat voor fouten de beweging sindsdien ook gemaakt mag hebben, ze is jarenlang wel de enige organisatie geweest die zich het lot van de straatarme en laag opgeleide onderlaag van de Egyptische bevolking heeft aangetrokken. Hoe gerechtvaardigd het afzetten van (de echt niet zo democratisch gekozen) president Mursi ook mag zijn geweest, de woede hierover bij zijn aanhangers is zeker na het ingrijpen van het leger vorige week niet onbegrijpelijk. Naar verluidt hebben groepen uit wijken in Mallawi waar de Broederschap veel aanhang heeft, hun woede gekoeld op een nauwelijks bewaakt museum; een makkelijke prooi waar waardevolle oudheden te vinden waren. Het is vreselijk dat dit is gebeurd, maar of hier van een islamistische tendens sprake is, lijkt me twijfelachtig.

Ondertussen heeft het Europese bedrijfsleven miljarden verdiend aan het Egyptisch erfgoed. Zelfs nu het toerisme is ingestort, werken Belgische bedrijven als hoofdpartner mee aan de bouw van het Great Egyptian Museum. Het zou goed zijn als België en andere Europese partners, in plaats van de geldkraan naar Egypte dicht te draaien, zich gedachten zouden maken over hoe Egypte kan worden geholpen, bijvoorbeeld bij het opbouwen van een beter beheer van het culturele werelderfgoed.