Review

Donald Ray Pollock, de 'beste schrijver ter wereld', slaat weer toe

Smeerlapperij van ongekend niveau

2 De Amerikaanse schrijver Donald Ray Pollock. ©Eric de Mildt

De hemelse tafel, het derde boek van Donald Ray Pollock, de meester van de hillbilly gothic, is opnieuw een loepzuiver en knalhard schot in de roos.

Het verhaal van Donald Ray Pollock leest als een sprookje, of althans als een optimistische parabel met een hoog American-dreamgehalte en staat bijgevolg volledig haaks op het soort boeken dat hij zelf schrijft.

Geboren in 1954 in het onooglijke dorp Knockemstiff, Ohio, in de buurt waarvan hij heden nog steeds woont, werkte hij tot zijn 50ste als arbeider en truckchauffeur voor een papierfabriek, tot hij besloot een schrijfstudie aan de universiteit aan te vatten.

Share

Als u de komende jaren van plan bent om één boek te lezen van een nog levende schrijver, laat het er dan een van Pollock zijn

In 2008 debuteerde hij met de verhalenbundel-die-eigenlijk-een-roman-is Knockemstiff en bleek hij op slag de beste schrijver ter wereld te zijn. De roman The Devil All The Time bevestigde in 2011 die status probleemloos, en van wie nu nog, na het gloednieuwe The Heavenly Table, vertaald als De hemelse tafel, het genoemde etiket ter discussie zou willen stellen, ben ik blindelings bereid de gehele boekenkast te kopen, want daar moeten zich onaardse meesterwerken in bevinden.

Elke letterzuchtige heeft dus onverbeterlijke redenen hem zonder voorbehoud te eren en te danken, maar ook Pollock zelf schijnt terdege te beseffen dat hij op zijn beurt erkentelijkheid is verschuldigd en levert met De hemelse tafel een roman af die aan elkaar hangt van de helse schunnigheden en je reinste smeerlapperij, maar tezelfdertijd kan worden gelezen als een ode aan de literatuur.

Geroosterd varkensoor

De setting is wat je inmiddels vintage Pollock mag noemen. Het verhaal speelt zich deels in de Deep South, deels in het zuiden van Ohio af, en bovendien in de duisternis van het verleden, welk verleden ditmaal verder in de tijd ligt dan ooit: het jaar is 1917 als de genaamde Pearl Jewett voor dag en dauw zijn zoons wekt 'met een gutturale, eerder dierlijke dan menselijke kreet'.

©rv

De drie jongemannen in kwestie, tussen de 17 en 23 jaren oud, zijn eertijds door hun vader van redelijk aparte namen voorzien, en hoe dat zo komt legt Pollock uit in het volgende fragment, dat meteen de wereld van dit boek treffend tot evocatie brengt: 'Voor Cane had hij inspiratie gehaald uit een wandelstok waarmee iemand hem in een lawaaierige kroeg op zijn kop had geslagen; in het geval van Cob bleek de inspiratie te komen van een half opgegeten geroosterd varkensoor dat hij in zijn achterzak vond nadat hij weer bij kennis was gekomen onder het portiek van een logement genaamd de Rebel Inn; en bij Chimney ging het om een kachelpijp waarvan hij vrijwel zeker was dat hij die had helpen draaien uit een vel tin, in ruil voor een glas alcohol die smaakte als modderige kerosine en die ervoor had gezorgd dat hij een paar dagen lang geen gevoel meer in zijn vingers en tenen had gehad.'

Pearl heeft het zich een paar jaar geleden na een ontmoeting met een rondzwervende Johannes-de-Doperfiguur - die zichzelf in leven hield met wat hij aan al dan niet bewegend voedsel in zijn baard vond - in het hoofd gestoken dat hij postuum zal mogen aanschuiven aan de rijkelijk gedekte tafel uit de titel van het boek, als hij maar, tenminste, genoeg ontbering kent op dit ondermaanse: de man, sowieso al niet voor rijkdom en geluk geboren, is op de koop toe, kortom, poor white trash uit principe.

Of hij inderdaad, eenmaal gestorven, naar hartenlust zijn honger stillen kan, komen we niet te weten, maar feit is wel dat zijn lichaam nog niet koud is en, met het oog op goed gezelschap, naast het varkenshok is begraven, of zijn drie nakomelingen zien eensklaps een heel nieuw bestaan voor zich: ze keren de katoenplantage waarop ze van de vroege ochtend tot de late avond zo goed als onbetaald slavenwerk verrichten de rug toe en vatten het plan op bankovervallers te worden.

Klemvast in de waanzin

De roman beschrijft hun daaruit voortvloeiende, ultrabloederige strooptocht als algauw beruchte desperado's door een wereld die bevolkt wordt door onder meer een strontschepper die de woedende gewoonte heeft om zich te wreken op zijn monstrueuze lid - te groot om stijf te worden zonder dat hijzelf ten gevolge van bloedgebrek het bewustzijn verliest - door het urenlang hard tegen meubels aan te slaan, een barman die altijd wel een bijna-lijk op de vloer van zijn slaapkamer gespijkerd houdt, een luitenant wiens seksuele fantasie erin bestaat om samen met een jonge rekruut de sneuveldood te vinden en talloze andere personages die stuk voor stuk en letterlijk te gek om los te lopen zijn en in zekere zin ook klemvast opgesloten zitten, inderdaad, al is het dan slechts in hun eigen, hoogst particuliere waanzin.

Maar hoe zijn Cane, Cob en Chimney nu op het idee gekomen, banken te gaan overvallen? Door The Life and Times of Bloody Bill Bucket, de pulproman die Cane, de enige niet-analfabeet van de drie, in de loop van de tijd wel twintig keren aan zijn broers heeft voorgelezen en die hun altijd met hoop heeft vervuld 'wanneer er geen hoop meer was'.

'En waar zouden ze nu zijn', mijmert Cane op zeker ogenblik, in het licht van een toekomst die op dat moment nog zeer rooskleurig is, 'als ze het die dag niet in die beschimmelde tas hadden gevonden? Of als het onleesbaar was geweest?'

Nog steeds op die plantage dus, of wie weet wel in Pollocks 'stinkende, lawaaierige' papierfabriek, waar een ander personage op een bepaald moment langsloopt, zich afvragend 'waarom iemand op zo'n plek vrijwillig zijn tijd zou willen doorbrengen'. Veelzeggend ook in dit verband is dat aangaande een zeer gevaarlijk, machtig man, voor wie in de roman slechts een bijrolletje van enkele regels weggelegd is, het gerucht de ronde doet 'dat hij al voor zijn geboorte kon lezen en schrijven'...

Donald Ray Pollock is een gevaarlijk, machtig man, en als u de komende pakweg vijftien jaar van plan bent om één boek te lezen van een nog levende schrijver, laat het er dan een van hem zijn.

nieuws