We zijn topfavoriet, maar waarom zit ons dat niet lekker?

©BELGA

Ja, optimisme is een morele plicht, maar bij een Belg ligt in die zin toch de volle klemtoon op de plicht. Nu op het WK voetbal het uur van de wedstrijd België-Algerije eindelijk gekomen is, reiken velen toch weer naar het pessimisme van de underdog, dat zoveel comfortabeler zit.

Internationale topjobs zijn een spel van grootmachten en op het eind wordt de Belgische underdog verkozen

De bijbel mag dan allang uit de geseculariseerde huiskamer verdreven zijn, 'hoogmoed komt voor de val' blijft de favoriete spreuk van de Belg

Hij heeft het echt gezegd, Romelu Lukaku. "Wanneer mijn toernooi geslaagd zal zijn? Als we het WK winnen. Dat is mijn droom. Wij hebben echt de ploeg om dat te doen." In menig ander land zou zoveel stoutmoedigheid vanwege een topspits door de brede supporterslagen op verrukking onthaald worden. Niet in België. Of toch niet meer. Want hoewel er niets veranderd is aan 's lands startpositie, hoewel het nationale elftal amper verontrust werd door blessures of naijver, kalven de hoge WK-verwachtingen toch weer af en sluipt er onzekerheid in de rangen.

Overal worden omineuze voortekenen ontwaard - gezien hoe de eenmalig bescheiden Nederlanders het arrogante Spanje de pan in hakten, of hoe klein duimpje Costa Rica de Uruguayaanse reus kapotspeelde? Dan moet je niet, zoals die sympathieke Lukaku, bij voorbaat willen zeggen dat je wereldkampioen kunt worden (een stelling waar statistisch op dit moment in het tornooi nochtans niets tegen in te brengen valt). De bijbel mag dan allang uit de geseculariseerde huiskamer verdreven zijn, 'hoogmoed komt voor de val' blijft de favoriete spreuk van de Belg.

De konijnenpoot van Thys
Meer dan op optimisme is dit land gebouwd op bijgeloof. De konijnenpoot die de iconische bondscoach Guy Thys op zak had toen de Rode Duivels nog gewoon een gereputeerde counterploeg waren, voelt vertrouwder aan dan de assertieve geldingsdrang van de nieuwe generatie topvoetballers.

Nooit eerder leefde dit land nochtans zo onbeschroomd tricoloor gekleurd naar een sportkampioenschap toe. Nerveus slurpend van bierglazen met beeltenis van Thibaut Courtois of Vincent Kompany zal een vermoedelijk recordaantal Belgen, temidden van een ongekende weelde aan WK-prullaria, vandaag op tv hoopvol naar het voetbal kijken. Minstens al een half jaar, sinds de kwalificatie voor het WK, leeft het land op het jachtige ritme van dat Duivelse enthousiasme.

Maar nu we op minder dan 24 uur van de confrontatie met Algerije staan, neemt de angst het weer over. Diep in zichzelf is de Belg ervan overtuigd dat hij morgen de vlag alweer stilletjes moet binnenhalen. Het valt zwaar om de kroon van de favorietenrol te moeten dragen.

Wat mooi is, is dat het in Nederland precies omgekeerd werkt. Oranje trok naar het WK met ongewoon lage verwachtingen. "We zijn een land zonder zelfvertrouwen. Sinds 1990 werd Oranje niet een keer in de eerste ronde uitgeschakeld op een WK, maar tegenwoordig trekt er al een siddering door het land als iemand de naam noemt van de linksback van Spanje of Chili", schreef sportcommentator Paul Onkenhout vrijdagochtend nog in de Volkskrant. Eén koninklijke zweefduik van Robin Van Persie, een Bergkamp-imitatie van Arjen Robben en drie flaters van Iker Casillas later dacht Nederland gewoon weer wat het altijd denkt: wij worden wereldkampioen. Het knellende pak van het pessimisme mocht weer uit.

Optimisme in de hersenen
Er is geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat een Belg van nature minder optimistisch is dan pakweg een Nederlander. De politiek-maatschappelijke vertrouwensbarometers lopen in beide landen ongeveer gelijk. Optimisme is dan ook geen nationaal gevoel, het is een algemeen-menselijk kenmerk. Met evolutionair nut bovendien: het moet de mens behoeden voor te veel realiteitszin die bij elke nieuwe en onbekende gebeurtenis verlammend zou kunnen werken. Zo werkt het ook in de hersenen, leren we uit de neurologie: overactiviteit in het angst opwekkende hersendeel (amygdala) wordt getemperd door activiteit in de cortex.

Wat wel per land verschilt, is de vertaling van dat algemeen-menselijk optimisme in iets als nationale trots. In landen met een sterk ontwikkeld staatsnationalistisch, patriottisch gevoel - bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Frankrijk of Nederland - is die trots vanzelfsprekend. In Europese landen uit zich dat in het koesteren van een roemrijk maar erg selectief verleden. Het is daar dat een Geert Wilders zich in Nederland ook op beroept om zijn redelijk onzinnige eis tot isolement uit de Europese Unie kracht bij te zetten.

Ook bij het ontstaan van België werd overigens zo'n historische constructie ingezet. In de jaren na 1830 was de Guldensporenslag bijvoorbeeld nog een symbool van Belgische eenheid en onafhankelijkheid. Gaandeweg zijn de grote taalgemeenschappen elk hun eigen symbolische weg opgegaan, en werd het lastig om een gedeeld verhaal van nationale trots te vertellen.

Vlaming of Belg?
Tekenend in de sportcontext is de twijfel in de Vlaamse media bij sportsucces: noemen we de winnaar een Vlaming of een Belg? De blik op Kim Clijsters en Justine Henin illustreert dat onder de grap dat Vlaamse media alleen verliezers en Walen 'Belg' noemen een kern van waarheid schuilt. Dat probleem kennen ze in Nederland niet, daar kleurt alles altijd oranje.

Voor de Rode Duivels weer begonnen winnen, was de nationale vlag een marginaal symbool van verzet geworden tegen het almaar dominanter wordend (Vlaams-)nationalisme. Die betekenislading is pas nu weer geneutraliseerd. Met - klein detail! - een ironische consequentie: het is de traditioneel meer aan België verknochte progressief-intellectuele elite die in de tricolore spiegelsokjes waarmee gewone voetbalsupporters hun auto tooien een voorwerp van spot vinden.

Nationale symboliek, op spiegelsokjes en daarbuiten, valt vele Belgen nog altijd moeilijk. Juist het gebrek aan nationale trots is immers mettertijd de kern gaan vormen van wat je de Belgische non-identiteit zou kunnen gaan noemen. Ziedaar de geboorte van de 'belgitude'. Het is de ironische en afstandelijke omhelzing van het eigen nationale tekort als vorm van identiteit. Het is de omschrijving met een mengeling van trots en schaamte van dit land als een licht surrealistische plek waar niets kan maar alles mogelijk is.

De poging om de Belgische trots over het nog prille voetbalsucces te duiden als een heropleving van die belgitude zit dan ook fout. Optimistische verwachtingen over sportprestaties staan juist haaks op de belgitude. Met zijn verwarrende mix van beats en tristesse past Stromae in de belgitude, een perfecte dribbel van Eden Hazard niet.

Manneken Pis als antiheld
Tegenover het buitenlandse pantheon van nationale helden plaatste België de antiheld. Manneken Pis is er de ultieme veruitwendiging van: welk ander land neemt godbetert een urinerende kleuter als nationaal symbool - en is tegelijk zo sluw om daarmee jaarlijks honderdduizenden toeristen aan te trekken. Het minderwaardigheidscomplex werd zo tot nationaal sentiment verheven, waarin, volgens vast cliché, veel plaats was voor plantrekkerij en koterij, voor absurdisme (de Belgische stripkunst met Lambik en Guust Flater) en surrealisme (de schromelijk overschatte kunst van Magritte).

Zo leerde dit land met succes de positie van de underdog aan. De Belg afficheert zich niet als nazaat van de internationale veroveraars van de Zilveren Vloot, maar als een wat gebukte, bescheiden meeloper, die zo geruisloos mogelijk door de wereld trekt. Een van 's lands meest gekoesterde kunstschatten - De val van Icarus, te zien in het Koninklijk Museum te Brussel - illustreert perfect de morele les bij die attitude. Terwijl heel in de verte een nietige Icarus te pletter stort, ploegt de boer op de voorgrond naarstig door. Een Belg wil zo'n boer zijn. (Dat het prachtige schilderij niet eens echt van grootmeester Bruegel is voegt nog een metalaagje betekenis toe.)

De underdogpositie is een strategie, die zich bij voorbaat tegen falen indekt, maar die niet per definitie tot falen leidt. Proef het verschil: terwijl Heineken onder eigen naam de wereld tracht te bedwingen, maakt het de Belgische familiale aandeelhouders van AB Inbev allang niet meer uit onder welke merknaam hun pintjes wereldwijd getapt worden. Op internationale overnamedrang laten Belgische bedrijven zich zelden betrappen: wij maken faam en geld met kmo's die specifieke en vaak unieke diensten kunnen leveren.

Brave little Belgium
Als underdog heeft ook de wereld 'brave little Belgium' leren kennen en appreciëren. In de diplomatieke wereld staan onze landgenoten bekend als discrete dealmakers die hun eigen imago ondergeschikt maken aan het resultaat van de onderhandeling. Het heeft ertoe geleid dat België altijd relatief veel topjobs mocht invullen. Om Gary Lineker te parafraseren: internationale topjobs zijn een spel van grootmachten met veto's en op het eind wordt de Belg verkozen.

Dat alles maakt de underdoghouding zo verslavend: ze dekt niet alleen in tegen verlies, ze leidt vaak ook tot winst. Zo zijn we het gewend geraakt, zo is het tot dinsdag 17 juni, 18 uur Belgische tijd, altijd gegaan. De voetbaltechnisch uitgedaagde Leo Van der Elst die de ultieme penalty tegen Spanje inschiet op het WK van 1986: dat is een sportheld waarmee de Belg zich graag identificeert. Om die mentaliteit om te buigen zal Marc Wilmots zijn troepen diep in het toernooi moeten leiden.

Valt het trouwens niet op dat de bondscoach zelf toch ook weer wat van die typische, vals trage antiheld weg heeft? Zijn we toch weer de underdog.