Aanslagen Parijs

Staatsveiligheid: "Weinig hints naar aanslagen Parijs in terreurnota"

1 Had info over de gesprekken bij deze Gelel Attar thuis de aanslagen in Parijs kunnen voorkomen? "De context was toen helemaal anders dan vandaag", zegt de Staatsveiligheid. ©RV

Het federaal parket en de Staatsveiligheid (VSSE) nuanceren de berichtgeving over een nota van de Staatsveiligheid uit april 2012. Daarin werd gewaarschuwd voor verdachte bijeenkomsten van moslimextremisten in een Molenbeeks appartement. Allereerst wijst de Staatsveiligheid erop dat het fenomeen van de Syrië-strijders op dat moment nog niet zo bekend was als nu. Bovendien is er volgens de VSSE weinig dat de informatie in de nota linkt aan de aanslagen in Parijs.

De bewuste nota dateert van april 2012 en waarschuwde voor verdachte bijeenkomsten in een Molenbeeks appartement. De gesprekken die daar afgeluisterd waren, gingen over aanvallen tegen de westerse democratie en manieren om aan oorlogswapens en explosieven te raken.

De woonst behoorde toe aan Gelel Attar, de Marokkaanse Belg die tien dagen geleden nabij Casablanca opgepakt is omdat hij verdacht wordt van betrokkenheid bij de Parijse terreur. Attar gold destijds als rechterhand van Khalid Zerkani, de ronselaar die zeker twee van de Parijse daders naar Syrië stuurde, onder wie Abdelhamid Abaaoud. Hij reisde ook samen naar Syrië met Chakib Akrouh (25), de terrorist die in Parijs heeft deelgenomen aan het beschieten van de terrassen en samen met Abaaoud omkwam in Saint-Denis.

"Andere context"

"Allereerst is het belangrijk om eraan te herinneren dat in 2012 de geopolitieke en veiligheidscontext niet dezelfde was als vandaag", zegt de Staatsveiligheid in een persbericht. "Zo was er destijds nog geen sprake van massale vertrekken naar Syrië noch van de invloed die de Islamitische Staat (IS) momenteel geniet. Destijds betrof het voornamelijk vertrekken richting Somalië."

"Als onderdeel van haar opdrachten heeft de VSSE in 2012 informatie overgemaakt aan de federale procureur", zegt de Staatsveiligheid. "Het gaat meer bepaald om een nota van 17 april 2012 over de activiteiten van Khalid Zerkani. Gelel Attar komt ook voor in dit dossier dat door de verschillende betrokken Belgische diensten onderzocht en aangevuld zal worden. Op te merken valt dat sinds lange tijd regelmatig overleg heeft plaatsgevonden tussen de betrokken Belgische partners over de verschillende personen uit deze dossiers. Op 29 juli 2015 heeft dit dossier met name geleid tot de veroordeling van de ronselaar Khalid Zerkan tot twaalf jaar gevangenis."

Eerder merkte ook het federaal parket al op dat de nota van de Staatsveiligheid een van de elementen was die aanleiding gegeven hebben tot het gerechtelijk onderzoek en het vonnis van 29 juli 2015, waarbij celstraffen tot twintig jaar werden uitgesproken voor terrorisme. Zowel Zerkani als Abaaoud, Attar en Akrouh bevonden zich bij de verdachten die toen veroordeeld werden.

"Opdracht vervuld"

Share

'Door onze informatie kon vermeden worden dat andere aanslagen in België gepleegd werden'

VSSE

Nog volgens de Staatsveiligheid is er weinig dat de nota uit 2012 linkt aan de aanslagen in Parijs: "Onze dienst heeft sinds drie jaar geen spoor meer van de aanwezigheid van Gelel Attar in België. Laatstgenoemde is naar Syrië vertrokken in het gezelschap van Chakib Akrouh alvorens zich in Marokko te vestigen waar hij enkele dagen geleden aangehouden werd. Naast deze link met Chakib Akrouh kan de VSSE, op basis van haar eigen informatie, geen verband leggen met de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs."

De inlichtingendiensten hebben dus hun opdracht vervuld, zegt de VSSE. "Zij hebben belangrijke informatie gedeeld met hun partners en de bevoegde autoriteiten. De opdracht van de VSSE - die geen politiedienst is - is om de politieke en gerechtelijke overheden te informeren. Door deze informatie kon overigens vermeden worden dat andere aanslagen in België gepleegd werden."

Ten slotte waarschuwt de Staatsveiligheid voor het publiceren van overdreven veel informatie over de lopende onderzoeken. "We begrijpen dat er her en der veel informatie verspreid wordt, maar vaak gaat het slechts om gedeeltelijke informatie. Dergelijke informatie kan ook het werk van de betrokken diensten en de lopende gerechtelijke onderzoeken in gevaar brengen."

zine