Staatshervormingen hebben Vlaanderen geen economische groei gebracht

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics en opiniemaker voor deze krant. Deze voorpublicatie is genomen uit 'Een beter België, een federale toekomst voor ons land', met bijdragen van Guy Verhofstadt, Erwin Mortier e.a. Het boek verschijnt bij De Bezige Bij en wordt zondag om 15 uur gepresenteerd in BOZAR.

©kos

Sinds de jaren zestig kent Vlaanderen systematisch hogere groeicijfers dan Wallonië. Het gevolg van deze sterke Vlaamse groei is dat Vlaanderen Wallonië vanaf de jaren zeventig economisch bijbeende en voorbijging. Vlaanderen werd de welvarendste regio van België.

Sinds een aantal jaren merken we echter dat de economische groei in Vlaanderen stagneert. Wat meer is: sinds de financiële crisis van 2008 is de economische groei van Vlaanderen onder het Waalse peil terechtgekomen. De reactie van vele Vlaamse politici bestaat erin te verwijzen naar de grotere conjunctuurgevoeligheid van de Vlaamse economie, implicerend dat zodra de conjunctuur weer optrekt, Vlaanderen opnieuw de sterke groeiregio van België zal worden. Maar is dat wel zo?

Figuur A geeft een eerste antwoord. Daarin wordt het jaarlijkse verschil in de groei van het bbp van Vlaanderen ten opzichte van Wallonië getoond. Er is inderdaad een belangrijke cyclische component in dit groeiverschil. Tijdens periodes van recessie daalt de groei meer in Vlaanderen dan in Wallonië (voorbeelden: 1991-'93 en 2008-'09), om dan tijdens hoogconjunctuur beter te herstellen (voorbeeld 2005-'07).

Groeiverschil = groen bbp Vlaanderen - groen bbp Wallonië. ©DM

Dynamische regio
Die cyclische bewegingen verbergen echter een structurele langetermijnbeweging. Die wordt weergegeven door de trendlijn die in dezelfde figuur is getrokken. Die trendlijn bevestigt dat het positieve groeiverschil tussen Vlaanderen en Wallonië sinds 1980 een dalende beweging volgt. Die trendmatige beweging heeft geleid tot een situatie waarin Vlaanderen sinds ongeveer tien jaar niet meer de dynamische regio van België genoemd kan worden. De vraag is zelfs of Vlaanderen niet de regio dreigt te worden die het traagst groeit in België.

©DM

De structurele daling van het groeiverschil tussen Vlaanderen en Wallonië wordt ook geïllustreerd door de vijfjaarlijkse gemiddelde groeiverschillen die de conjunctuurbewegingen afvlakken. We tonen deze in figuur B, die misschien nog op een dramatischer manier toont hoe structureel de daling van Vlaanderens 'groeipremie' is.

Deze tendensen zijn verwonderlijk, niet alleen omdat ze niet passen in de perceptie die in Vlaanderen leeft en waarin de economische superioriteit van Vlaanderen tegenover Wallonië domineert. Ze zijn vooral verwonderlijk omdat zoveel Vlaamse politici in de waan geleefd hebben en nog altijd leven dat de opeenvolgende institutionele hervormingen, die steeds meer sleutels van het economische beleid naar Vlaanderen hebben overgebracht, zouden bijdragen tot een nieuwe Vlaamse economische dynamiek.

©DM

Dat dat een waanbeeld is gebleken, illustreren we door de tendensen in de groeiverschillen te vergelijken met de timing van de staatshervormingen (figuur C). De jaren waarin een staatshervorming werd ingevoerd, zijn aangegeven door de verticale pijlen. Wat opvalt is dat ondanks de opeenvolgende staatshervormingen de neerwaartse tendens in het groeiverschil Vlaanderen-Wallonië helemaal niet is gestopt.

Nochtans hadden de opeenvolgende staatshervormingen vooral in Vlaanderen tot doel de Vlaamse overheid slagkracht te geven om een eigen economisch beleid te voeren. De onderliggende hypothese was dat als economische instrumenten in handen van een dynamische Vlaamse overheid zouden komen, dat meer zou bijdragen aan economische groei in Vlaanderen dan wanneer die instrumenten in handen bleven van de federale overheid.

'Wat we zelf doen, doen we beter', werd de lijfspreuk van vele Vlaamse politici. De Waalse politici in de federale regering waren een blok aan het been van een dynamisch Vlaanderen en beletten de volledige ontplooiing van de Vlaamse economie.

Vlaams-nationalisten zullen argumenteren dat er nog niet voldoende is gedecentraliseerd en dat alleen als Vlaanderen onafhankelijk wordt en alle economische instrumenten in handen heeft, de verhoopte economische dynamiek een werkelijkheid zal worden.

©DM

De geloofwaardigheid van dit argument is niet groot. Om dat te illustreren brengen we de jaarlijkse groeiverschillen samen in een figuur met de ontwikkeling van de verhouding tussen de uitgaven van gemeenschappen en gewesten en de federale uitgaven (figuur D). Die verhouding is een goede maatstaf van de capaciteit van een regio om een eigen beleid uit te stippelen.

We kunnen uit figuur D afleiden dat de uitgaven van de gemeenschappen en gewesten spectaculair gestegen zijn sinds de jaren tachtig. Terwijl aan het einde van de jaren tachtig de uitgaven van de gemeenschappen en gewesten amper de helft bedroegen van de federale uitgaven, zijn die in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw tot op het niveau van de federale uitgaven gestegen. Na de zesde staatshervorming zullen de uitgaven van de gemeenschappen en gewesten 66 procent hoger zijn dan de federale uitgaven.

Tijdens die periode van steeds meer transfers van uitgavenbevoegdheden bleef het groeiverschil tussen Vlaanderen en Wallonië onverbiddelijk dalen. Degenen die geloven dat als de overdracht van bevoegdheden van de federale naar de regionale overheden voltooid zal zijn, Vlaanderen op miraculeuze wijze opeens weer sneller zal groeien dan Wallonië, moeten maar eens uitleggen hoe dat zal gebeuren. Ze moeten vooral uitleggen waarom de neerwaartse groeicurve in figuur D plots weer zal ombuigen naar boven, terwijl dat niet gebeurd is in het verleden ondanks de stijgende middelen en bevoegdheden waarover Vlaanderen beschikte.

 
Er is geen enkel empirisch bewijs voor de aanname dat meer decentralisatie van economische en budgettaire bevoegdheden zal leiden tot meer economische dynamiek in Vlaanderen

Fictionele wereld
Nogal wat Vlaamse politici leven al een hele tijd in een fictionele wereld. Dat is een wereld waarin een Vlaamse overheid beter dan een federale overheid ervoor kan zorgen dat Vlaanderen een regio van sterke groei wordt. De feiten prikken deze fictie door. Sinds de start van de reeks staatshervormingen die aan Vlaanderen steeds meer economische instrumenten heeft gegeven, is de groei van Vlaanderen ten opzichte van die van Wallonië stelselmatig gedaald.

Staatshervormingen hebben niet gezorgd voor meer economische dynamiek in Vlaanderen. Wat we zelf doen, doen we zeker niet beter.
Over de oorzaken van de relatieve achteruitgang van Vlaanderen spreek ik mij hier niet uit. Dat vergt meer onderzoek. Waar echter weinig twijfel over kan bestaan, is het volgende. Er is geen enkel empirisch bewijs voor de aanname dat meer decentralisatie van economische en budgettaire bevoegdheden zal leiden tot meer economische dynamiek van Vlaanderen.