Deradicalisering

Experts: "Deradicaliseringsaanbod is te versnipperd"

1 Karin Heremans: "Er is nood aan meer overleg" ©BELGA

Het onderwijs, de steden en zelfs privé-initiatieven zetten hun schouders onder projecten die radicalisering van moslims moeten tegengaan. Maar een overkoepelende aanpak ontbreekt, zeggen de betrokken experts.

Een jaar na de aanslagen in Brussel en Zaventem is in alle sectoren het besef doorgedrongen dat inzetten op preventie, polarisering en radicalisering absoluut prioritair is. Karin Heremans, directeur van het Atheneum in Antwerpen, die halftijds is vrijgesteld om voor het gemeenschapsonderwijs (GO!) dat besef in beleid om te zetten, zegt dat er het voorbije jaar hard is gewerkt.

“Samen met islamexperts hebben we een training uitgewerkt die leraren een alternatief verhaal aanbiedt voor radicaliseringsboodschappen”, zegt Heremans. “ Daarnaast counteren we extremistische boodschappen met Koran-analyse. Met die training hebben we meer dan tweeduizend scholen bereikt”

Preventie blijft het doel, benadrukt Heremans. “Maar er is hoe dan ook nood aan meer overleg."

Lees ook: Deze hulpverleners werken met radicale gevangenen: "Er bestaan geen hopeloze gevallen"

Eenzelfde geluid bij de Gentse imam Brahim Laytouss, die mee zijn schouders zet onder DeRadiAnt, het centrum voor deradicalisering van ex-gevangenen dat advocaat Walter Damen en N-VA-kamerlid Koen Metsu hebben opgericht in Antwerpen. “Er is nood aan een aanspreekpunt dat een zicht heeft op welke maatregelen wel en welke niet werken. Er is te weinig coördinatie, zowel bij de interne moslimgemeenschap als bij de verschillende overheden."

Laytouss stelde de voorbije maanden een leemte vast in de nazorg en reïntegratie van geradicaliseerde ex-gevangenen. “Nadat ze hun straf hebben uitgezeten, is er niemand die deze mensen opvolgt. Terwijl 25 tot 30 procent van geradicaliseerde jongeren ontvankelijk is voor deradicalisering."

Wie is bevoegd?

Ook Jessika Soors, deradicaliseringsambtenaar in Vilvoorde, benadrukt de nood aan uitwisseling van de expertise die ondertussen op verschillende fronten is opgebouwd. “Zeker voor de lokale besturen. Wat doe je met iemand die in Vilvoorde naar school gaat, maar in Brussel woont? Welke gemeente is dan bevoegd?” 

In Vilvoorde zijn zowat 130 personen in beeld wegens radicalisering. “Die mensen bestrijken het hele scala: van 'foreign terrorist fighters' tot potentiële vertrekkers, terugkeerders en mensen die hebben geprobeerd om naar Syrië te vertrekken – al komt dat laatste al enkele jaren niet meer voor bij ons."

“Meer dan ooit is er behoefte aan nuance: wat is radicalisering, wanneer wordt het problematisch en grijp je in, met respect voor de vrijheid van meningsuiting? Sinds de aanslagen lijken we alleen nog maar aandacht te hebben voor de veiligheidsdiscussie.” (SS)