Een leerstoornis is te koop

©null
Kind van ouders met geld heeft vijftien keer vaker autisme of dyslexie dan arme leeftijdsgenoot

Bij een kind uit de middenklasse wordt vijftien keer vaker een leerstoornis vastgesteld dan bij een arme leeftijdsgenoot. 'Een deel van de middenklassers gebruiken stoornissen om hun kinderen door het ASO te loodsen', concludeert psycholoog Wim Van den Broeck (VUB).

 
Dit klassenverschil is vreemd. Juist kinderen van laagopgeleiden hebben meer kans op leerstoornissen, maar de alertheid is daar niet aanwezig
Wim Van den Broeck - Pedagoog VUB

Aan het einde van de basisschool heeft 10,5 procent van de kinderen een leerstoornis. Over de hele school bekeken heeft 7,55 procent minstens een diagnose. Dyslexie komt het meeste voor, op de voet gevolgd door ADHD. Tot die conclusie komt Wim Van den Broeck, ontwikkelingspsycholoog aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Samen met onderzoekers Eva Geerts en Kathleen Heyninck analyseerde hij 11.715 leerlingen uit 71 lagere scholen doorheen Vlaanderen. "En dan zitten het buitengewoon onderwijs en de eerste graad van het secundair, waar er nog diagnoses worden gesteld, er niet eens erbij. Er is sprake van overdiagnosticering."

Etiketje gevraagd
ADHD, autisme, dyslexie (leesstoornis), dysorthografie (motorische ontwikkelingsstoornis) of dyscalculie (rekenstoornis). Er is een stoornis voor iedereen, meent Van den Broeck. "Ieder kind kan een stoornis krijgen opgeplakt. Ben je wat stiller? Autist. Wat drukker? ADHD." Vragende partij is steeds vaker de ouders. "Zij hebben er baat bij, omdat zij denken dat hun kind op school zo betere begeleiding krijgt, zoals meer tijd bij toetsen. En de artsen en kinderpsychiaters? Die geven papa of mama hun zin."

Hoe snel een kind een leerstoornis krijgt, hangt af van de socio-economische achtergrond van de ouders. Van den Broeck bekeek het opleidingsniveau van vader en moeder. Kinderen waarvan de ouders hogeschool hebben gevolgd, hebben vijftien keer meer kans op een stoornis dan kinderen van ouders die louter een lagere schooldiploma hebben behaald. "Dit klassenverschil is vreemd", zegt Van den Broeck. "Juist kinderen van laagopgeleiden hebben meer kans op leerstoornissen. Maar de alertheid is bij die lagere klasse niet aanwezig. Zij kennen de stoornissen minder en hebben vaak al helemaal geen geld om een logopedist, psycholoog of arts te betalen. Als de school het vervolgens niet opmerkt, vallen deze kinderen uit de boot."

En de middenklasse? Die zet gretig de stap naar de dokter. "Een deel van de middenklassers gebruiken de diagnose om extra hulp te krijgen en zo hun kinderen door het ASO te loodsen. Scholen zijn niet verplicht om hulp te geven na een externe diagnose, maar velen doen dat wel. En dan worden weer subsidies van het RIZIV en het onderwijsbudget ingezet. Hoe meer van zulke kinderen gediagnosticeerd worden, des te minder worden de echte probleemkinderen geholpen."

De Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB), die ook instaan voor diagnoses, staan onder druk van ouders en logopedisten. Van den Broeck: "Het komt vaker voor dat kinderen die zogezegd autist zijn op school geen problemen hebben. Nu wordt het CLB te vaak buitenspel gezet, doordat artsen of kinderpsychiaters diagnoses stellen. In de toekomst zou het CLB altijd de diagnose moeten stellen enbepalen welke hulp er moet worden geboden."

Yolande Schulpen, coördinator van de stedelijke CLB's, erkent de problemen. "Ouders voelen zich vaak schuldig. Ze vragen zich af of ze hun kind verkeerd opvoeden en dat dat de reden is dat het misloopt. Soms kan het bevrijdend zijn dat er dan een diagnose is. Ik heb al vaak gesprekken met ouders gehad die zeiden dat er een last van hun schouders was gevallen eenmaal het etiketje er was. Het schuldgevoel werd een stuk minder groot."

Onterechte diagnoses vinden plaats, geeft Schulpen toe. "Dit najaar gaan we daarom rond de tafel zitten met de bevoegde ministers. Het is de bedoeling om tot een systeem te komen waarbij CLB's altijd betrokken partij zijn wanneer er een diagnose van autisme of ADHD komt, uiteraard met medewerking van externe partners."

Voor dyslexie wordt ook een oplossing gezocht. "Het kan niet dat het aantal gevallen daarvan zo snel stijgt. Maar logopedisten stellen een diagnose en geven tegelijkertijd therapie. Dat moet aangepakt worden. Soms krijgen kinderen op basis van een gesprek een label, zonder dat er van een serieus onderzoek sprake is."