Binnenland

Dad ambetant Schoo Vlaams, da stom Abeejen

Geert Van Istendael, proza- schrijver, dichter, essayist, publicist, vertaler en bedenker van het begrip 'Verkavelingsvlaams', mengt zich in het debat over tussentaal. Hardop lezen is aan te bevelen, gaf de auteur als suggestie mee.

 
Seg, gijle daar aan dunief, waar zijde gijle med u gedachte? Gijle preekt wel emancipatie, maar in feite breekte d'emancipatie

Eindelijk, eindelijk moge we ne keer iet anders spreken az dad ambetant Schoo Vlaams. Da stom Abeejen. Ze zeggen et nu wook al aan dunief, in d'afdeling taalkunde, en asse taar nie wete, waar dan wel?

Seg, gijle daar aan dunief, waar zijde gijle med u gedachte? Ge wilde gij een standaardtaal introduceren die voor minder uitsluiting zorgt. En ge geeft as foorbeeld Martine Tanghe op den tv. Martine spreekt een Vlaamse variant van de standaardtaal schrijvde gijle. Ge vergeet efkes dat ons Martine van Dollanders prijze krijgt omda se zo schoon Algemeen Nederlands spreekt. Vlaams? Me wie oude gijle feitelijk de zot? Wilde nu echt da wij een ander taal gaan spreken az Dollanders? Moete wij Komrij of Mulisch in vertaling gaan leze? Eeft kanunnik David onz daarvoor vanonder de kerktore weg chetrokke? A ja, zegde, er moet minder uitsluiting zijn.

Denkte nu echt dache de mense gaad insluite, allee, kwil zeggen emancipere, door zallemaal Verkavelingsflaams te late spreke? Daar ebde wel wa meer voor vandoen, ik kan ed u verzekere. Werk, om maar iets te noeme. En wa minder racizmen op darbeidsmarkt, da sou ook al wa kunnen elpe.

Ten tweede, vinde gijle de kindere die tuis gee Schoo Vlaams spreken of die tuis Berbers spreken of Turks of zowiet soms nie choe chenoeg om (voor? Kweet et nie so goe) Algemeen Nederlands te lere? Of nie slim genoeg? A ja, ge zegt: Vandaag is de norm zo streng dat haast niemand eraan kan voldoen. Gebt gij de schoolgaande jeugd laag op. Ik eb daar e beter gedacht van, van die jonges en maskes (meiskes? Kweet et nie so goe). Ik denk dasse wél slim genoeg zijn en dasse wél goe Nederlands kunne lere, asse de kans krijge. Dasset nie altijd en nie overal zulle gebruike, da spreekt nogal vanzelf. Daarbij, ik ebbekik nooit nie chezegd of cheschreve dad iedereen in alle situaties standaardtaal zal spreken. Ge denkt toch nie da kik op mijne kop gevalle ben (zijn? Kweet et nie so goe). Ik spreek self veel te geire Brussels.

Ten derde, straffer, ik finne kik dattie jongere recht ebben op goe Nederlands. Gijle preekt wel emancipatie, maar in feite breekte d'emancipatie. Gij ontsegt et recht op goe Nederlands aan iedereen die tuis nie te standaardtaal spreekt. Want ge moet er nie aan twijfele, de kindere van d'ogere klasse, van de mense mette senten en de diploms, de kindere van d'elite, díé un ouders, die zullen er wel voor zorge dasse perfect Nederlands lere, as tmoet sture ze ze naar Olland. En die zulle z'ook Frans leren as tschool da ferwaarloost. En ander tale. Maar waar gaan al die ander kindere goe Nederlands lere, de kindere die da tuis nooit nie ore? Alleen in tschool. Tschool moe zjust véél eise van de leerlinge, tschool moet et besten uit te leerlingen ale, tschool moet un talenten ontwikkele, watta tie talenten ook sijn.

Kende gijle nog da schoo woord van vroeger: Volksverheffing? Douw socialisten en de kajotters en douw KWBeejers en de madamme van de KAV, en de liberale van tWillemsfonds, die ware daar nie fies fan in den tijd, want tie wiste datta vandoen was, volksverheffing. Die wiste: d'elite, die eeft geld en opleiding om te wete wattad et besten is op alle gebied. Die ouw volksverheffers, da waren idealisten en die ware nie rancuneus. Ge moet nie sjaloes zijn op de bourgeoisie, zegde ze, ge moe seggen en blijve zegge: ook wij ebbe recht op et beste van cultuur en taal. Alleman eeft taar recht op.

En da cheldt den dag fan vandaag nog meer as froeger. Maar da schijnde gij nie te verstaan. Gijle zegt, nee, mannekes, goe Nederlands, da's t'oog gegrepe voor u. Gijle zijt precies paternaliste van de negentiend'eeuw.

Ten vierde. Gijle verstadet ferschil nie tusse norm en realiteit. Watta chijle wilt toen, dad is de norm afschaffe. Goei leerkrachte wete datter e verschil is tusse de norm die das aanlere en de realiteit. Maar gijle, gijle zijd as flikke die zegge, schaft te snelheidsbeperking af, de mense rijde toch allemaal te rap.

Ik kan zo nog ure doorgaan. Vooruit, nog ene. Gijle zegt: ik noem Jan, daar is nikse mis mee. En azze kik da slecht turf te vinde, dan iz dad emotioneel. Niksken emotioneel. Gij ebt tus nog ni tferstand om tferschil te make tussen ne naam geve (noemen) en ne naam ebbe (heten). Geeft tan maar mij schoomoeder zaliger. Die sprak Nederlands chelijk ast moet. Die zei: Oo ute gaa, menneke?