Brusselse jongeren vaak antisemitisch

©null

Antisemitisme is geen vies woord voor zowat de helft van de jonge Brusselse moslims, en met een laag opleidingsniveau heeft dat weinig van doen. Ook toont 'Jong in Brussel' aan dat multiculturaliteit in de jonge hoofden nog geen feit is. Als puntje bij paaltje komt, blijkt immers niemand fan van de Bulgaren of Roma's, en plooien de jongelui graag terug op hun eigen gemeenschap.

 Verontrustend is dat anti-joodse gevoelens bij moslimleerlingen niets te maken hebben met een laag opleidingsniveau of sociale achterstelling  
VUB-socioloog Mark Elchardus

"Belgen, Marokkanen, Turken en Zuid-Europeanen, de jongeren van de vier grootste etnische groepen in Brussel hanteren allemaal het 'eigen volk eerst'-principe", zegt sociologe Jessy Siongers (VUB). Die ontdekte in haar onderzoek voor 'Jong in Brussel' dat onze hoofdstad wel gekenmerkt wordt door diversiteit, maar dat zoiets niet automatisch leidt tot kosmopolitische jongeren.

Vrienden maken binnen een andere etnische gemeenschap blijkt nog altijd niet vanzelfsprekend, laat staan er een lief opscharrelen. Een multiculturele LAT-relatie, zo beschrijft Siongers het Brusselse samenleven. De verschillende groepen leven niet samen, maar naast elkaar. De jongeren blijven sterk gericht op hun eigen cultuur, zeker wanneer het om vriendschappelijke relaties of meer gaat, en dat geldt voor jongeren van alle origines.

Siongers: "Alle jongeren zoeken aansluiting bij gemeenschappen met wie ze een geografische of culturele affiniteit voelen, en ze zijn sterkt gericht op de eigen cultuur. Zeker tussen Belgen en Marokkanen, de twee dominante groepen, blijft de kloof diep. En ook Turkse jongeren kunnen we gesloten noemen, erg gericht op zichzelf. En hoewel het Brusselse onderwijs gemengd en divers is, vertaalt zich dat niet in hechte relaties of interesse in de ander."

Ontluisterend is ook dat de jongelui er een bepaalde etnische hiërarchie op na houden. "Alle groepen gaan het liefst relaties aan met Noord-Europeanen, de Zuid-Europeanen volgen op een tweede plaats", legt Siongers uit. "Tegelijk staan de jongeren het meest afkerig van Bulgaren, Koerden en Romazigeuners. De bereidheid om met hen om te gaan, is erg klein."

Voor alle duidelijkheid: onderzoek in Vlaanderen leverde eerder al gelijkaardige resultaten op. Het vreemde maakt bang, die redenering gaat volgens Siongers wel deels op. "Bulgaren of Romazigeuners zijn nieuwelingen, minderheidsgroepen die amper gekend zijn. Waardoor de jongeren zich laten leiden door stereotiepen en de beeldvorming die ze van de media meekrijgen. En die is zelden positief van teneur. Ook de taalbarrière speelt een rol. Belgen en Marokkanen hebben tenminste nog het Frans als gemeenschappelijke taal."

Discriminatie
"Marokkaanse en Turkse jongeren blijken ook nog net iets negatiever te staan tegenover andere gemeenschappen, bij hen is de sociale afstand het grootst. En hoewel ze zelf het slachtoffer zijn van discriminatie, zie je in elke groep de behoefte om de eigen identiteit te benadrukken, het onderscheid te beklemtonen. Die neiging leeft nog sterker bij hen die zelf behoren tot een minderheid. Ze weten ook goed genoeg dat ze bij de Belgische bevolking niet al te veel aanzien genieten, maar willen ook niet helemaal onderaan op de ladder bengelen."

Nog een breuklijn die in het onderzoek naar voren komt, is het levensbeschouwelijke, zeker bij moslimjongeren. Zij zijn het minst geneigd toenadering te zoeken tot de andere gemeenschappen.

Dat de sociale kloof tussen jongeren met een verschillende etnische achtergrond zo groot is, heeft de onderzoekers enigszins verrast. Maar helemaal zorgelijk is het antisemitisme, dat welig blijkt te tieren in de jonge Brusselse hoofden. "Bij autochtone leerlingen zegt zo'n 10 procent in te stemmen met de antisemitische stellingen die we hen voorlegden. Dat zijn normale cijfers, in Vlaanderen is het niet anders wanneer je peilt naar racisme", zegt VUB-socioloog Mark Elchardus. "Verontrustend is wel dat je de helft van de moslimleerlingen kunt omschrijven als antisemitisch, wat toch erg hoog is. Erger is dat die anti-joodse gevoelens niets te maken hebben met een laag opleidingsniveau of sociale achterstelling, wat wel het geval is bij racistische autochtonen. Het antisemitische is theologisch geïnspireerd, en er is een rechtstreeks verband tussen moslim-zijn en antisemitische gevoelens koesteren. Ook katholieken staan negatiever tegenover joden, maar de gevoelens zijn lang niet zo sterk."

De kans is waarschijnlijk dat het antisemitisme in de hand wordt gewerkt door de internationale context, met name het conflict tussen Palestina en Israël. Maar Elchardus neemt met die uitleg geen genoegen. "De impact van de internationale context is moeilijk te achterhalen, en het lijkt twijfelachtig dat enkel hier een verklaring moet gezocht worden. Alsof wij anti-islamitisch worden wanneer we in het Midden-Oosten dictators aan het werk zien?"

Dat de negatieve gevoelens tegenover joden bij de moslimleerlingen haast ingebakken lijken, maakt het ook moeilijker ze te bestrijden. "In de vakoverschrijdende eindtermen staat wel dat er op school aandacht moet zijn voor verdraagzaamheid. Ik denk dat dit thema in scholen met een hoge concentratie aan moslims nog meer aandacht verdient", zegt Elchardus.

Enig lichtpuntje? Verdraagzaamheid en contacten tussen verschillende etnische groepen zijn wel nog mogelijk, alleen niet zoals verwacht. "We gingen uit van het idee dat jongeren die met verschillende groepen contact hebben, elkaar ook meer genuanceerd beoordelen", zegt Siongers. "Zo verwachtten we dat schoollopen in een sterk gemengde school bevordelijk zou zijn voor de houding van leerlingen tegenover elkaar. Dat blijkt dus niet het geval. Want niet de schoolcontext, maar de buurt waarin men opgroeit blijkt het belangrijkst. Een buurt met een evenwichtige en leefbare verdeling tussen allochtonen en autochtonen blijkt de beste garantie om tolerant samen te wonen."