UPDATE

Bisschoppen willen geen uitbreiding van euthanasiewet

De Belgische bisschoppen zijn gekant tegen het voorstel om de euthanasiewet uit 2002 uit te breiden naar minderjarigen en dementerenden. Dat heeft aartsbisschop André-Joseph Léonard vandaag verklaard naar aanleiding van het debat over de wetsuitbreiding in de Senaat. De voorzitter van de Belgische Bisschoppenconferentie wijst op palliatieve zorgen als alternatief.

Aan het einde van de tweede hoorzitting vandaag in de Senaat bleek dat er een brede meerderheid lijkt te groeien voor een consensustekst over de uitbreiding van de euthanasiewet.

Aartsbisschop Léonard is duidelijk in zijn standpunt. "Al in 2002 hebben we onze sterkste reserves uitgesproken aangaande de depenalisering van euthanasie", aldus Léonard. "Eerst en vooral omdat we vandaag over uitstekende palliatieve zorgen beschikken, en omdat we bij intens en hardnekkig lijden, als laatste redmiddel, nog een beroep kunnen doen op sedatie, voor zover dat strikt noodzakelijk is."

"Riskant"
Wat betreft het voorstel om de wet uit te breiden naar minderjarigen, oordelen de bisschoppen dat het vreemd is dat minderjarigen in belangrijke domeinen wettelijk onbekwaam beschouwd worden, zoals bij trouwen, maar toch wettelijk zouden kunnen beslissen zich te laten sterven. Daarnaast vinden ze het riskant om via een wilsverklaring op lange termijn anderen de mogelijkheid te geven, in de plaats van een demente te laten beslissen tot euthanasie over te gaan. "Is die vrije beslissing (...) wettelijk te verenigen met een rechtsstaat? ", aldus nog Léonard.

De aartsbisschop stelt zich de vraag of het argument van zelfbeschikkingsrecht niet ambigu is. Euthanasie oefent volgens Léonard ook druk uit op de medische en paramedische sector. "Het gaat niet enkel meer om de kunst van het verzorgen en van het genezen, maar het verandert ook in de kunst van het laten sterven."

Stroomversnelling
De discussie ontstond nadat Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) erop aandrong naast de tweewekelijkse hoorzittingen ook het politieke debat te starten over de delen waarover de hoorzittingen reeds afgesloten zijn, wat voor het thema 'minderjarigen' nu het geval is. Eerder had ook al Guy Swennen (sp.a) gepleit voor dergelijke werkwijze. Ook het tempo van vergaderen zou moeten verhogen naar wekelijks, klonk het. Elke Sleurs (N-VA), voorzitster van de commissie Sociale Zaken, was daarvoor gewonnen. Ze moet evenwel nog overleggen met de voorzitter van de Justitiecommissie, Alain Courtois (MR), die vandaag niet aanwezig was.

Het wetgevend werk kan best gebeuren aan de hand van een consensustekst vanuit de commissie, luidde het ook bij Freya Piryns (Groen) en Rik Torfs (CD&V). Maar de christendemocraat voegde er meteen aan toe dat er wel voor gezorgd moet worden dat euthanasie voor minderjarigen niet zou mogen gelden omwille van ondraaglijk psychisch lijden. "In dat geval zouden we meewerken aan zelfdoding, iets wat we met alle middelen trachten te bestrijden", vond Torfs.

Knelpunten
In deze tweede hoorzitting over euthanasie bij minderjarigen was één van de knelpunten andermaal hoe men kan bepalen wanneer een minderjarige wils- of oordeelsbekwaam is en hoe dat dient vastgesteld te worden. Herman Nijs, hoofd van het Interfacultair Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht van de KULeuven, stelde dat de belangrijkste voorwaarde voor euthanasie, zoals voor medische beslissingen, de wilsbekwaamheid van de minderjarigen en niet de leeftijd is. De leeftijd is wel een reden om bijkomende bescherming in te bouwen. Voor Nijs moeten de ouders ook geen medebeslissingsrecht krijgen bij euthanasie van een minderjarige, uit vrees voor druk van de ouders om euthanasie uit te voeren.

Wilsbekwaamheid
Voorzitter Peter Deconinck van de Reflectiegroep Biomedische Ethiek, vond dat de euthanasiewet moet worden uitgebreid tot de wilsbekwame minderjarigen. De wilsbekwaamheid moet worden vastgelegd door het medisch team en de ouders. Deconinck stelde dat er jaarlijks 300 kankergevallen bij minderjarigen zijn, waarvan er een 50-tal niet geneest. Dat dit een klein aantal is, doet volgens Deconinck en Nijs niet terzake. "Zoniet moeten we euthanasie voortaan maar mogelijk maken vanaf 40 jaar, omdat er in de praktijk geen aanvragen zijn onder die leeftijd", zei Herman Nijs.

Bij euthanasie voor dementerenden gaat het volgens deskundige Chantal Kortmann niet over "een euthanasie bij ondraaglijk lijden", maar over "euthanasie op basis van de angst voor ondraaglijk lijden". Ze stelt dat ondraaglijk lijden een subjectief gegeven is en van veel factoren afhankelijk is. "Als een zieke zich alleen voelt gelaten, zonder liefdevolle zorgen, dan doet alles veel meer pijn", klinkt het. "Als de dood wordt voorgesteld als een oplossing, in plaats van een vijand, dan raken veel mensen de moed kwijt en dan zal de vraag naar euthanasie automatisch stijgen."

"Moeilijk om juiste keuzes te maken"
De arts wijst daarnaast ook op het feit dat ouders het niet meer kunnen aanzien hoe hun kind lijdt en om euthanasie vragen, terwijl dat kind misschien een andere perceptie heeft en niet wil sterven. "Deze problematiek is zo divers, dat het zeer moeilijk wordt om hierin de juiste keuzes te maken." Bovendien, zo stelt ze, is euthanasie een vraag aan de arts om de eed van Hippocrates te breken.

Binnen twee weken start het tweeluik van hoorzittingen over euthanasie voor dementerenden en bij neurodegeneratieve aandoeningen.