Binnenland

"In A heerst een epidemie van racisme"

Brieven uit Antwerpen: Ted Bwatu is 26 en werkt als fund accountant.

©Bas Bogaerts
 
Ik heb mijn koffers gepakt. Als goede burger volgde ik de woorden van onze burgemeester: 'Respect voor A.' A is niet meer van iedereen, dus laat ik uw stad aan A over

Ik ben afkomstig van Antwerpen, maar sinds enkele weken inwoner van de Europese hoofdstad Brussel. Correctie: in de ogen van de doorsnee Antwerpenaar kan een man van donkere huidskleur niet werkelijk een Antwerpenaar zijn. Als antwoord op de veelgestelde vraag: "Ma van waar zedde na echt?", stel ik me nu voor: "Ted Bwatu, 26 jaar, Congolees maar Belg op papier, geboren en getogen in 't stad."

Ik heb me nooit geschaamd voor mijn afkomst, ik ben daar zelfs heel trots op. Maar na een verblijf van 25 jaar in eenzelfde stad groeit de verwachting dat je als gelijke beschouwd wordt. Zonder dat er steeds allusie gemaakt wordt op een archaïsche gedachtegang waarin een wij-zij-mentaliteit heerst.

'Wij' behoren tot de groep van de rasechte Vlamingen. 'Zij' vertegenwoordigen de groep vreemdelingen die onze binnenstad hebben ingepalmd en de laatste decennia ook de districten hebben veroverd. Het maakt niet uit of 'zij' in België zijn geboren of hoelang 'zij' in Antwerpen leven, en hun bijdrage tot de ontwikkeling van België speelt nog minder een rol. 'Zij' blijven die vreemdelingen met hun verdachte levenswijze en gebrek aan integratie.

Ondanks de behaalde diploma's en al die jaren bij de sportclub was ik een van de 'zij'. Al snel werd ik met deze realiteit geconfronteerd. Ik herinner me dat toen ik als 8-jarig jongetje speelde op de wei van de Bosuil in Deurne, een man van middelbare leeftijd naar me riep: "Go back to your country." Zulke anekdotes waren veelvoorkomende gebeurtenissen tijdens mijn jeugdjaren. Jammer genoeg een vast patroon doorheen de jaren.

Op het einde van mijn hogere studies liep ik stage bij de Deutsche Bank als financieel adviseur. Daar kreeg ik dagelijks de vraag of ik eigenlijk wel Nederlands sprak. Terwijl mijn collega's beleggingsadvies gaven en vragen kregen over beleggingsmogelijkheden, wilden klanten van mij eerder weten hoe het kwam dat ik hun taal beheerste. De dag dat er dan wel naar advies gevraagd werd, kreeg ik te horen: "U bent toch van Congo? Kan ik niet beleggen in bananen bij u?", gevolgd door een luid gelach. Wat grappig!

Ook mijn familieleden werden geconfronteerd met deze vooroordelen. Toen mijn zus zich inschreef voor een master in de meertalige professionele communicatie aan de Universiteit van Antwerpen, vroeg een docent haar of ze wel Nederlands sprak. Haar bachelordiploma in de Communicatiewetenschappen behaald aan de UA was blijkbaar niet voldoende om haar taalbeheersing te bevestigen. Tijdens datzelfde academiejaar maakte een docent de opmerking dat alle studenten in deze masteropleiding hogere kaderleden zouden worden met uitzondering van mijn zus. Waarop deze opmerkingen gebaseerd waren, vindt waarschijnlijk zijn oorzaak in de epidemie waarover ik zo dadelijk meer zal vertellen. Of misschien in de onwaarschijnlijkheid dat 'zij' ooit kaderleden kunnen worden in ons Vlaanderen.

Mijn zus is ondertussen communicatiemanager. Een functie waarvoor ze op haar 26 zeer weinig kans zou maken in Antwerpen.

Pejoratieve connotaties
Het is volgens mij ook niet toevallig dat onder de jihadistische strijders in Syrië talrijke Antwerpenaren aanwezig zijn. Dit is namelijk een goed voorbeeld van polariteit. In de wetenschap wordt polariteit beschreven als twee uitersten van één soort energie. Volgens mij kan de oorsprong van de Antwerpse moslimradicalisering gedeeltelijk worden teruggevonden in de dominante aanwezigheid van een extreemrechts gedachtegoed binnen de samenleving. Dit heeft zich genesteld in het collectief bewustzijn van elke bevolkingsgroep in de stad.

Racisme loopt parallel met een ziekte die latent aanwezig is en zich ontzettend snel kan spreiden. Ik spreek in Antwerpen over een epidemie, omdat dit fenomeen bij verscheidene bevolkingsgroepen voorkomt. We zouden een fictieve grens kunnen trekken doorheen de wijken omdat er zo weinig interactie is tussen de mensen van verschillende afkomst. Antwerpen dat zo'n diverse stad is, met zoveel verschillende nationaliteiten, maar zo weinig interculturaliteit. Een stad waar een woord als 'makkak' dagelijks als synoniem voor Marokkaan gebruikt wordt. Een stad waar je anno 2013 nog aan mensen moet uitleggen waarom 'neger' een pejoratieve connotatie heeft. Dit zijn ernstige symptomen. Maar wie ben ik om een diagnose te stellen? Ben ik dan zelf immuun voor deze ziekte?

Weinig kleur in Sportpaleis
In een uitverkocht Sportpaleis waagde ik me aan een show van topcomedian Alex Agnew. Niet verrassend was er onder de 18.000 toeschouwers weinig kleur te zien in de zaal. Terwijl het Sportpaleis uitbarstte in lachen, wist ik niet of ik hem wel grappig vond. Ieder zijn gevoel voor humor en het betekent niet dat Agnew geen goede comedian is. Maar toen kwam zijn grap dat een Afro-Amerikaan niet president zou moeten worden en dat hij eerder in een zoo hoorde: "Yes we can? Naar de zoo!", waarop volgde, "waar zijn de tijden dat we op een neger konden rijden."

Toen besefte ik dat mijn immuunsysteem zich niet verder kon weren tegen deze epidemie en dat het tijd werd om mijn koffers te pakken. Als een goede burger volgde ik de woorden van onze burgemeester: "Respect voor A." A is niet meer van iedereen, dus laat ik uw stad aan A over.

Hoeveel liefde ik ook heb voor de stad waarin ik opgroeide, de kans dat ik er terugkeer is zeer klein. En wanneer ik op bezoek ga bij mijn moeder, hoef ik me geen zorgen te maken om aangegeven te worden bij procureur Dams. Ik rij in een Opel Meriva.

Elke donderdag laten De Morgen en politiek filosoof Bleri Lleshi Antwerpse jongeren aan het woord over hun ervaringen en verhalen in de tweede stad van België. Ben je tussen 16 en 26 jaar en woon, werk of studeer je in Antwerpen? Mail je brief naar brievenuitantwerpen@gmail.com. Wie weet wordt hij gepubliceerd in De Morgen of op de blog van Lleshi.

http://blerilleshi.wordpress.com/